Het is vandaag 31 oktober, de dag waarop sommigen de Dag van de Kerkhervorming oftewel de Reformatie herdenken en vieren. Het historische feit dat hieraan ten grondslag ligt, ligt al een tijdje achter ons. Maar toch grijp ik nog even terug naar die 31ste oktober 1517: de dag waarop Maarten Luther een pamflet met 95 kritische stellingen op een kerkdeur in het Duitse Wittenberg spijkerde en daarmee protesteerde tegen wantoestanden in de rooms-katholieke kerk. Het was een frontale aanval op Rome, op het onaantastbare gezag van de paus, die dan ook navenant reageerde. Maarten Luther werd in de ban gedaan en er ontwikkelde zich een protestantse afscheidingsbeweging.
Bijna vijf eeuwen later is er een nieuwe afscheiding. En ook deze keer wordt het verzet geïnitieerd vanuit de eigen katholieke achterban. En weer heeft het te maken met de starre onverzettelijkheid van de kerkleiding in het Vaticaan. De kerk zit tot aan zijn nek in de schandalen: door sexuele misdragingen van geestelijken, door een pauselijk getolereerde ontkenning van de holocaust, door aids als goddelijke gerechtigheid te kwalificeren, etc. Door dit soort gebeurtenissen, je zou het ook schandalen kunnen noemen, groeit de weerstand tegen het kerkelijk gezag dat weigert apert te reageren. Geen wonder dat de onderdanen zich van Rome afkeren en de kerk met bosjes achter zich laten. Theoloog en communicatiedeskundige Anne van der Meiden (ook bekend vanwege zijn preken in een Oost-Nederlands dialect)noemt in dat verband een aantal van 800 per week ("Toch een leuke dorpsparochie"). Al met al zit de katholieke kerk in een diepe crisis, misschien wel de diepste sinds Maarten Luther.
De problemen en neergang van de katholieke kerk zijn momenteel een topic in allerlei bladen, in binnen- en buitenland. En veel vooraanstaande politici en wetenschappers hebben er een mening over. Bijvoorbeeld de rooms-katholieke voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy. In het Belgische dagblad Le Soir zegt hij naar aanleiding van een recent misbruikschandaal in de Belgische kerkprovincie, dat het tijd wordt dat zijn kerk hervormingen doorvoert. "Pedofilie, wat natuurlijk een misdaad is, is het probleem niet. Het probleem is dat de kerk een huis zonder enige vorm van democratie is. Dit soort gedrag is nooit onderwerp van debat geweest omdat de kerk is opgebouwd uit structuren van absolute macht”, aldus Van Rompuy. “Kerk en staat zijn gescheiden, maar binnen de kerk zijn de oude structuren tot op de dag van vandaag deels overeind gebleven. Het is noodzakelijk de kerk te hervormen en niet alleen om pedofilie aan te pakken”, aldus de voorzitter van de Europese Raad.
Hoe anders is het geluid, dat de directeur van de Osservatore Romano, de spreekbuis van het Vaticaan, in april van dit jaar laat horen: "Paus Benedictus XVI is een grote communicator en de katholieke kerk pakt het pedofilieprobleem voorbeeldig aan". Hij wuift de kritiek weg dat het Vaticaan slecht zou gecommuniceerd hebben over de recente pedofilieschandalen door te herinneren aan de brief die Benedictus eind maart richtte aan de Ierse katholieken. Daarin trok hij scherp van leer tegen priesters die zich schuldig maakten aan seksueel misbruik en tegen hun hiërarchie die de feiten in de doofpot stopte. De directeur van de Osservatore Romano wil niet zover gaan te spreken van een complot. Volgens hem werd de paus "het slachtoffer van een mediacampagne en van anti-katholieke vijandigheid".
Volgens kerkhistoricus Jan Jacobs werkt het wereldwijde seksschandaal voor de kerk als een soort boemerang. De kerk heeft altijd een hoog normen- en waardenpatroon uitgedragen. Maar door nu van alles toe te dekken, door de rol van slachtoffer aan te nemen, manoeuvreert de kerk zich in een onhoudbare positie en verkeert zij nu in een diepe crisis. Jacobs vraagt zich af of Rome erin zal slagen er weer bovenop te komen nu de neergang van de kerk, vooral in West-Europa, dramatische vormen heeft aangenomen. Het probleem is volgens hem, dat de huidige kerkleiding zich verzet tegen zaken als verlichting en secularisatie, omdat deze een bedreiging zijn. In de ogen van de katholieke kerk is er maar één waarheid en die bezit zij zelf. Wie zich tegen die waarheid verzet moet het zwijgen worden opgelegd. Jacobs zegt in een interview in De Gelderlander van 30 oktober 2010 het begrijpelijk te vinden, dat de eigen achterban meer en meer steigert. Anne van der Meiden denkt dat er nog wel wat hoop is voor de katholieke kerk, hoewel ook hij onderkent dat de ontwikkelingen desastreus zijn. Voorwaarde is volgens hem, dat Rome eindelijk durft te gaan vernieuwen.
zondag 31 oktober 2010
maandag 25 oktober 2010
Verdiepte studie
De waarde van het hbo-diploma staat weer eens ter discussie na berichten in de media, dat er bij de Hogeschool Inholland een speciale afstudeerroute zou hebben bestaan om trage studenten van de opleiding media entertainment management (MEM) te laten slagen. Studieachterstanden zouden daarbij zijn kwijtgescholden en eerder afgekeurde afstudeerscripties alsnog goedgekeurd. Op deze manier zouden de afgelopen twee jaar circa 250 'stuwmeer-studenten' aan een diploma geholpen zijn. Dat leverde de hogeschool even zoveel bonussen van tienduizend euro op.
De berichten deden me denken aan mijn eigen studie aan de School voor de Journalistiek in Utrecht, in het midden van de jaren zestig. De dagopleiding was de eerste in zijn soort en ik was eén van de circa 350 studenten van de allereerste leergang. Die primeurstatus gaf landelijke bekendheid (rellen bij opening door prins Claus), maar had tegelijkertijd nogal wat nadelen, waaronder een lange reeks van pioniersactiviteiten en een dito lijst experimenten. En dat ook nog eens in een tijd waarin de democratisering van de samenleving en als onderdeel daarvan de onderwijswereld een piek bereikte. Voor een jonge Achterhoeker, opgegroeid in een beschermd en eigenlijk ook afgeschermd milieu, was de overgang van de hbs in zijn woonplaats naar het hbo-instituut in de Domstad een revolutionaire transformatie. Op 18-jarige leeftijd het ouderlijk huis uit, voor het eerst eigen verantwoordelijkheid dragend voor de inrichting van mijn leven, wennen aan een totaal nieuwe, stadse omgeving met heel veel nieuwe mensen èn studeren in een geheel andere aanpak dan voorheen op de hbs. Het kostte me aanvankelijk dan ook veel moeite te acclimatiseren in een totaal nieuwe woon- en studieomgeving, in een gloednieuw onderwijsinstituut dat op zijn beurt ook nog de weg moest zoeken en vinden.
Er is geen echte parallel tussen de recente kritiek op Hogeschool Inholland en mijn eigen studie aan de School voor de Journalistiek. Dat ik er toch aan moest denken heeft te maken met de overeenkomst tussen de 'zwaarte' van het studiepakket en de kennelijk ongedisciplineerde organisatie van de opleiding aan beide instituten.
Vooral in mijn eerste jaar op de School voor de Journalistiek was het studieprogramma erg experimenteel, rommelig en weinig doelgericht en adequaat. Het deed gerede twijfels ontstaan of ik bij het inslaan van de studierichting wel de juiste keuze had gemaakt. Al vanaf de lagere school (waar ik een muurkrant runde) wilde ik journalist worden. Ik heb er uiteindelijk nooit spijt van gehad die wens te hebben geëffectueerd via een studie aan de School voor de Journalistiek. Maar de kanttekening bij de inhoud en de zwaarte van de studie is op haar plaats. Deze werden naar mijn oordeel te veel bepaald door voortdurende experimenten en een onophoudelijk zoeken naar het juiste format. Er was weinig diepgang in vakken als economie, recht, sociologie, geschiedenis en cultuur. Het ontbreken van voldoende intellectuele diepgang is voor mij aanleiding geweest op zoek te gaan naar aanvullende studies, buiten de eigenlijke studie journalistiek om.
Ik heb eerst een studiepakket steno aangeschaft, omdat ik toen nog in de veronderstelling verkeerde met snelschrift in de nieuwsjournalistiek beter uit de voeten te kunnen. Deze 'studie' bloedde echter snel dood, omdat het onnut ervan steeds evidenter werd. Op zoek naar andere opties kwam ik terecht bij de politiek-sociale faculteit van de Universiteit van Amsterdam, waar ik al tijdens mijn hbs-tijd een zaterdagmiddagcursus journalistiek had gevolgd. Samen met een aantal medestudenten van de School voor de Journalistiek, die mijn kwalificaties van de opleiding tot dat moment deelden, heb ik me opgegeven voor de studierichtingen politicologie en geschiedenis. We volgden (avond)colleges en studeerden in werkgroepen, aanvankelijk met veel enthousiasme en het aangename gevoel nieuwe studiebevrediging te hebben gevonden. Na betrekkelijk korte tijd verminderde mijn animo om behalve in Utrecht ook nog eens de collegebanken in Amsterdam op te zoeken. Anders dan mijn collega-studenten, die overwegend in de hoofdstad woonden, moest ik steeds op en neer vanuit Utrecht. Dat kostte niet alleen extra geld, maar ook een zee van tijd die ik vervolgens tekort kwam in mijn sociale contacten. Ietwat in een sfeer van vertwijfeling vond ik gelukkig een uitweg. Ik ontdekte een veel gemakkelijker begaanbaar pad voor het (ver)volgen van de universitaire studie. In ruil voor af en toe een biertje mocht ik gebruik maken van zeer uitvoerige en heldere collegedictaten en van ander studiemateriaal van enkele collega-studenten die wel college liepen. Op mijn beurt leverde ik mijn collega-studenten kopieën van mijn 'Utrechtse' colleges. De kosten van de kopieën en consumpties wogen niet op tegen de reiskosten, ik bespaarde veel reistijd en kon zodoende toch een verdieping toevoegen aan mijn journalistieke studie!
Vooral door de combinatie van de studies journalistiek enerzijds en politicologie en geschiedenis anderzijds bewaar ik een goed gevoel aan mij studietijd. Ik heb altijd heel sterk de innerlijke opdracht gevoeld het door mijn ouders zuur verdiende studiegeld optimaal te moeten benutten. Zonder de aanvullende universitaire studies, die ik weliswaar maar ten dele heb gevolgd en die ook nooit tot een diploma hebben geleid, had ik aan mijn Utrechtse jaren waarschijnlijk niet het gevoel gehad aan die opdracht te hebben voldaan. Bovendien heeft mijn diploma van de School voor de Journalistiek door de toegevoegde component, meer dan anders waarschijnlijk het geval zou zijn geweest, toegevoegde intrinsieke waarde gekregen.
Na de afronding van de studie in Utrecht bloedden de nevenstudies geleidelijk dood, ook al omdat ik door stages het contact met mijn 'dictaatleveranciers' verloor. In een moment van refelectie heb ik wel eens betreurd niet meer te hebben gedaan met de academische opleiding. Wellicht had ik beter de normale studieweg kunnen volgen met dagelijkse colleges, met tentamens en een formeel afstudeerproject. Maar op andere momenten overweeg ik, dat het mij niet om een academische graad ging maar veeleer om 'geestelijke voeding'. Ik heb altijd gewerkt aan en tegelijkertijd bevrediging gevonden in het verwerven van intellectuele bagage en het uitbouwen van mijn algemene ontwikkeling als basis voor mijn maatschappelijk functioneren en meer in het bijzonder voor de uitoefening van mijn journalistieke beroep. Het dagelijkse werken aan kennis en algemene ontwikkeling is een beetje een levensadagium geworden. Ik heb er ook latere stagiaires mee lastig gevallen door hen consequent voor te houden, dat ze iedere dag minstens 1 krant moeten lezen en aandachtig het 'achtuurjournaal' en een actualiteitenrubriek moeten volgen.
De berichten deden me denken aan mijn eigen studie aan de School voor de Journalistiek in Utrecht, in het midden van de jaren zestig. De dagopleiding was de eerste in zijn soort en ik was eén van de circa 350 studenten van de allereerste leergang. Die primeurstatus gaf landelijke bekendheid (rellen bij opening door prins Claus), maar had tegelijkertijd nogal wat nadelen, waaronder een lange reeks van pioniersactiviteiten en een dito lijst experimenten. En dat ook nog eens in een tijd waarin de democratisering van de samenleving en als onderdeel daarvan de onderwijswereld een piek bereikte. Voor een jonge Achterhoeker, opgegroeid in een beschermd en eigenlijk ook afgeschermd milieu, was de overgang van de hbs in zijn woonplaats naar het hbo-instituut in de Domstad een revolutionaire transformatie. Op 18-jarige leeftijd het ouderlijk huis uit, voor het eerst eigen verantwoordelijkheid dragend voor de inrichting van mijn leven, wennen aan een totaal nieuwe, stadse omgeving met heel veel nieuwe mensen èn studeren in een geheel andere aanpak dan voorheen op de hbs. Het kostte me aanvankelijk dan ook veel moeite te acclimatiseren in een totaal nieuwe woon- en studieomgeving, in een gloednieuw onderwijsinstituut dat op zijn beurt ook nog de weg moest zoeken en vinden.
