zondag 12 februari 2012

Wankelend Europa

Jarenlang heb ik me sterk gemaakt voor een Europa zonder binnengrenzen, voor een verenigd Europa in het belang van vrede en vrijheid. Ik heb o.a. samen met de toenmalige correspondent van het NOS-journaal in Brussel Hans van der Werf en enkele andere journalisten een Europees kwartaalmagazine gemaakt om die doelstelling te promoten. Ik heb, vooral in het tweede deel van de jaren zeventig van de vorige eeuw, in Oost-Nederland en het aangrenzende Duitse gebied lezingen en causerieën gehouden om Europese burgers naar de stembus voor het Europees parlement te lokken. Ik heb dat gedaan in de volle overtuiging, dat het zo'n dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog de hoogste tijd werd de Europese binnengrenzen 'als littekens van de geschiedenis' op te ruimen.
In de decennia erna heeft het nieuwe Europa geleidelijk aan gestalte gekregen. Binnengrenzen zijn een papieren formaliteit geworden, steeds meer landen hebben zich achter de doelstellingen van een verenigd Europa geschaard, het Europese parlement heeft een volwaardige status gekregen en de euro is ingevoerd als Europese eenheidsmunt voor een groot aantal landen. Het bereiken van steeds meer idealen uit mijn vroegere Europese wenspakket heeft echter niet geleid tot een navenante euforie in mijn lijf en bovenkamer. Integendeel zelfs.
Onderhand heb ik het gevoel dat niet de eerste de beste politici aan de haal zijn gegaan met de Europese idealen op een wijze die zijn weerga niet kent en die brede onvrede heeft opgeroepen. Sinds het tostandkomen van de Europese Unie zijn door bedenkelijke ontwikkelingen de politieke en maatschappelijke spanningen in ons werelddeel toegenomen. De Unie is zich langzamerhand met steeds meer maatschappelijke instellingen gaan bemoeien, tot groeiende ergernis van steeds meer Europese onderdanen. 'Brussel' heeft zich ontwikkeld tot een wellustig bureaucratisch bolwerk, dat zich tegen betaling van riante salarissen en onkostvergoedingen aan een allengs uitdijend aantal politici en ambtenaren, tot in detail met het leven van alledag is gaan bemoeien. Zo hebben we inmiddels gestandaardiseerde Europese condooms, Europese gehaktballen van voorgeschreven omvang en samenstelling, komkommers-zonder-kromming enz. We hebben al deze zegeningen te danken aan gevierde nationale politici als Wim Kok, Wim Duisenberg, Neelie Kroes en Gerrit Zalm, en ook aan internationale coryfeeën als Helmut Kohl en kluchtjanus Berlusconi. Als eigentijdse zendelingen hebben zij het Europese geloof aan hun onderdanen opgedrongen, waarbij tegenspraak eigenlijk niet werd geduld. Dat ze aan hun Europese missiewerk zelf vaak een zeer comfortabele positie en een goedgevulde beurs hebben overgehouden is een bijkomstigheid waarover we niet populistisch moeten zeuren. Immers, zonder hun tomeloze inzet, zonder een verenigd Europa, zonder een Europese grondwet, zonder een volwaardig Europees parlement en zonder de euro zou Europa opnieuw vervallen in oorlog en ellende. Nederlanders en andere Europeanen die dit gevaar niet zo direct bespeurden, werden gedreigd met hel en verdoemenis. Als we niet meedoen met Europa gaat het licht uit, zei bijv. toenmalig minister Brinkhorst van Economische Zaken. En zonder euro breekt er weer een oorlog uit, verzekerde Kohl.
De Europese Unie is een staat in een staat geworden. Brussel wil een eigen grondwet, een eigen vlag en volkslied en als het effen kan een eigen defensieapparaat met tanks en raketten. De EU wil alles wat een gewoon land ook heeft. Het wil zeggenschap over nationale begrotingen, over pensioensystemen in lidstaten, over de banken in de aangesloten landen, over de sociale verzekeringswetgeving. Helaas moeten we vaststellen, dat Europa de laatste jaren is gaan wankelen, door misrekeningen van uitverkoren politici, door wanbeleid van regeringen, door list en bedrog van autoriteiten, door jubelende ambtenaren in Athene, door misleiding en door wat je in dit verband nog meer aan ongerief kan bedenken. Terwijl de Eurocrisis, het dreigende faillissement van EU-lidstaten en weggewuifd ongenoegen van Europese burgers aan de stoelpoten van ons verenigde continent knagen, proberen de elites onder aanvoering van operettefiguren als Barroso hun onbetaalbare utopieën met het geld van de burger te financieren. Zelfs in een rijk en welvarend land als Nederland neemt echter de sociale onrust toe. Steeds meer burgers gaan gebukt onder knagende bezuinigingen, noodzakelijk om kwijnende EU-partners van de ondergang te redden en een steeds duurder politiek en ambtelijk apparaat in Brussel en Straatsburg in stand te houden. Het voortbouwen aan een onderhand onmogelijk EU-staketsel stuit steeds meer Nederlanders tegen de borst. Helaas zijn de machthebbenden vooralsnog ziende blind en horende doof, zeker voor niet-welgevallige oprispingen van het gepeupel, dat er immers niets van snapt.