Er is geen echte parallel tussen de recente kritiek op Hogeschool Inholland en mijn eigen studie aan de School voor de Journalistiek. Dat ik er toch aan moest denken heeft te maken met de overeenkomst tussen de 'zwaarte' van het studiepakket en de kennelijk ongedisciplineerde organisatie van de opleiding aan beide instituten.
Vooral in mijn eerste jaar op de School voor de Journalistiek was het studieprogramma erg experimenteel, rommelig en weinig doelgericht en adequaat. Het deed gerede twijfels ontstaan of ik bij het inslaan van de studierichting wel de juiste keuze had gemaakt. Al vanaf de lagere school (waar ik een muurkrant runde) wilde ik journalist worden. Ik heb er uiteindelijk nooit spijt van gehad die wens te hebben geëffectueerd via een studie aan de School voor de Journalistiek. Maar de kanttekening bij de inhoud en de zwaarte van de studie is op haar plaats. Deze werden naar mijn oordeel te veel bepaald door voortdurende experimenten en een onophoudelijk zoeken naar het juiste format. Er was weinig diepgang in vakken als economie, recht, sociologie, geschiedenis en cultuur. Het ontbreken van voldoende intellectuele diepgang is voor mij aanleiding geweest op zoek te gaan naar aanvullende studies, buiten de eigenlijke studie journalistiek om.
Ik heb eerst een studiepakket steno aangeschaft, omdat ik toen nog in de veronderstelling verkeerde met snelschrift in de nieuwsjournalistiek beter uit de voeten te kunnen. Deze 'studie' bloedde echter snel dood, omdat het onnut ervan steeds evidenter werd. Op zoek naar andere opties kwam ik terecht bij de politiek-sociale faculteit van de Universiteit van Amsterdam, waar ik al tijdens mijn hbs-tijd een zaterdagmiddagcursus journalistiek had gevolgd. Samen met een aantal medestudenten van de School voor de Journalistiek, die mijn kwalificaties van de opleiding tot dat moment deelden, heb ik me opgegeven voor de studierichtingen politicologie en geschiedenis. We volgden (avond)colleges en studeerden in werkgroepen, aanvankelijk met veel enthousiasme en het aangename gevoel nieuwe studiebevrediging te hebben gevonden. Na betrekkelijk korte tijd verminderde mijn animo om behalve in Utrecht ook nog eens de collegebanken in Amsterdam op te zoeken. Anders dan mijn collega-studenten, die overwegend in de hoofdstad woonden, moest ik steeds op en neer vanuit Utrecht. Dat kostte niet alleen extra geld, maar ook een zee van tijd die ik vervolgens tekort kwam in mijn sociale contacten. Ietwat in een sfeer van vertwijfeling vond ik gelukkig een uitweg. Ik ontdekte een veel gemakkelijker begaanbaar pad voor het (ver)volgen van de universitaire studie. In ruil voor af en toe een biertje mocht ik gebruik maken van zeer uitvoerige en heldere collegedictaten en van ander studiemateriaal van enkele collega-studenten die wel college liepen. Op mijn beurt leverde ik mijn collega-studenten kopieën van mijn 'Utrechtse' colleges. De kosten van de kopieën en consumpties wogen niet op tegen de reiskosten, ik bespaarde veel reistijd en kon zodoende toch een verdieping toevoegen aan mijn journalistieke studie!
Vooral door de combinatie van de studies journalistiek enerzijds en politicologie en geschiedenis anderzijds bewaar ik een goed gevoel aan mij studietijd. Ik heb altijd heel sterk de innerlijke opdracht gevoeld het door mijn ouders zuur verdiende studiegeld optimaal te moeten benutten. Zonder de aanvullende universitaire studies, die ik weliswaar maar ten dele heb gevolgd en die ook nooit tot een diploma hebben geleid, had ik aan mijn Utrechtse jaren waarschijnlijk niet het gevoel gehad aan die opdracht te hebben voldaan. Bovendien heeft mijn diploma van de School voor de Journalistiek door de toegevoegde component, meer dan anders waarschijnlijk het geval zou zijn geweest, toegevoegde intrinsieke waarde gekregen.
Na de afronding van de studie in Utrecht bloedden de nevenstudies geleidelijk dood, ook al omdat ik door stages het contact met mijn 'dictaatleveranciers' verloor. In een moment van refelectie heb ik wel eens betreurd niet meer te hebben gedaan met de academische opleiding. Wellicht had ik beter de normale studieweg kunnen volgen met dagelijkse colleges, met tentamens en een formeel afstudeerproject. Maar op andere momenten overweeg ik, dat het mij niet om een academische graad ging maar veeleer om 'geestelijke voeding'. Ik heb altijd gewerkt aan en tegelijkertijd bevrediging gevonden in het verwerven van intellectuele bagage en het uitbouwen van mijn algemene ontwikkeling als basis voor mijn maatschappelijk functioneren en meer in het bijzonder voor de uitoefening van mijn journalistieke beroep. Het dagelijkse werken aan kennis en algemene ontwikkeling is een beetje een levensadagium geworden. Ik heb er ook latere stagiaires mee lastig gevallen door hen consequent voor te houden, dat ze iedere dag minstens 1 krant moeten lezen en aandachtig het 'achtuurjournaal' en een actualiteitenrubriek moeten volgen.
Prins Lockheed
De afgelopen zondagen in oktober heb ik met veel belangstelling gekeken naar de VARA-tv-serie 'Den Uyl en de affaire Lockheed'. De miniserie is gebaseerd op de zogenaamde Lockheedaffaire uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Deze bracht in 1976 de Nederlandse monarchie op de rand van de afgrond.
De geschiedenis herleeft als de dag van gisteren als het hele verhaal op de beeldbuis nog eens wordt opgerakeld. Prins Bernhard zou in de jaren zestig en zeventig, in ruil voor 1,1 miljoen dollar, de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed geholpen hebben bij de verkoop van vliegtuigen aan Nederland. De feiten kwamen aan het licht tijdens openbare verhoren van een onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat. De affaire zorgde in Nederland voor veel commotie. Ik ben daar persoonlijk getuige van geweest, omdat ik in die periode als woordvoerder van het ministerie van Defensie in Den Haag werkzaam was. Op tal van momenten ben ik daar, in het epicentrum van de vaderlandse politiek, voor en achter de schermen, formeel, informeel en soms ook in het diepste geheim geconfronteerd met tal van aspecten van de affaire. Ik vermoed achteraf, dat ik niet eens altijd in de gaten heb gehad getuige te zijn geweest van een affaire die Nederland op zijn grondvesten deed schudden.
Op verzoek van het toenmalige centrum-linkse kabinet-Den Uyl onderzocht een zogenaamde Commissie van Drie, onder voorzitterschap van Europees rechter A. Donner, de juistheid van de beschuldigingen. De commissie liet weten na onderzoek geen sluitend bewijs te hebben gevonden voor de beschuldiging, dat Bernhard zélf het geld had ontvangen. Wel werden geldstromen naar de 'omgeving' van de prins ontdekt. Ze leidden naar drie personen: een onbekende met het pseudoniem Victor Baarn, een zekere Fred Meuser (een vriend van Bernhard) en ex-kolonel A.E. Pantchoulidzew (een vriend van de moeder van Bernhard). Het verslag van de commissie liet weinig aan duidelijkheid te wensen over. De prins had zich "aanvankelijk veel te lichtvaardig begeven in transacties, die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten''. Hij had zich "toegankelijk getoond voor onoirbare verlangens en aanbiedingen'' en zich laten verleiden tot "initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren".
De natie schrok van de openbaringen, maar Bernhard zelf leek allerminst onder de indruk van de bevindingen. Hij weigerde te erkennen dat hij 'ernstige fouten' gemaakt had. Zijn verklaring, opgenomen in de regeringsverklaring, ging niet verder dan het betuigen van "oprechte spijt" en onder meer het toegeven niet "de nodige zorgvuldigheid" in acht te hebben genomen.
Justitie hield, in opdracht van het kabinet, de handen van de zaak af. Die keuze was gebaseerd op politieke argumenten. Het kabinet voorzag namelijk ingrijpende gevolgen voor het constitutionele bestel. Een corruptieproces tegen de prins zou zonder twijfel zijn weerslag hebben gehad op de positie van Juliana. Prins Bernhard moest uiteindelijk als straf afstand doen van een aantal openbare functies en hij mocht geen militair uniform meer mogen dragen bij officiële gelegenheden. Vooral dat laatste heeft hem kennelijk diep gegriefd. Hoezeer hij aan de militaire uitmonstering verknocht was, bleek o.a. uit zijn latere verzoek aan de regering om in ieder geval in uniform begraven te mogen worden.
Terug naar de tvserie. Al vanaf het begin van de affaire weet Den Uyl, dat strafrechtelijke vervolging van de Prins der Nederlanden het einde van de monarchie kan betekenen. Aan de andere kant is niets doen ook geen optie. Dus moet hij op zoek naar een compromis. Niet onbelangrijk in het geheel is ook de vraag: in hoeverre het rapport van de Commissie van Drie in de openbaarheid moet en kan worden gebracht. Immers, niet alleen het lot van de monarchie staat op het spel, ook dat van het kabinet-Den Uyl zelf en van de PvdA. De tv-serie schildert het loodzware proces. Intrigerend zijn de rollen die 'mijn' minister van Defensie Henk Vredeling en partijcoryfee Marcel van Dam (staatssecretaris op Volkshuisvesting) in de serie spelen. Of deze rollen de feitelijke situatie van de jaren zeventig correct weergeven, kan ik niet beoordelen. Marcel van Dam ken ik alleen vanuit de media en uit enkele vluchtige gesprekken aan de bar van perscentrum Nieuwspoort, waar hij overigens vrijwel dagelijks, samen met collega-staatssecretaris Jan Schaefer en D66-minister Hans Gruyters vertoefde. In mijn herinnering leeft wel menige woedeuitbarsting van Vredeling aan het adres van 'de mof'' en allerlei kennelijk vertrouwelijke gesprekken van de minister in Nieuwspoort en het restaurant van de Tweede Kamer met o.a. journalisten van de parlementaire redactie van het Vrije Volk. De aanwezigheid van directeur voorlichting Ab Sligting en die van zijn plaatsvervanger Jack Querens en mij werd daarbij niet op prijs gesteld. Sterker nog, toen Ab Sligting (door Den Uyl als een soort 'waakhond' op Vredelings ministerie geposteerd om de nogal flamboyante bewindsman in de gaten te houden) zich in het borrelende gezelschap probeerde te voegen, werd hem keihard de deur van het perscentrum gewezen.
De tv-serie maakt gebruik van informatie uit de biografie Joop den Uyl 1919-1987, dromer en doordouwer van Anet Bleich. Zij schrijft daarin dat Den Uyl een aantal keren met de Commissie van Drie gesproken heeft. De precieze inhoud van de gesprekken is onbekend gebleven. Wel staat vast dat niet alle bevindingen van de commissie naar buiten zijn gebracht. Zo is een bijlage over een andere smeergeldaffaire van prins Bernhard die zich eind jaren zestig voltrok (de affaire Northrop) angstvallig achter de stalen deuren van de staatskluis opgeborgen. O.a. uit publicaties van het Vrije Volk was aan het licht gekomen, dat prins Bernhard ook in de weer is geweest voor Northrop, in België, Nederland en Duitsland. Den Uyl besloot de betreffende bijlage voor de Tweede Kamer en kabinetsleden te verzwijgen. Een tweede affaire zou de ondergang van de Nederlandse monarchie hebben betekend, zo zal de redenatie zijn geweest. In de tv-serie worden een paar momenten uitgelicht die volgens mij de stellingname van Den Uyl zouden kunnen hebben beïnvloed. Opvallend zijn bijvoorbeeld de in het proces allengs beter wordende banden met koningin Juliana. Zij noemt zichzelf op een gegeven moment in een briefje aan Den Uyl "uw oude praatpaal". Daarnaast wordt op meerdere momenten duidelijk, dat ook de angst voor de reactie van het Oranjegezinde deel van het volk, mocht de monarchie in het geding komen, de premier parten heeft gespeeld. Dit deel der natie zou zich tegen de Partij van de Arbeid kunnen keren. Die gedachte alleen al was een gruwel voor 'ome Joop'.
De geschiedenis herleeft als de dag van gisteren als het hele verhaal op de beeldbuis nog eens wordt opgerakeld. Prins Bernhard zou in de jaren zestig en zeventig, in ruil voor 1,1 miljoen dollar, de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed geholpen hebben bij de verkoop van vliegtuigen aan Nederland. De feiten kwamen aan het licht tijdens openbare verhoren van een onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat. De affaire zorgde in Nederland voor veel commotie. Ik ben daar persoonlijk getuige van geweest, omdat ik in die periode als woordvoerder van het ministerie van Defensie in Den Haag werkzaam was. Op tal van momenten ben ik daar, in het epicentrum van de vaderlandse politiek, voor en achter de schermen, formeel, informeel en soms ook in het diepste geheim geconfronteerd met tal van aspecten van de affaire. Ik vermoed achteraf, dat ik niet eens altijd in de gaten heb gehad getuige te zijn geweest van een affaire die Nederland op zijn grondvesten deed schudden.
Op verzoek van het toenmalige centrum-linkse kabinet-Den Uyl onderzocht een zogenaamde Commissie van Drie, onder voorzitterschap van Europees rechter A. Donner, de juistheid van de beschuldigingen. De commissie liet weten na onderzoek geen sluitend bewijs te hebben gevonden voor de beschuldiging, dat Bernhard zélf het geld had ontvangen. Wel werden geldstromen naar de 'omgeving' van de prins ontdekt. Ze leidden naar drie personen: een onbekende met het pseudoniem Victor Baarn, een zekere Fred Meuser (een vriend van Bernhard) en ex-kolonel A.E. Pantchoulidzew (een vriend van de moeder van Bernhard). Het verslag van de commissie liet weinig aan duidelijkheid te wensen over. De prins had zich "aanvankelijk veel te lichtvaardig begeven in transacties, die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten''. Hij had zich "toegankelijk getoond voor onoirbare verlangens en aanbiedingen'' en zich laten verleiden tot "initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren".
De natie schrok van de openbaringen, maar Bernhard zelf leek allerminst onder de indruk van de bevindingen. Hij weigerde te erkennen dat hij 'ernstige fouten' gemaakt had. Zijn verklaring, opgenomen in de regeringsverklaring, ging niet verder dan het betuigen van "oprechte spijt" en onder meer het toegeven niet "de nodige zorgvuldigheid" in acht te hebben genomen.
Justitie hield, in opdracht van het kabinet, de handen van de zaak af. Die keuze was gebaseerd op politieke argumenten. Het kabinet voorzag namelijk ingrijpende gevolgen voor het constitutionele bestel. Een corruptieproces tegen de prins zou zonder twijfel zijn weerslag hebben gehad op de positie van Juliana. Prins Bernhard moest uiteindelijk als straf afstand doen van een aantal openbare functies en hij mocht geen militair uniform meer mogen dragen bij officiële gelegenheden. Vooral dat laatste heeft hem kennelijk diep gegriefd. Hoezeer hij aan de militaire uitmonstering verknocht was, bleek o.a. uit zijn latere verzoek aan de regering om in ieder geval in uniform begraven te mogen worden.
Terug naar de tvserie. Al vanaf het begin van de affaire weet Den Uyl, dat strafrechtelijke vervolging van de Prins der Nederlanden het einde van de monarchie kan betekenen. Aan de andere kant is niets doen ook geen optie. Dus moet hij op zoek naar een compromis. Niet onbelangrijk in het geheel is ook de vraag: in hoeverre het rapport van de Commissie van Drie in de openbaarheid moet en kan worden gebracht. Immers, niet alleen het lot van de monarchie staat op het spel, ook dat van het kabinet-Den Uyl zelf en van de PvdA. De tv-serie schildert het loodzware proces. Intrigerend zijn de rollen die 'mijn' minister van Defensie Henk Vredeling en partijcoryfee Marcel van Dam (staatssecretaris op Volkshuisvesting) in de serie spelen. Of deze rollen de feitelijke situatie van de jaren zeventig correct weergeven, kan ik niet beoordelen. Marcel van Dam ken ik alleen vanuit de media en uit enkele vluchtige gesprekken aan de bar van perscentrum Nieuwspoort, waar hij overigens vrijwel dagelijks, samen met collega-staatssecretaris Jan Schaefer en D66-minister Hans Gruyters vertoefde. In mijn herinnering leeft wel menige woedeuitbarsting van Vredeling aan het adres van 'de mof'' en allerlei kennelijk vertrouwelijke gesprekken van de minister in Nieuwspoort en het restaurant van de Tweede Kamer met o.a. journalisten van de parlementaire redactie van het Vrije Volk. De aanwezigheid van directeur voorlichting Ab Sligting en die van zijn plaatsvervanger Jack Querens en mij werd daarbij niet op prijs gesteld. Sterker nog, toen Ab Sligting (door Den Uyl als een soort 'waakhond' op Vredelings ministerie geposteerd om de nogal flamboyante bewindsman in de gaten te houden) zich in het borrelende gezelschap probeerde te voegen, werd hem keihard de deur van het perscentrum gewezen.
De tv-serie maakt gebruik van informatie uit de biografie Joop den Uyl 1919-1987, dromer en doordouwer van Anet Bleich. Zij schrijft daarin dat Den Uyl een aantal keren met de Commissie van Drie gesproken heeft. De precieze inhoud van de gesprekken is onbekend gebleven. Wel staat vast dat niet alle bevindingen van de commissie naar buiten zijn gebracht. Zo is een bijlage over een andere smeergeldaffaire van prins Bernhard die zich eind jaren zestig voltrok (de affaire Northrop) angstvallig achter de stalen deuren van de staatskluis opgeborgen. O.a. uit publicaties van het Vrije Volk was aan het licht gekomen, dat prins Bernhard ook in de weer is geweest voor Northrop, in België, Nederland en Duitsland. Den Uyl besloot de betreffende bijlage voor de Tweede Kamer en kabinetsleden te verzwijgen. Een tweede affaire zou de ondergang van de Nederlandse monarchie hebben betekend, zo zal de redenatie zijn geweest. In de tv-serie worden een paar momenten uitgelicht die volgens mij de stellingname van Den Uyl zouden kunnen hebben beïnvloed. Opvallend zijn bijvoorbeeld de in het proces allengs beter wordende banden met koningin Juliana. Zij noemt zichzelf op een gegeven moment in een briefje aan Den Uyl "uw oude praatpaal". Daarnaast wordt op meerdere momenten duidelijk, dat ook de angst voor de reactie van het Oranjegezinde deel van het volk, mocht de monarchie in het geding komen, de premier parten heeft gespeeld. Dit deel der natie zou zich tegen de Partij van de Arbeid kunnen keren. Die gedachte alleen al was een gruwel voor 'ome Joop'.
maandag 11 oktober 2010
Voetbal ontaardt
Nigel de Jong is door KNVB-bondscoach Bert van Marwijk voor twee wedstrijden uit de selectie van het Nederlands voetbalelftal gezet. In zijn aard een terecht, edoch zeer mild besluit. De middenvelder heeft zich herhaalde malen met keihard spel en beestachtige tackles misdragen en nu met zijn woeste actie als voorlopig 'hoogtepunt' een tegenspeler een dubbele beenbreuk bezorgd. De Jong is een pure recidivist, die nooit wroeging heeft getoond en die nooit enige les uit zijn eerdere misdragingen heeft getrokken. De karatetrap die De Jong uitdeelde in de finale van het WK tegen Spanje was daar een bevestiging van. De onbesuisde charge die, volstrekt onbegrijpelijk, slechts met een gele kaart werd afgedaan, was voor mij, in combinatie met het harde en unfaire spel van andere Nederlandse spelers, aanleiding de tv onmiddellijk uit te zetten. Het was voor mij de spreekwoordelijke druppel in de emmer die enkele jaren eerder al flink was volgelopen in de EK-kwartfinale van Oranje tegen Portugal.
De aanvoerder van het Nederlands elftal, Mark van Bommel, nam De Jong na het besluit van schoonvader Van Marwijk in bescherming. Volgens Van Bommel heeft De Jong pech dat hij nu een dubbele beenbreuk op zijn geweten heeft, terwijl het honderd keer wel goed afloopt bij zulke tackles. Van Bommels verdediging lijkt loyaal tegenover zijn teamgenoot. De opmerkingen getuigen volgens NRC/Handelsblad echter van een foute mentaliteit, een algemene mentaliteit die kenmerkend is voor de verloedering die het hedendaagse voetbal al enkele decennia teistert. De grove overtredingen en andere onsportieve gedragingen zoals het spugen naar tegenstanders, hebben te maken met normvervaging. Die kwam ook al tot uiting in het spel van het gelouterde Oranjeteam dat tweede werd bij het WK van 1974. Maar de journalist die daar publiekelijk iets van zei, Ben de Graaf , werd door de spelers in het zwembad gegooid.
Het recente wangedrag van De Jong is door een andere journalist, Hugo Borst van het Algemeen Dagblad, als crimineel betiteld. Die kwalificatie ging menigeen te ver, mij niet. Ik ben het eens met de columnist van NRC/Handelsblad die schreef: "Verplaats de wilde overtredingen van het veld naar de straat en de roep om hard optreden van politie en justitie zou luid klinken."
De schuld voor de ontaarding van het moderne voetbal ligt overigens niet alleen bij de gewraakte spelers. Ook andere betrokkenen zijn er debet aan, zoals medespelers, trainers, bestuursleden, scheidsrechters, officials en tuchtcommissies. Het probleem is, dat abnormale spelersgedragingen op het veld tegenwoordig als normaal worden betiteld, "omdat ze nu eenmaal behoren bij het hedendaagse professionele voetbal". Coaches menen dat wedstrijden niet meer te winnen zijn zonder brekers van het ‘type-De Jong’. De lichte straf voor De Jong weerspiegelt, vrees ik, de nieuwe kijk op het voetbal. In de wedstrijd zelf kreeg hij niet eens een kaart. Van Marwijk zet hem even aan de kant maar heeft zijn terugkeer op de velden al aangekondigd. Het probleem is dat het abnormale normaal is geworden bij het voetbal, ook als dat geheel in strijd met de spelregels is. Zonder drastische ingrepen zal het voetbal verder ontaarden en zal het echt oorlog worden op de groene grasmat.
De aanvoerder van het Nederlands elftal, Mark van Bommel, nam De Jong na het besluit van schoonvader Van Marwijk in bescherming. Volgens Van Bommel heeft De Jong pech dat hij nu een dubbele beenbreuk op zijn geweten heeft, terwijl het honderd keer wel goed afloopt bij zulke tackles. Van Bommels verdediging lijkt loyaal tegenover zijn teamgenoot. De opmerkingen getuigen volgens NRC/Handelsblad echter van een foute mentaliteit, een algemene mentaliteit die kenmerkend is voor de verloedering die het hedendaagse voetbal al enkele decennia teistert. De grove overtredingen en andere onsportieve gedragingen zoals het spugen naar tegenstanders, hebben te maken met normvervaging. Die kwam ook al tot uiting in het spel van het gelouterde Oranjeteam dat tweede werd bij het WK van 1974. Maar de journalist die daar publiekelijk iets van zei, Ben de Graaf , werd door de spelers in het zwembad gegooid.
Het recente wangedrag van De Jong is door een andere journalist, Hugo Borst van het Algemeen Dagblad, als crimineel betiteld. Die kwalificatie ging menigeen te ver, mij niet. Ik ben het eens met de columnist van NRC/Handelsblad die schreef: "Verplaats de wilde overtredingen van het veld naar de straat en de roep om hard optreden van politie en justitie zou luid klinken."
De schuld voor de ontaarding van het moderne voetbal ligt overigens niet alleen bij de gewraakte spelers. Ook andere betrokkenen zijn er debet aan, zoals medespelers, trainers, bestuursleden, scheidsrechters, officials en tuchtcommissies. Het probleem is, dat abnormale spelersgedragingen op het veld tegenwoordig als normaal worden betiteld, "omdat ze nu eenmaal behoren bij het hedendaagse professionele voetbal". Coaches menen dat wedstrijden niet meer te winnen zijn zonder brekers van het ‘type-De Jong’. De lichte straf voor De Jong weerspiegelt, vrees ik, de nieuwe kijk op het voetbal. In de wedstrijd zelf kreeg hij niet eens een kaart. Van Marwijk zet hem even aan de kant maar heeft zijn terugkeer op de velden al aangekondigd. Het probleem is dat het abnormale normaal is geworden bij het voetbal, ook als dat geheel in strijd met de spelregels is. Zonder drastische ingrepen zal het voetbal verder ontaarden en zal het echt oorlog worden op de groene grasmat.
zondag 10 oktober 2010
Noordkoreaanse openheid
De bijzondere datum 10-10-10 heeft vandaag niet alleen voor de Nederlandse Antillen maar ook in Noord-Korea een bijzondere invulling gekregen. Tot nog toe was het land vrijwel hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Vandaag echter werd voor het eerst in de geschiedenis van dit ouderwets communistische en dictatoriaal geregeerde land door de machthebbers een website in de lucht gebracht. Ook werden de internationale media afgelopen weekend volslagen onverwacht uitgenodigd om vanuit de hoofdstad Pyongyang verslag te doen van een grote militaire parade ter gelegenheid van de 65ste verjaardag van de regerende Arbeiderspartij. Zo wist de NOS afgelopen weekend als eerste buitenlandse omroep een live satellietverbinding te maken vanuit Pyongyang. Voor Noordkoreaanse begrippen zijn deze even onverwachte als ongewone daden van openheid ontwikkelingen waarop rustig het etiket 'revolutionair' geplakt zou kunnen worden.
De uitnodiging aan buitenlandse journalisten heeft mogelijk te maken met een komende machtswisseling in de Noordkoreaanse hoofdstad. De huidige leider Kim Jong-il is al geruime tijd ernstig ziek. Hij was bij de parade aanwezig, samen met zijn zoon en vermoedelijke opvolger Kim Jong-un. Verwacht wordt dat Kim Jong-un, die onlangs - als een soort voorbode - enkele hoge politieke functies en een generaalsrang kreeg bij de Noordkoreaanse strijdkrachten, binnen afzienbare tijd de touwtjes van zijn vader zal overnemen.
De moderne geschiedenis van Noord-Korea begint op 15 augustus 1945. Korea was toen, sinds 1910, bezet door Japan, een situatie waaraan een einde kwam tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, met de atoombom op Hiroshima en Nagasaki en vervolgens de overgave van Japan. Het bewind over Korea werd verdeeld: het zuidelijke deel werd bezet door de Amerikanen en het noorden door de Sovjet-Unie. Onder invloed van de Sovjet-machthebbers kwam op 29 augustus 1946 Noord-Korea's communistische partij aan de macht, onder leiding van Kim Tubong en Kim il Sung. De partij voerde politieke en economische hervormingen door waarbij niet-communistische invloeden werden uitgeschakeld, religie werd onderdrukt en een partij-geleide economie werd ingesteld.
In juni 1950 viel het Noordkoreaanse leger Zuid-Korea binnen, het begin van wat bekend zou worden als de Koreaanse oorlog. Deze eindigde in juli 1953 door tussenkomst van de Verenigde Naties in de vorm van een wapenstilstand die tot op de dag van vandaag voortduurt. Sinds het moratorium staan de legers van de twee landen oog in oog met elkaar aan weerszijden van de gedemilitariseerde zone.
De zogenaamde 'vergeten oorlog' heeft aan beide kanten miljoenen levens gekost. In de oorlog werd Noord-Korea geholpen door China, Zuid-Korea door de Verenigde Staten, onder de vlag van de Verenigde Naties. Ook enkele duizenden militairen van de Nederlandse krijgsmacht waren betrokken bij de oorlogshandelingen. In mijn militaire diensttijd (het overgrote deel daarvan bracht ik als jong officier door op de Sectie Voorlichting, Vorming en Psychologische Oorlogsvoering op het hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht in de Prinses Julianakazerne in Den Haag) heb ik enkele brochures geschreven over dit hoofdstuk in de Nederlandse krijgsgeschiedenis.
In de jaren zestig van de vorige eeuw begon Noord-Korea zich af te wenden van Russische bemoeienis, terwijl de opstelling tegenover Zuid-Korea feller werd. In dat decennium waren er verscheidene gewelddadige incidenten. Toch kwamen Noord- en Zuid-Korea op 4 juli 1970 met een gezamenlijke verklaring dat door beide partijen naar wegen tot hereniging gezocht zou worden. Deze sorteerden echter tot de dag van vandaag geen enkel effect. Ook in het begin van het nieuwe millennium bleven de spanningen, incidenten en wederzijds machtsvertoon (o.a. Noordkoreaanse kernproeven) voortduren. Het meest recente incident dateert van maart van dit jaar toen Noord-Korea een Zuidkoreaans oorlogsschip tot zinken bracht, waarna Noord-Korea dreigde met een kernoorlog bij eventuele sancties.
De uitnodiging aan buitenlandse journalisten heeft mogelijk te maken met een komende machtswisseling in de Noordkoreaanse hoofdstad. De huidige leider Kim Jong-il is al geruime tijd ernstig ziek. Hij was bij de parade aanwezig, samen met zijn zoon en vermoedelijke opvolger Kim Jong-un. Verwacht wordt dat Kim Jong-un, die onlangs - als een soort voorbode - enkele hoge politieke functies en een generaalsrang kreeg bij de Noordkoreaanse strijdkrachten, binnen afzienbare tijd de touwtjes van zijn vader zal overnemen.
De moderne geschiedenis van Noord-Korea begint op 15 augustus 1945. Korea was toen, sinds 1910, bezet door Japan, een situatie waaraan een einde kwam tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, met de atoombom op Hiroshima en Nagasaki en vervolgens de overgave van Japan. Het bewind over Korea werd verdeeld: het zuidelijke deel werd bezet door de Amerikanen en het noorden door de Sovjet-Unie. Onder invloed van de Sovjet-machthebbers kwam op 29 augustus 1946 Noord-Korea's communistische partij aan de macht, onder leiding van Kim Tubong en Kim il Sung. De partij voerde politieke en economische hervormingen door waarbij niet-communistische invloeden werden uitgeschakeld, religie werd onderdrukt en een partij-geleide economie werd ingesteld.
In juni 1950 viel het Noordkoreaanse leger Zuid-Korea binnen, het begin van wat bekend zou worden als de Koreaanse oorlog. Deze eindigde in juli 1953 door tussenkomst van de Verenigde Naties in de vorm van een wapenstilstand die tot op de dag van vandaag voortduurt. Sinds het moratorium staan de legers van de twee landen oog in oog met elkaar aan weerszijden van de gedemilitariseerde zone.
De zogenaamde 'vergeten oorlog' heeft aan beide kanten miljoenen levens gekost. In de oorlog werd Noord-Korea geholpen door China, Zuid-Korea door de Verenigde Staten, onder de vlag van de Verenigde Naties. Ook enkele duizenden militairen van de Nederlandse krijgsmacht waren betrokken bij de oorlogshandelingen. In mijn militaire diensttijd (het overgrote deel daarvan bracht ik als jong officier door op de Sectie Voorlichting, Vorming en Psychologische Oorlogsvoering op het hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht in de Prinses Julianakazerne in Den Haag) heb ik enkele brochures geschreven over dit hoofdstuk in de Nederlandse krijgsgeschiedenis.
In de jaren zestig van de vorige eeuw begon Noord-Korea zich af te wenden van Russische bemoeienis, terwijl de opstelling tegenover Zuid-Korea feller werd. In dat decennium waren er verscheidene gewelddadige incidenten. Toch kwamen Noord- en Zuid-Korea op 4 juli 1970 met een gezamenlijke verklaring dat door beide partijen naar wegen tot hereniging gezocht zou worden. Deze sorteerden echter tot de dag van vandaag geen enkel effect. Ook in het begin van het nieuwe millennium bleven de spanningen, incidenten en wederzijds machtsvertoon (o.a. Noordkoreaanse kernproeven) voortduren. Het meest recente incident dateert van maart van dit jaar toen Noord-Korea een Zuidkoreaans oorlogsschip tot zinken bracht, waarna Noord-Korea dreigde met een kernoorlog bij eventuele sancties.
zondag 3 oktober 2010
Duitse hereniging
Duitsland viert zijn twintigste verjaardag. Vandaag, 3 oktober, is het precies twee decennia geleden dat de toenmalige Deutsche Demokratische Republik DDR en de Bondsrepubliek West-Duitsland onder één dak werden herenigd. Maar van een eenheid is nog steeds geen sprake. Integendeel. Als je alle media-aandacht rond de verjaardag wat nader onder de loep neemt, zou je zelfs kunnen concluderen, dat de Ossies en de Wessies weer uit elkaar groeien.
De verschillen tussen oost en west zijn inderdaad nog steeds groot. Oostduitsers verdienen volgens een bericht in het grootste landelijke dagblad gemiddeld 400 euro bruto per maand minder dan West-Duitsers. Ze wonen in huizen die gemiddeld 22 vierkante meter kleiner zijn. Sinds de eenwording zijn per saldo zo'n 1,8 miljoen Oostduitsers verhuisd van Oost- naar West-Duitsland, op zoek naar een betere toekomst. Vooral jongeren en kansrijken trokken weg. Complete stadswijken en plattelandsgebieden liepen leeg, steden als Dresden en Rostock vergrijzen in adembenemend tempo.
Ook de vooroordelen over 'Besser-Wessies' en 'Jammer-Ossies' zijn volgens de Vrije Universiteit van Berlijn de laatste jaren weer toegenomen. Eigenlijk is 'Wiedervereinigung' anno 2010 een titel die de lading al lang niet meer in alle opzichten dekt. Volgens velen is er nog een lange weg te gaan voordat Duitsland weer één natie is. Van de Westduitsers vindt 47 procent de eenwording voltooid, in Oost-Duitsland is dat slechts 17 procent, ontdekte het Sozialwissenschaftliche Forschungszentrum Berlin-Brandenburg recent.
Politici doen, uiteraard zou je bijna zeggen, op de beeldbuis hun best de hereniging als een groot succes te verkopen. „Een wonder”, vindt bondskanselier Angela Merkel. „Een succesverhaal”, jubelt minister Thomas de Maizière (Binnenlandse Zaken). Zij doelen dan vooral op de gestegen welvaart in het oostelijke landsdeel. Inderdaad zijn de 'Ossies' er de afgelopen 20 jaar in materieel opzicht op vooruit gegaan. Maar vooral werklozen en ouderen in Oost-Duitsland voelen zich nog steeds tweederangsburgers. Velen hebben zelfs heimwee ("Ostalgie") naar de tijd van staatsraad Erich Honecker c.s., toen de staat DDR voor iedereen zorgde.
De Dag van de Eenheid, vandaag, moet helpen de verschillen te overbruggen. In vele steden heeft de overheid massale feesten gepland, in de media buitelen de bespiegelingen over de eenwording over elkaar heen. Maar de bevolking raakt niet erg opgewonden. Velen vierden in november vorig jaar al dat de Berlijnse Muur twintig jaar eerder was gevallen. Het slopen van de muur was een memorabeler en zichtbaarder feit om te vieren dan de papieren fusie van twee republieken.
Het wegvallen van de muur werd indertijd overigens redelijk argwanend bekeken door de toenmalige leiders van Frankrijk en Engeland, resp. Francois Mitterand en Margaret Thatcher. Zij waren bang voor een nieuw groot en sterk Duitsland, dat twee keer binnen een halve eeuw de wereld in een oorlog had gestort. De Sovjet-Unie legde de Duitsers nauwelijks een strobreed in de weg. Eigenlijk waren de eisen van Sojetleider Gorbatsjov marginaal: Duitsland mocht niet meer dan 370.000 soldaten legeren, het moest de naoorlogse grenzen van Polen erkennen en het mocht geen kernwapens produceren. Toen Duitsland deze toezeggingen ruimhartig deed en ook nog eens een flinke zak geld op het Kremlinplein dropte, was ook Moskou overstag.
Hoewel Thatcher en Gorbatsjov benadrukten, dat de hereniging geleidelijk moest verlopen, was deze al binnen een jaar na de val van de muur een feit. Een snelle hereniging was wel de wens van de meeste Duitsers. Maar achteraf gezien moet je constateren dat het tempo te hoog is geweest, met alle gevolgen vandien. Zo ging, door de 'westerse marktwerking', zo'n driekwart van de bedrijven in de voormalige DDR failliet en steeg de werkeloosheid er tot recordhoogte.
Na de hereniging ging iedereen ervan uit dat ook de Oostduitsers mee zouden gaan delen in de westerse welvaart. Nu blijkt dat de Ossies 'een emmertje achter de roeiboot zijn’, zoals een commentator in HP De Tijd het eens uitdrukte. Ook bij de Westduitsers was en is er overigens niet alom vreugde. Zij moesten extra belasting betalen om de Ossies te helpen de onder communistisch bewind opgelopen achterstand in te halen. Vooral in tijden waarin de broekriem toch al flink moet worden aangehaald, is dat niet bevorderlijk voor een goede onderlinge sfeer.
De verschillen tussen oost en west zijn inderdaad nog steeds groot. Oostduitsers verdienen volgens een bericht in het grootste landelijke dagblad gemiddeld 400 euro bruto per maand minder dan West-Duitsers. Ze wonen in huizen die gemiddeld 22 vierkante meter kleiner zijn. Sinds de eenwording zijn per saldo zo'n 1,8 miljoen Oostduitsers verhuisd van Oost- naar West-Duitsland, op zoek naar een betere toekomst. Vooral jongeren en kansrijken trokken weg. Complete stadswijken en plattelandsgebieden liepen leeg, steden als Dresden en Rostock vergrijzen in adembenemend tempo.
Ook de vooroordelen over 'Besser-Wessies' en 'Jammer-Ossies' zijn volgens de Vrije Universiteit van Berlijn de laatste jaren weer toegenomen. Eigenlijk is 'Wiedervereinigung' anno 2010 een titel die de lading al lang niet meer in alle opzichten dekt. Volgens velen is er nog een lange weg te gaan voordat Duitsland weer één natie is. Van de Westduitsers vindt 47 procent de eenwording voltooid, in Oost-Duitsland is dat slechts 17 procent, ontdekte het Sozialwissenschaftliche Forschungszentrum Berlin-Brandenburg recent.
Politici doen, uiteraard zou je bijna zeggen, op de beeldbuis hun best de hereniging als een groot succes te verkopen. „Een wonder”, vindt bondskanselier Angela Merkel. „Een succesverhaal”, jubelt minister Thomas de Maizière (Binnenlandse Zaken). Zij doelen dan vooral op de gestegen welvaart in het oostelijke landsdeel. Inderdaad zijn de 'Ossies' er de afgelopen 20 jaar in materieel opzicht op vooruit gegaan. Maar vooral werklozen en ouderen in Oost-Duitsland voelen zich nog steeds tweederangsburgers. Velen hebben zelfs heimwee ("Ostalgie") naar de tijd van staatsraad Erich Honecker c.s., toen de staat DDR voor iedereen zorgde.
De Dag van de Eenheid, vandaag, moet helpen de verschillen te overbruggen. In vele steden heeft de overheid massale feesten gepland, in de media buitelen de bespiegelingen over de eenwording over elkaar heen. Maar de bevolking raakt niet erg opgewonden. Velen vierden in november vorig jaar al dat de Berlijnse Muur twintig jaar eerder was gevallen. Het slopen van de muur was een memorabeler en zichtbaarder feit om te vieren dan de papieren fusie van twee republieken.
Het wegvallen van de muur werd indertijd overigens redelijk argwanend bekeken door de toenmalige leiders van Frankrijk en Engeland, resp. Francois Mitterand en Margaret Thatcher. Zij waren bang voor een nieuw groot en sterk Duitsland, dat twee keer binnen een halve eeuw de wereld in een oorlog had gestort. De Sovjet-Unie legde de Duitsers nauwelijks een strobreed in de weg. Eigenlijk waren de eisen van Sojetleider Gorbatsjov marginaal: Duitsland mocht niet meer dan 370.000 soldaten legeren, het moest de naoorlogse grenzen van Polen erkennen en het mocht geen kernwapens produceren. Toen Duitsland deze toezeggingen ruimhartig deed en ook nog eens een flinke zak geld op het Kremlinplein dropte, was ook Moskou overstag.
Hoewel Thatcher en Gorbatsjov benadrukten, dat de hereniging geleidelijk moest verlopen, was deze al binnen een jaar na de val van de muur een feit. Een snelle hereniging was wel de wens van de meeste Duitsers. Maar achteraf gezien moet je constateren dat het tempo te hoog is geweest, met alle gevolgen vandien. Zo ging, door de 'westerse marktwerking', zo'n driekwart van de bedrijven in de voormalige DDR failliet en steeg de werkeloosheid er tot recordhoogte.
Na de hereniging ging iedereen ervan uit dat ook de Oostduitsers mee zouden gaan delen in de westerse welvaart. Nu blijkt dat de Ossies 'een emmertje achter de roeiboot zijn’, zoals een commentator in HP De Tijd het eens uitdrukte. Ook bij de Westduitsers was en is er overigens niet alom vreugde. Zij moesten extra belasting betalen om de Ossies te helpen de onder communistisch bewind opgelopen achterstand in te halen. Vooral in tijden waarin de broekriem toch al flink moet worden aangehaald, is dat niet bevorderlijk voor een goede onderlinge sfeer.
woensdag 22 september 2010
Anderhalf jaar crisis
Het gaat met de Nederlandse economie weer de goeie kant op, laat het demissionaire kabinet Balkenende IV bij de presentatie van de Begroting 2011 op de derde dinsdag van september 2010 weten. Een schoorvoetende verbetering, maar toch. De crisis heeft in Nederland eigenlijk maar betrekkelijk kort geduurd. Dat zegt iets over de kracht en vitaliteit van onze staatshuishouding. En natuurlijk heeft ook de overheid het een en ander gedaan om te voorkomen dat we in een zompig moeras zouden wegzakken. Ook aan de beginkant van de crisisperiode heeft diezelfde overheid piketpaaltjes geslagen. Veel later dan andere, omringende landen kwam 'Den Haag' namelijk tot de conclusie, dat ook Nederland in een recessie terecht was gekomen. Om het geheugen wat op te frissen onderstaand een anderhalf jaar oud artikel van mijn hand over de plotselinge vaderlandse paniek op vrijdag de 13de februari 2009.
Het is koud buiten op deze februarimorgen, vrijdag 13 februari 2009. De thermometer in de weerhut geeft amper nul graden aan. De bomen druipen na van een korte maar felle sneeuwbui. Waterkou en een over het veld hangende grijze mistroostigheid nodigen niet uit de neus buiten de deur te steken. Binnen zorgt de journaallezer op de vaderlandse beeldbuis voor een navenant onaangename sfeer. Met een naadloos corresponderende dictie meldt hij, dat Nederland nu in een recessie verkeert. De economie is voor het derde achtereenvolgende kwartaal gekrompen, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferd. De arbeidsproductiviteit van de bedrijven is in het laatste kwartaal van 2008 afgenomen, geplande investeringen zijn teruggedraaid, de export zorgwekkend gedaald. Eigenlijk bevat het economisch weerbericht van het CBS nauwelijks verrassingen. De afgelopen maanden was iedereen al met berichten over dreigende economische rampspoed overspoeld. Maar nu is de recessie officieel. De cijfers van het CPB zorgen voor de onderbouwing, dat ook Nederland keihard door de economische crisis wordt getroffen.
Toch komt de klap, deze vrijdag de dertiende, keihard aan. Alle actualiteitenprogramma's van die avond concentreren hun aandacht op de dramatische terugval van de economie. Die economie boomde nog in het vroege voorjaar van 2008 en staat nu plots aan de rand van de afgrond. Volgens CBS-voorman Michiel Vergeer heeft vooral het tempo waarin de verslechtering zich de afgelopen maanden heeft voltrokken, hem en andere deskundigen verrast. Premier Jan Peter Balkenende erkent in zijn persconferentie na afloop van de wekelijkse ministerraad weliswaar dat Nederland alle zeilen zal moeten bijzetten, maar waarschuwt voor panische reacties van regeringszijde. We gaan er eens rustig over praten de komende dagen en kijken wat wijsheid is, was globaal zijn apaiserende reactie. Een reactie die later op de avond voor NOVA-presentatrice Clairy Polak aanleiding is nog eens fijntjes te refereren aan de historische woorden van Hendrik Colijn, uitgesproken kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog: Gaat u allen rustig slapen, de regering waakt.
Volgens oud-staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend heeft vooral het tempo van de verslechtering iedereen verrast, ook het kabinet. Op Prinsjesdag nog had vice-premier en minister van Financiën Wouter Bos, minzaam glimlachend in de camera's, geroepen dat het allemaal wel meevalt, dat de Nederlandse economie er beter voor staat dan andere en dat we een stootje kunnen hebben. Op vrijdag de dertiende februari 2009, minder dan een half jaar later, gaat het gesprek over 'ombuigingen' van 20 miljard euro, over kortingen op de pensioenen, over beperking van de hypotheekrenteaftrek, over verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Nederland lijkt enigermate in paniek, althans politiek en bedrijfsleven. De 'gewone Nederlander' leek tot nog toe nauwelijks wakker te liggen van donkere onweerswolken aan het economisch firmament. Hij maakt zich nog altijd meer zorgen over criminaliteit en veiligheid dan over de toestand van de economie, zo gaf medio februari de eerste Nationale Crisismeter van Goedemorgen Nederland en Intomart GFK aan.
De dagen na de openbaringen van het CBS komen er bitse commentaren en vooral insinuerende vragen. Heeft het kabinet de afgelopen tijd zitten slapen? Vooraanstaande economen uit binnen- en buitenland hadden immers al maandenlang geduid op dreigend economisch onweer? Of hebben Balkenende, Bos c.s. de werkelijke feiten doelbewust achtergehouden om het land en zichzelf voor onrust en kritiek te behoeden?
Financieel analist Kees de Kort constateert cynisch, dat zelfs het CPB nu het licht heeft gezien."Geen lachwekkende voorspellingen meer, maar cijfers die enig recht doen aan de ontstane realiteit. Een allereerste vereiste voor het nemen van verstandige maatregelen is immers het onder ogen zien en het accepteren van die realiteit."
Wouter Bos kan wel verklaren waarom hij plotseling, nog net niet van de ene dag op de andere, een totaal ander geluid laat horen. "In geen ander land is de situatie zo radicaal omgeslagen", zegt de minister van Financiën.
De economische voorspellingen zijn dramatisch. Het kabinet heeft amper ruimte om banen te scheppen of het begrotingstekort te beteugelen. Het gitzwarte scenario dat het CPB voor de economie schetst – een krimp van 3,5 procent, verdubbeling van de werkloosheid – maakt één ding pijnlijk duidelijk: de hoop dat Nederland tamelijk ongehavend de crisis kan doorstaan, is ongegrond. De open economie die zoveel welvaart bracht, is nu de grote boosdoener. Het kernprobleem is de wereldhandel. Die daalt met bijna 10 procent en dat voelt Nederland direct. We gaan in een half jaar van een begrotingsoverschot van 1 procent naar een tekort van 5,5 procent. Dat is bijna 40 miljard euro, aldus Haagse rekenmeesters.
Dat de politiek zo geschokt reageert op de negatieve voorspellingen van het CPB is volgens dekundigen niet verbazingwekkend, ook al was uit de cijfers van bedrijven al langer gebleken dat het slecht gaat. "De recessie is lange tijd nogal ongrijpbaar geweest en nu wordt ineens concreet waar wij voor staan", zegt Fred van Raaij, hoogleraar gedragseconomie aan de universiteit van Tilburg. Maar Balkenende en Teulings mogen die schok niet etaleren, vindt Van Raaij. Daar worden mensen onzeker van. " De uitstraling van 'wij weten het ook niet meer' is een heel verkeerde."
We praten elkaar de crisis aan, meent Van Raaij. "Het gevolg van de paniek is dat zowel het bedrijfsleven als de consument doet wat individueel het meest voor de hand ligt. Ze houden de hand op de knip en durven geen risico's te nemen. Dat is op zich begrijpelijk. maar al dat individuele gedrag bij elkaar opgeteld is fnuikend. Je krijgt de bekende selffulfilling prophecy".
In Management Team van 20 februari 2009 geeft advocaat arbeidsrecht Marcus Draaisma een aardige metafoor voor de financiële crisis: een binnenzee waarvan het waterpeil flink aan het dalen is. "Eerst worden aan de kusten de randen van de zee zichtbaar. Daarna zien we door het zakkende water steeds meer voorheen verhulde zaken aann het daglicht komen, tot we tenslotte op de bodem belanden. Daar, in die overdrachtelijke blubber, zien we tenslotte alle ellende die jarenlang verborgen is geweest, maar die de zee wel al die tijd heeft vervuild. Bij de overheid zien we nu bijvoorbeeld veel corruptiegevallen opduiken. Aanbestedingen kunnen door de crisis ineens helemaal niet doorgaan of blijken tegen veel lagere kosten te kunnen dan een corrupte ambtenaar ooit berekend heeft.. Draaisma voegt eraan toe dat ook in het bedrijfsleven vanalles komt bovendrijven, zoals boekhoudfraudes, superbeleggers die frauderen, bankiers die al te gretig speculeren. De advocaat vraagt zich ook af welke definitie raden van bestuur en raden van commissarissen hebben gegevens aan het begrip integriteit bij het regelen van absurde bonussen....
Balkenende vergeleek de op ons afstormende crisis met de Grote Depressie van de jaren dertig, zoals de Amerikanen dat al een half jaar eerder hadden gedaan. Je kon geen Amerikaans tijdschrift openslaan of de crisis van toen werd vergeleken met de crisis van nu, president Roosevelt van toen met president Obama van nu. De overeenkomsten zijn frappant én griezelig, aldus columnist Jan Paalman in DeGelderlander: "De crash van 1929 werd net als de huidige crisis veroorzaakt door onverantwoordelijke hebzucht. En met bijna dezelfde gevolgen. Van de ene dag op de andere durfden banken geen geld meer uit te lenen, werden hypotheken onbetaalbaar, verdampten miljarden dollars en lag de autoindustrie op zijn gat – net als nu. President Hoover, de Bush van toen, wilde niet ingrijpen omdat de staat het probleem zou zijn en niet de oplossing. Dit veranderde in 1932 toen Franklin Delano Roosevelt op het dieptepunt van de crisis Hoover opvolgde. Roosevelt nam resoluut de economische touwtjes in handen. Hij besteedde grote publieke projecten aan. Hij pompte geld in de economie. Liet mensen desnoods zinloos werk doen, geheel volgens het recept van de econoom John Maynard Keynes. Desnoods gaten laten graven en dan weer dichtgooien, want alles is beter dan werkloosheid. Want met dat inkomen wordt weer de fietsenmaker, de bakker en de slager betaald en die kunnen dan hun personeel weer betalen. Door geld te laten rollen, blijven mensen aan de bak. En nu zie je de regeringsleiders bijna dezelfde plannen maken. Keynes is weer de economische held van de dag en de staat neemt de economische touwtjes weer strak in handen."
Roosevelt maakte evenwel geen einde aan de economische neergang. Af en toe krabbelde de economie weer op, om dan prompt weer te duikelen. Nog in 1937, negen jaar na de crash, belandde de Amerikaanse economie alsnog in een diep dal. Uiteindelijk zou de Grote Depressie tien jaar duren. Het eerste herstel kwam door de internationale herbewapening in de late jaren dertig. De VS klommen pas definitief uit het economische zwarte gat dankzij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De oorlog bracht veel werk aan de winkel.....
Volgens Arjen van Witteloostuyn, hoogleraar institutionele economie aan de Universiteit van Utrecht, is de huidige crisis uniek. Hij geeft daarvoor een drietal redenen. Ten eerste is de aanleiding bijzonder, een bankencrisis op deze schaal is sinds de jaren '30 niet voorgekomen. Ten tweede is de wereldeconomie tegenwoordig volledig met elkaar verweven. Niet één land, maar iedereen zit in zak en as. Ten derde is de economische structuur veel flexibeler, dankzij de ICT-revolutie, waardoor deze snel kan wegglijden. De hoogleraar: "De kortetermijnshebzucht zal verdwijnen. Het kapitalistische systeem had jarenlang een grote weeffout. Reagan en Tatcher verklaarden de markt heilig en gaven privatisering en deregulering voorrang. Daarnaast ging aandeelhouderswaarde steeds meer centraal staan. Dit zorgde voor teveel vrijheid, waardoor men vooral geld ging scheppen op de korte termijn. Een economie van hebzucht dus. Zaken rond Enron en Ahold waren signalen die als rode vlag hadden moeten dienen."
Eén ding staat vast: de crisis maakte de zwakke plekken zichtbaar.
Maar een crisis heeft ook positieve kanten, vindt althans Ben Verwaayen, de succesvolle Nederlandse ceo van het Frans-Amerikaanse Alcatel-Lucent: "Als je dingen wilt veranderen, is de crisis een zegen". Zijn recept: 'Vergeet verworven rechten. Begin met een schone lei. En investeer in drie dingen: onderwijs, onderwijs en onderwijs.' Verwaayen geldt als de man die het Britse telecombedrijf niet alleen van de ondergang redde, maar - door strak en compromisloos te kiezen voor een strategie vol vernieuwing - ook weer liet opbloeien. Beroepsmatig vindt hij een crisis zelfs leuk. "Omdat je dan het vermogen hebt om datgene uit mensen te halen wat je anders niet ziet." Mijn credo, zegt Verwaayen: "Geen betere tijd dan crisistijd".
N.B.: In mijn tijd als voorlichter van het ministerie van Defensie had ik veelvuldig contact met Ben Verwaayen. Hij was toen voorzitter van de Algemene Vereniging van Nederlandse Militairen AVNM, de 'rechtse' tegenhanger van de toenmalige Vereniging van Dienstplichtige Militairen VVDM.
Het is koud buiten op deze februarimorgen, vrijdag 13 februari 2009. De thermometer in de weerhut geeft amper nul graden aan. De bomen druipen na van een korte maar felle sneeuwbui. Waterkou en een over het veld hangende grijze mistroostigheid nodigen niet uit de neus buiten de deur te steken. Binnen zorgt de journaallezer op de vaderlandse beeldbuis voor een navenant onaangename sfeer. Met een naadloos corresponderende dictie meldt hij, dat Nederland nu in een recessie verkeert. De economie is voor het derde achtereenvolgende kwartaal gekrompen, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferd. De arbeidsproductiviteit van de bedrijven is in het laatste kwartaal van 2008 afgenomen, geplande investeringen zijn teruggedraaid, de export zorgwekkend gedaald. Eigenlijk bevat het economisch weerbericht van het CBS nauwelijks verrassingen. De afgelopen maanden was iedereen al met berichten over dreigende economische rampspoed overspoeld. Maar nu is de recessie officieel. De cijfers van het CPB zorgen voor de onderbouwing, dat ook Nederland keihard door de economische crisis wordt getroffen.
Toch komt de klap, deze vrijdag de dertiende, keihard aan. Alle actualiteitenprogramma's van die avond concentreren hun aandacht op de dramatische terugval van de economie. Die economie boomde nog in het vroege voorjaar van 2008 en staat nu plots aan de rand van de afgrond. Volgens CBS-voorman Michiel Vergeer heeft vooral het tempo waarin de verslechtering zich de afgelopen maanden heeft voltrokken, hem en andere deskundigen verrast. Premier Jan Peter Balkenende erkent in zijn persconferentie na afloop van de wekelijkse ministerraad weliswaar dat Nederland alle zeilen zal moeten bijzetten, maar waarschuwt voor panische reacties van regeringszijde. We gaan er eens rustig over praten de komende dagen en kijken wat wijsheid is, was globaal zijn apaiserende reactie. Een reactie die later op de avond voor NOVA-presentatrice Clairy Polak aanleiding is nog eens fijntjes te refereren aan de historische woorden van Hendrik Colijn, uitgesproken kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog: Gaat u allen rustig slapen, de regering waakt.
Volgens oud-staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend heeft vooral het tempo van de verslechtering iedereen verrast, ook het kabinet. Op Prinsjesdag nog had vice-premier en minister van Financiën Wouter Bos, minzaam glimlachend in de camera's, geroepen dat het allemaal wel meevalt, dat de Nederlandse economie er beter voor staat dan andere en dat we een stootje kunnen hebben. Op vrijdag de dertiende februari 2009, minder dan een half jaar later, gaat het gesprek over 'ombuigingen' van 20 miljard euro, over kortingen op de pensioenen, over beperking van de hypotheekrenteaftrek, over verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Nederland lijkt enigermate in paniek, althans politiek en bedrijfsleven. De 'gewone Nederlander' leek tot nog toe nauwelijks wakker te liggen van donkere onweerswolken aan het economisch firmament. Hij maakt zich nog altijd meer zorgen over criminaliteit en veiligheid dan over de toestand van de economie, zo gaf medio februari de eerste Nationale Crisismeter van Goedemorgen Nederland en Intomart GFK aan.
De dagen na de openbaringen van het CBS komen er bitse commentaren en vooral insinuerende vragen. Heeft het kabinet de afgelopen tijd zitten slapen? Vooraanstaande economen uit binnen- en buitenland hadden immers al maandenlang geduid op dreigend economisch onweer? Of hebben Balkenende, Bos c.s. de werkelijke feiten doelbewust achtergehouden om het land en zichzelf voor onrust en kritiek te behoeden?
Financieel analist Kees de Kort constateert cynisch, dat zelfs het CPB nu het licht heeft gezien."Geen lachwekkende voorspellingen meer, maar cijfers die enig recht doen aan de ontstane realiteit. Een allereerste vereiste voor het nemen van verstandige maatregelen is immers het onder ogen zien en het accepteren van die realiteit."
Wouter Bos kan wel verklaren waarom hij plotseling, nog net niet van de ene dag op de andere, een totaal ander geluid laat horen. "In geen ander land is de situatie zo radicaal omgeslagen", zegt de minister van Financiën.
De economische voorspellingen zijn dramatisch. Het kabinet heeft amper ruimte om banen te scheppen of het begrotingstekort te beteugelen. Het gitzwarte scenario dat het CPB voor de economie schetst – een krimp van 3,5 procent, verdubbeling van de werkloosheid – maakt één ding pijnlijk duidelijk: de hoop dat Nederland tamelijk ongehavend de crisis kan doorstaan, is ongegrond. De open economie die zoveel welvaart bracht, is nu de grote boosdoener. Het kernprobleem is de wereldhandel. Die daalt met bijna 10 procent en dat voelt Nederland direct. We gaan in een half jaar van een begrotingsoverschot van 1 procent naar een tekort van 5,5 procent. Dat is bijna 40 miljard euro, aldus Haagse rekenmeesters.
Dat de politiek zo geschokt reageert op de negatieve voorspellingen van het CPB is volgens dekundigen niet verbazingwekkend, ook al was uit de cijfers van bedrijven al langer gebleken dat het slecht gaat. "De recessie is lange tijd nogal ongrijpbaar geweest en nu wordt ineens concreet waar wij voor staan", zegt Fred van Raaij, hoogleraar gedragseconomie aan de universiteit van Tilburg. Maar Balkenende en Teulings mogen die schok niet etaleren, vindt Van Raaij. Daar worden mensen onzeker van. " De uitstraling van 'wij weten het ook niet meer' is een heel verkeerde."
We praten elkaar de crisis aan, meent Van Raaij. "Het gevolg van de paniek is dat zowel het bedrijfsleven als de consument doet wat individueel het meest voor de hand ligt. Ze houden de hand op de knip en durven geen risico's te nemen. Dat is op zich begrijpelijk. maar al dat individuele gedrag bij elkaar opgeteld is fnuikend. Je krijgt de bekende selffulfilling prophecy".
In Management Team van 20 februari 2009 geeft advocaat arbeidsrecht Marcus Draaisma een aardige metafoor voor de financiële crisis: een binnenzee waarvan het waterpeil flink aan het dalen is. "Eerst worden aan de kusten de randen van de zee zichtbaar. Daarna zien we door het zakkende water steeds meer voorheen verhulde zaken aann het daglicht komen, tot we tenslotte op de bodem belanden. Daar, in die overdrachtelijke blubber, zien we tenslotte alle ellende die jarenlang verborgen is geweest, maar die de zee wel al die tijd heeft vervuild. Bij de overheid zien we nu bijvoorbeeld veel corruptiegevallen opduiken. Aanbestedingen kunnen door de crisis ineens helemaal niet doorgaan of blijken tegen veel lagere kosten te kunnen dan een corrupte ambtenaar ooit berekend heeft.. Draaisma voegt eraan toe dat ook in het bedrijfsleven vanalles komt bovendrijven, zoals boekhoudfraudes, superbeleggers die frauderen, bankiers die al te gretig speculeren. De advocaat vraagt zich ook af welke definitie raden van bestuur en raden van commissarissen hebben gegevens aan het begrip integriteit bij het regelen van absurde bonussen....
Balkenende vergeleek de op ons afstormende crisis met de Grote Depressie van de jaren dertig, zoals de Amerikanen dat al een half jaar eerder hadden gedaan. Je kon geen Amerikaans tijdschrift openslaan of de crisis van toen werd vergeleken met de crisis van nu, president Roosevelt van toen met president Obama van nu. De overeenkomsten zijn frappant én griezelig, aldus columnist Jan Paalman in DeGelderlander: "De crash van 1929 werd net als de huidige crisis veroorzaakt door onverantwoordelijke hebzucht. En met bijna dezelfde gevolgen. Van de ene dag op de andere durfden banken geen geld meer uit te lenen, werden hypotheken onbetaalbaar, verdampten miljarden dollars en lag de autoindustrie op zijn gat – net als nu. President Hoover, de Bush van toen, wilde niet ingrijpen omdat de staat het probleem zou zijn en niet de oplossing. Dit veranderde in 1932 toen Franklin Delano Roosevelt op het dieptepunt van de crisis Hoover opvolgde. Roosevelt nam resoluut de economische touwtjes in handen. Hij besteedde grote publieke projecten aan. Hij pompte geld in de economie. Liet mensen desnoods zinloos werk doen, geheel volgens het recept van de econoom John Maynard Keynes. Desnoods gaten laten graven en dan weer dichtgooien, want alles is beter dan werkloosheid. Want met dat inkomen wordt weer de fietsenmaker, de bakker en de slager betaald en die kunnen dan hun personeel weer betalen. Door geld te laten rollen, blijven mensen aan de bak. En nu zie je de regeringsleiders bijna dezelfde plannen maken. Keynes is weer de economische held van de dag en de staat neemt de economische touwtjes weer strak in handen."
Roosevelt maakte evenwel geen einde aan de economische neergang. Af en toe krabbelde de economie weer op, om dan prompt weer te duikelen. Nog in 1937, negen jaar na de crash, belandde de Amerikaanse economie alsnog in een diep dal. Uiteindelijk zou de Grote Depressie tien jaar duren. Het eerste herstel kwam door de internationale herbewapening in de late jaren dertig. De VS klommen pas definitief uit het economische zwarte gat dankzij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De oorlog bracht veel werk aan de winkel.....
Volgens Arjen van Witteloostuyn, hoogleraar institutionele economie aan de Universiteit van Utrecht, is de huidige crisis uniek. Hij geeft daarvoor een drietal redenen. Ten eerste is de aanleiding bijzonder, een bankencrisis op deze schaal is sinds de jaren '30 niet voorgekomen. Ten tweede is de wereldeconomie tegenwoordig volledig met elkaar verweven. Niet één land, maar iedereen zit in zak en as. Ten derde is de economische structuur veel flexibeler, dankzij de ICT-revolutie, waardoor deze snel kan wegglijden. De hoogleraar: "De kortetermijnshebzucht zal verdwijnen. Het kapitalistische systeem had jarenlang een grote weeffout. Reagan en Tatcher verklaarden de markt heilig en gaven privatisering en deregulering voorrang. Daarnaast ging aandeelhouderswaarde steeds meer centraal staan. Dit zorgde voor teveel vrijheid, waardoor men vooral geld ging scheppen op de korte termijn. Een economie van hebzucht dus. Zaken rond Enron en Ahold waren signalen die als rode vlag hadden moeten dienen."
Eén ding staat vast: de crisis maakte de zwakke plekken zichtbaar.
Maar een crisis heeft ook positieve kanten, vindt althans Ben Verwaayen, de succesvolle Nederlandse ceo van het Frans-Amerikaanse Alcatel-Lucent: "Als je dingen wilt veranderen, is de crisis een zegen". Zijn recept: 'Vergeet verworven rechten. Begin met een schone lei. En investeer in drie dingen: onderwijs, onderwijs en onderwijs.' Verwaayen geldt als de man die het Britse telecombedrijf niet alleen van de ondergang redde, maar - door strak en compromisloos te kiezen voor een strategie vol vernieuwing - ook weer liet opbloeien. Beroepsmatig vindt hij een crisis zelfs leuk. "Omdat je dan het vermogen hebt om datgene uit mensen te halen wat je anders niet ziet." Mijn credo, zegt Verwaayen: "Geen betere tijd dan crisistijd".
N.B.: In mijn tijd als voorlichter van het ministerie van Defensie had ik veelvuldig contact met Ben Verwaayen. Hij was toen voorzitter van de Algemene Vereniging van Nederlandse Militairen AVNM, de 'rechtse' tegenhanger van de toenmalige Vereniging van Dienstplichtige Militairen VVDM.
dinsdag 21 september 2010
Slappe knieën en opportunisme
De veelbesproken kloof tussen burger en politiek openbaart zich de laatste jaren vooral ook op het terrein van Europa. De Nederlandse bevolking zei in het referendum keihard 'nee', maar de vaderlandse regenten bleven ook na het legen van de stembussen onaangeroerd hun steven richten op méér Europa. Met zulke zelfverzekerde politici zou je mogen verwachten, dat ze ook krachtdadig optreden in tijden van crises. Maar niets is minder waar, zoals bleek na het uitbreken van de krediet- en bankenpleuris. O.a. Ierland, Griekenland en Portugal maakten er financieel een potje van voordat de ogen in Brussel eindelijk een keer open gingen en er schoorvoetend een paar vingers uit de mouw kwamen.
Politiek commentator Thomas von der Dunk pleit in de Volkskrant van 28 juni 2010 voor het einde van de Europese laat-maar-waaien-aanpak. Hij wil strenge regels voor landen èn voor banken. Geen 'laissez faire' betekent volgens hem o.a. dat de ruimte voor lidstaten om met belastingtarieven elkaar te beconcurreren drastisch moet worden beperkt. In plaats van naar belastingparadijsen moet Europa streven naar belastingsolidariteit. Volgens Von der Dunk gaat het daarbij niet om de BTW-tarieven voor kappers en soortgelijke zaken, waar Brussel zich maar al te graag tegenaan bemoeit: de kapper in Barcelona is door minder BTW echt geen oneerlijke concurrent voor zijn collega-barbier in Barendrecht. Evenmin gaat het om de ongelijkheid van het 'kwartje van Kok'. Waar het wel om gaat zijn de absurd lage belastingtarieven voor expats en multinationals. Om ze maar binnen te halen hoeven ze van de politiek veel minder aan de fiscus af te dragen dan gewone burgers en gewone bedrijven die op nationaal vlak opereren. Tegelijkertijd profiteren ze wel van de door de gewone burgers en de gewone bedrijven betaalde collectieve infrastructuur.
Von der Dunk wil, om herhaling te voorkomen, dat Europa harder optreedt en dat de schuldigen van de crisis worden gestraft, zeker na alles waar die bonusgraaicultuur toe geleid heeft. Dat zal naar het oordeel van de commentator niet makkelijk zijn, maar elke kans moet volgens hem aangegrepen worden. Het vergt een minimaal besef van rechtvaardigheid, nu de modale burger met miljarden bezuinigingen in heel Europa het gelag voor de goklust van de Madoffs en Kerviels betaalt. Het impliceert ook de bereidheid om elkaars boeven uit te leveren, zodra daarom wordt gevraagd. Wil Brussel een klein beetje steun terugwinnen bij de Europeanen, dan zal het zich honderderd keer moeten bedenken alvorens de unie opnieuw te snel en onbezonnen met nieuwe staten uit te breiden. Staten, die op papier dan wel mogen deugen, maar een cultuur kennen waar papier geduldig is en de praktijk niet zo snel aan het papier wordt aangepast.
De grote fout van Brussel is geweest, dat om allerlei geostrategische redenen landen zijn binnengelaten die feitelijk niet aan de normen van toetreding voldoen. Dat mag die nieuwe landen zelf een stukje op de goede weg hebben geholpen, maar het heeft tegelijk wel het vertrouwen van veel burgers in Europa ondermijnd. Die mogen nu voor de politieke lichtzinnigheid van hun politici en o.a. de Griekse feestvierderij boeten.
Desondanks, je gelooft het niet, dreigt een herhaling op de Balkan. Immers, Brussel wil de Serviërs, Kosovaren en Bosniërs niet teleurstellen. Slappe knieën, een ruggegraat van aardappelpuree en een onstuitbaar opportunisme, ze zijn onlosmakelijk met de Brusselse bestuurders verbonden. Maar wie op deze manier de bezwaren van de eigen burgers tegen uitbreiding terzijde schuift, speelt opnieuw met vuur.
Politiek commentator Thomas von der Dunk pleit in de Volkskrant van 28 juni 2010 voor het einde van de Europese laat-maar-waaien-aanpak. Hij wil strenge regels voor landen èn voor banken. Geen 'laissez faire' betekent volgens hem o.a. dat de ruimte voor lidstaten om met belastingtarieven elkaar te beconcurreren drastisch moet worden beperkt. In plaats van naar belastingparadijsen moet Europa streven naar belastingsolidariteit. Volgens Von der Dunk gaat het daarbij niet om de BTW-tarieven voor kappers en soortgelijke zaken, waar Brussel zich maar al te graag tegenaan bemoeit: de kapper in Barcelona is door minder BTW echt geen oneerlijke concurrent voor zijn collega-barbier in Barendrecht. Evenmin gaat het om de ongelijkheid van het 'kwartje van Kok'. Waar het wel om gaat zijn de absurd lage belastingtarieven voor expats en multinationals. Om ze maar binnen te halen hoeven ze van de politiek veel minder aan de fiscus af te dragen dan gewone burgers en gewone bedrijven die op nationaal vlak opereren. Tegelijkertijd profiteren ze wel van de door de gewone burgers en de gewone bedrijven betaalde collectieve infrastructuur.
Von der Dunk wil, om herhaling te voorkomen, dat Europa harder optreedt en dat de schuldigen van de crisis worden gestraft, zeker na alles waar die bonusgraaicultuur toe geleid heeft. Dat zal naar het oordeel van de commentator niet makkelijk zijn, maar elke kans moet volgens hem aangegrepen worden. Het vergt een minimaal besef van rechtvaardigheid, nu de modale burger met miljarden bezuinigingen in heel Europa het gelag voor de goklust van de Madoffs en Kerviels betaalt. Het impliceert ook de bereidheid om elkaars boeven uit te leveren, zodra daarom wordt gevraagd. Wil Brussel een klein beetje steun terugwinnen bij de Europeanen, dan zal het zich honderderd keer moeten bedenken alvorens de unie opnieuw te snel en onbezonnen met nieuwe staten uit te breiden. Staten, die op papier dan wel mogen deugen, maar een cultuur kennen waar papier geduldig is en de praktijk niet zo snel aan het papier wordt aangepast.
De grote fout van Brussel is geweest, dat om allerlei geostrategische redenen landen zijn binnengelaten die feitelijk niet aan de normen van toetreding voldoen. Dat mag die nieuwe landen zelf een stukje op de goede weg hebben geholpen, maar het heeft tegelijk wel het vertrouwen van veel burgers in Europa ondermijnd. Die mogen nu voor de politieke lichtzinnigheid van hun politici en o.a. de Griekse feestvierderij boeten.
Desondanks, je gelooft het niet, dreigt een herhaling op de Balkan. Immers, Brussel wil de Serviërs, Kosovaren en Bosniërs niet teleurstellen. Slappe knieën, een ruggegraat van aardappelpuree en een onstuitbaar opportunisme, ze zijn onlosmakelijk met de Brusselse bestuurders verbonden. Maar wie op deze manier de bezwaren van de eigen burgers tegen uitbreiding terzijde schuift, speelt opnieuw met vuur.
maandag 20 september 2010
Politiek incorrect
De berichten over exhorbitante bonussen in de bankenwereld houden onveranderd aan. Kennelijk hebben de financiële jongens nog steeds niet begrepen, dat zelfs 'de politiek' hun manifeste gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en fatsoen beu is. Schaamteloos zijn ook de salarissen die worden betaald aan directeuren van zogenaamde goede doelen. Uit een onderzoek van RTL Nieuws blijkt, dat maar liefst een kwart van de 81 onderzochte organisaties de topman in 2009 meer dan 100.000 euro per jaar betaalde. De helft van de directeuren krijgt tussen de 70.000 en 100.000 euro. De hoogste bedragen worden betaald door het Rode Kruis en ontwikkelingsorganisatie SNV, respectievelijk 141.000 en 155.000 euro per jaar.
De onvrede over de zakkenvullerij heeft nu eindelijk ook het ministerie van Buitenlandse Zaken bereikt. In ieder geval heeft minister Verhagen aangekondigd een onderzoek in te willen stellen bij de organisaties die meer dan een half miljoen ontwikkelingsgeld per jaar krijgen. Volgend jaar mogen deze organisaties hun topmensen nog maximaal 124.000 euro bruto per jaar betalen. Wie meer betaalt, raakt de subsidie kwijt, dreigt de minister, nadat Kamerleden vragen hadden gesteld over de salarissen bij SNV en Rode Kruis. SP-Kamerlid Irrgang, een van de vragenstellers, is blij met het onderzoek: "Niets is zo schadelijk voor het imago van ontwikkelingshulp als de geur van megasalarissen waardoor onnodig geld aan de strijkstok blijft hangen."
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft ontwikkelingshulp veel aandacht en geld gekregen van de diverse kabinetten in Nederland. Jaarlijks maken we in ons rijke landje miljarden vrij voor ontwikkelingshulp. Hoewel je met (een deel van) dat geld ook tal van schrijnende nationale problematieken zou kunnen aanpakken, klaagt eigenlijk niemand over deze financiële prioriteitsstelling. Maar hoe goed wordt dat geld besteed? Als we na bijna drie decennia structurele ontwikkelingshulp en een Nederlandse bijdrage van vele miljarden euro's de tussenbalans opmaken, is het beeld dieptriest. Alle miljarden uit onze belastingpot ten spijt zien we weinig verbetering in de leefomstandigheden van de inwoners van de armste landen ter wereld. Ook de opbrengsten uit acties van particuliere ‘hulporganisaties’, waarvoor de Nederlandse burger vaak diep in de buidel tast, hebben de nood niet kunnen lenigen. Is het eigenlijk niet raar dat we nauwelijks effecten van al die miljarden bespeuren? Zijn die vele miljarden dan echt een druppel op een gloeiende plaat?
De millenniumdoestellingen van de Verenigde Naties in 2000 voor de komende 15 jaar waren veelbelovend. Maar wat is ervan terechtgekomen? Afrikanen hebben nog steeds te veel wapens en te weinig water en brood. Stromend schoon water is voor weinigen weggelegd. Miljoenen mensen overal ter wereld hebben geen fatsoenlijk dak boven hun hoofd, ontelbare andere wereldburgers gaan ten onder aan schrijnende armoede en enge, dodelijke ziektes. En toch beweren we miljarden te investeren in ontwikkelingslanden. Waar blijven die miljarden? Waarom is het met onze huidige technische hulpmiddelen zo moeilijk om in kaart te brengen waar al het geld naar toe gaat?
Kortom, er zijn veel meer vragen die een antwoord van de minister behoeven? Maar wie-o-wie durft dìe vragen te stellen?
De onvrede over de zakkenvullerij heeft nu eindelijk ook het ministerie van Buitenlandse Zaken bereikt. In ieder geval heeft minister Verhagen aangekondigd een onderzoek in te willen stellen bij de organisaties die meer dan een half miljoen ontwikkelingsgeld per jaar krijgen. Volgend jaar mogen deze organisaties hun topmensen nog maximaal 124.000 euro bruto per jaar betalen. Wie meer betaalt, raakt de subsidie kwijt, dreigt de minister, nadat Kamerleden vragen hadden gesteld over de salarissen bij SNV en Rode Kruis. SP-Kamerlid Irrgang, een van de vragenstellers, is blij met het onderzoek: "Niets is zo schadelijk voor het imago van ontwikkelingshulp als de geur van megasalarissen waardoor onnodig geld aan de strijkstok blijft hangen."
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft ontwikkelingshulp veel aandacht en geld gekregen van de diverse kabinetten in Nederland. Jaarlijks maken we in ons rijke landje miljarden vrij voor ontwikkelingshulp. Hoewel je met (een deel van) dat geld ook tal van schrijnende nationale problematieken zou kunnen aanpakken, klaagt eigenlijk niemand over deze financiële prioriteitsstelling. Maar hoe goed wordt dat geld besteed? Als we na bijna drie decennia structurele ontwikkelingshulp en een Nederlandse bijdrage van vele miljarden euro's de tussenbalans opmaken, is het beeld dieptriest. Alle miljarden uit onze belastingpot ten spijt zien we weinig verbetering in de leefomstandigheden van de inwoners van de armste landen ter wereld. Ook de opbrengsten uit acties van particuliere ‘hulporganisaties’, waarvoor de Nederlandse burger vaak diep in de buidel tast, hebben de nood niet kunnen lenigen. Is het eigenlijk niet raar dat we nauwelijks effecten van al die miljarden bespeuren? Zijn die vele miljarden dan echt een druppel op een gloeiende plaat?
De millenniumdoestellingen van de Verenigde Naties in 2000 voor de komende 15 jaar waren veelbelovend. Maar wat is ervan terechtgekomen? Afrikanen hebben nog steeds te veel wapens en te weinig water en brood. Stromend schoon water is voor weinigen weggelegd. Miljoenen mensen overal ter wereld hebben geen fatsoenlijk dak boven hun hoofd, ontelbare andere wereldburgers gaan ten onder aan schrijnende armoede en enge, dodelijke ziektes. En toch beweren we miljarden te investeren in ontwikkelingslanden. Waar blijven die miljarden? Waarom is het met onze huidige technische hulpmiddelen zo moeilijk om in kaart te brengen waar al het geld naar toe gaat?
Kortom, er zijn veel meer vragen die een antwoord van de minister behoeven? Maar wie-o-wie durft dìe vragen te stellen?
zondag 5 september 2010
De rechtsstaat getorpedeerd?
De pogingen een kabinet te formeren zullen, na het afblazen van de variant VVD-CDA met gedoogsteun van de PVV, ook de komende weken de gemoederen blijven bezighouden. Er is Nederland vaak gesproken over een kloof tussen de politiek en 'het gewone volk'. Daar wordt nu door alle politieke strubbelingen en het onvermogen een kabinet te formeren sinds de verkiezingen nieuw voedsel aan gegeven. Mark Rutte beloofde in een onbewaakt moment kort na de verkiezingen 'een nieuw kabinet binnen enkele weken'. Sindsdien zijn we echter eigenlijk alleen maar verder van huis geraakt. Terwijl de politieke partijen over het Binnenhof blijven rollebollen, vraagt Jan met de Pet zich steeds vaker af waar het nu na de verkiezingen eigenlijk om gaat: om de vorming van een regering die zo snel mogelijk in deze crisistijd het landsbelang gaat dienen òf om een prolongatie (wegens succes?) van bijna masochistische spelletjes van hijgende partijpolitici die het erg met zichzelf hebben getroffen.
Trouwens, wie na een paar weken vakantie in het buitenland de Nederlandse kranten en opiniebladen opslaat, zou denken dat hij teruggekeerd is in een dictatuur, aan de vooravond van een revolutie. Nausicaa Marbe, columniste van de Volkskrant, was vorige week één van hen. Zij is bij haar terugkeer op de nationale luchthaven hooglijk verbaasd. Termen als opstand, aanslagen, dissident, verzet en vijand van de rechtsstaat vliegen je om de oren. De rechtsstaat en de Grondwet zouden in levensgevaar zijn. Er worden comités opgericht en handtekeningacties gestart. Partijprominenten, Eerste Kamerleden, burgemeesters, links en rechts brult. Menigeen is in rep en roer om ‘het gehele Nederlandse volk’ te redden van terreur, apartheid, fascisme, racisme en ander ernstig verval.
Gezien de paniek die hieruit spreekt, zou je denken dat de ramp al heeft plaatsgevonden. Was het rechtse regeerakkoord al in kannen en kruiken, met als thema de torpedering van de rechtsstaat? Is er wekenlang geformeerd over afschaffing van de vrije verkiezingen, vrije pers, de onafhankelijke rechtspraak? Wordt de Grondwet vervangen door oekazes en noodwetten van het despotische triumviraat Mark, Maxime en Geert?
Welnee, het ging en gaat om Wilders, om z’n nabije geur. Hij blijkt keer op keer de inspiratiebron voor politiek-alarmistische horrorfictie. In plaats van de feiten af te wachten, in plaats van de democratische coalitievorming in een rechtsstaat (daar ging het toch om?) te respecteren, gaan (ex)politici alvast doen wat ze ‘splijtzwam’ Wilders verwijten: angst aanjagen, rampenscenario’s produceren, speculeren, stoken, stemming maken, verdeeldheid zaaien.
Ageren de anti-Wildersalarmisten werkelijk in naam van de rechtsstaat? Kom nou, zegt Nausicaa Marbe. Als de rechtsstaat zo zwak zou zijn dat hij de gedoogsteun van de PVV niet zou overleven, dan was hij allang ziek, dan was er allang reden tot paniek. Maar daar hebben we de alarmisten van nu nooit over gehoord.
Trouwens, wie na een paar weken vakantie in het buitenland de Nederlandse kranten en opiniebladen opslaat, zou denken dat hij teruggekeerd is in een dictatuur, aan de vooravond van een revolutie. Nausicaa Marbe, columniste van de Volkskrant, was vorige week één van hen. Zij is bij haar terugkeer op de nationale luchthaven hooglijk verbaasd. Termen als opstand, aanslagen, dissident, verzet en vijand van de rechtsstaat vliegen je om de oren. De rechtsstaat en de Grondwet zouden in levensgevaar zijn. Er worden comités opgericht en handtekeningacties gestart. Partijprominenten, Eerste Kamerleden, burgemeesters, links en rechts brult. Menigeen is in rep en roer om ‘het gehele Nederlandse volk’ te redden van terreur, apartheid, fascisme, racisme en ander ernstig verval.
Gezien de paniek die hieruit spreekt, zou je denken dat de ramp al heeft plaatsgevonden. Was het rechtse regeerakkoord al in kannen en kruiken, met als thema de torpedering van de rechtsstaat? Is er wekenlang geformeerd over afschaffing van de vrije verkiezingen, vrije pers, de onafhankelijke rechtspraak? Wordt de Grondwet vervangen door oekazes en noodwetten van het despotische triumviraat Mark, Maxime en Geert?
Welnee, het ging en gaat om Wilders, om z’n nabije geur. Hij blijkt keer op keer de inspiratiebron voor politiek-alarmistische horrorfictie. In plaats van de feiten af te wachten, in plaats van de democratische coalitievorming in een rechtsstaat (daar ging het toch om?) te respecteren, gaan (ex)politici alvast doen wat ze ‘splijtzwam’ Wilders verwijten: angst aanjagen, rampenscenario’s produceren, speculeren, stoken, stemming maken, verdeeldheid zaaien.
Ageren de anti-Wildersalarmisten werkelijk in naam van de rechtsstaat? Kom nou, zegt Nausicaa Marbe. Als de rechtsstaat zo zwak zou zijn dat hij de gedoogsteun van de PVV niet zou overleven, dan was hij allang ziek, dan was er allang reden tot paniek. Maar daar hebben we de alarmisten van nu nooit over gehoord.
maandag 30 augustus 2010
Gouden bergen
Ik las vandaag op een internet-beurssite een aardige reactie van beurskenner Nico A. Inberg over een discussie de afgelopen week in het Financieele Dagblad. Een columnist had het hele gilde van beursanalisten weggezet als 'een grote grap', daarmee aangevend dat deze beroepsgroep op z'n minst niet serieus genomen hoeft te worden. Volgens Inberg kun je beursbewegingen niet voorspellen. Daar komt volgens hem bij, dat op internet veel analisten actief zijn die puur en alleen om leden te winnen stoere uitspraken doen over hoeveel zij verdienen. Volgens Inberg zijn zij echter nauwelijks op een goed advies te betrappen. Inberg vindt het eigenlijk allemaal wel logisch: "Als jij echt weet waar die pot met goud staat, dan ga je dat niet aan iemand anders vertellen, maar haal je 'm zelf leeg. Een goede analist kent zijn beperkingen. Veel is gewoon niet te voorspellen."
Ik heb op deze plek en via andere media vaker op het vestje van zogenaamde beursgoeroes gespuugd. Het zijn meestal een soort Pietje Paulusma's die met een natte vinger in de lucht melden of het waait en die voorspellen dat er regen komt als de hemel inmiddels met donderwolken is dichtgelopen en de eerste spatten vallen. Op de heel, heel korte termijn willen ze nog wel eens scoren, maar meestal gaan ze nat. Vaak komen ze er zelf goed mee weg, omdat ze hun misser, dank zij de hedendaagse snelle media, vrijwel à la minute kunnen verstoppen achter een nieuwe voorspelling. Zo houden niet alleen de meteorologische Paulusma's maar ook hun soortgenoten op het beurstoneel zich staande. En zelfs meer dan dat, want er is goed geld mee te verdienen. Niet voor niets wemelt het op internet van de goeroes die u tegen harde munt precies kunnen vertellen hoe u uw centjes het beste kunt beleggen.
Er zijn ongetwijfeld ook analisten die wel verstand van zaken hebben en een bewezen goede kijk op de markt. Een paar jaar geleden dacht ik er een gevonden te hebben in de persoon van een drs. die koketteert met zijn academische graad en die in ronkende teksten reclame maakt voor zijn succesvolle beleggingstips. Ik besloot mij tegen betaling van een redelijk fors abonnementsgeld onder de volgers van zijn zgn. Alertportefeuille te scharen. 'Beleggen op wetenschappelijke basis, succes verzekerd', dat leek me een aardig vertrekpunt naar een leuk zakcentje. Zeker als je als amateur zonder academische graad jarenlang maar wat hebt aangemodderd.
Al na een paar maanden echter verschrompelde mijn optimisme, omdat alle 'wetenschappelijke' adviezen tot dat moment slechts verlies hadden opgeleverd. Na nog een paar missers heb ik zijn adviezen daarna gelaten voor wat ze zijn, ondanks het feit dat mijn abonnement pas expireert zodra ik een winst van 300% op mijn startkapitaal van 20.000 euro heb gescoord. Gelukkig, zucht, heb ik afgehaakt. Want de verliesgevende tips gingen maar door. Collega-abonnees die tegelijk zijn ingestapt maar onverdroten de tips zijn blijven volgen, zijn onderhand bijna de helft van hun startkapitaal van twintig mille kwijt. Misschien blijven zij hoop koesteren op betere tijden en meer succesvolle adviezen. Maar met een gedecimeerd kapitaal duurt het waarschijnlijk heel lang voor je daarmee die 300% op de inleg van 20 mille hebt gescoord.
Hoewel ik dus niet meer mee doe met onze drs., blijf ik - ik ben immers nog steeds abonnee- wel zijn aan- en verkooptips ontvangen. Daardoor weet ik, dat zijn resultatenrekening na anderhalf jaar imponerender dan ooit wordt gekleurd door rode cijfers. De resultatenlijn van de portfeuille loopt ook nu nog in een strakke diagonaal naar beneden, met hier en daar een incidentele positieve uitschieter. Eén ding is er wel veranderd: in de periodieke beursbulletins van de drs. wordt zijn zo 'succesvolle' Alertportefeuille niet langer genoemd. In plaats daarvan werft onze academische goeroe nu voor een gloednieuwe portefeuille die ......jawel .... dank zij zijn wetenschappelijke beleggingsadviezen gegarandeerd gouden bergen oplevert. Het kost je een flinke abonnementsduit, bij vooruitbetaling te voldoen a.u.b., maar je zou een dief zijn van je eigen portemonnee als je niet met hem in zee zou gaan.... De houders van een abonnement op de oude Alertportefeuille hebben die uitnodigende, haast onweerstaanbare slogan eerder gehoord. Nu hikken zij aan tegen pijnlijke verliezen. Met de wetenschap van nu, zoals dat tegenwoordig in excuusjargon heet, waren zij indertijd graag een dief van hun eigen beurs geweest. Berouw komt altijd na de zonde. En misschien kun je daarom met de wetenschap van vandaag maar beter niet wetenschappelijk gaan beleggen.
Ik heb op deze plek en via andere media vaker op het vestje van zogenaamde beursgoeroes gespuugd. Het zijn meestal een soort Pietje Paulusma's die met een natte vinger in de lucht melden of het waait en die voorspellen dat er regen komt als de hemel inmiddels met donderwolken is dichtgelopen en de eerste spatten vallen. Op de heel, heel korte termijn willen ze nog wel eens scoren, maar meestal gaan ze nat. Vaak komen ze er zelf goed mee weg, omdat ze hun misser, dank zij de hedendaagse snelle media, vrijwel à la minute kunnen verstoppen achter een nieuwe voorspelling. Zo houden niet alleen de meteorologische Paulusma's maar ook hun soortgenoten op het beurstoneel zich staande. En zelfs meer dan dat, want er is goed geld mee te verdienen. Niet voor niets wemelt het op internet van de goeroes die u tegen harde munt precies kunnen vertellen hoe u uw centjes het beste kunt beleggen.
Er zijn ongetwijfeld ook analisten die wel verstand van zaken hebben en een bewezen goede kijk op de markt. Een paar jaar geleden dacht ik er een gevonden te hebben in de persoon van een drs. die koketteert met zijn academische graad en die in ronkende teksten reclame maakt voor zijn succesvolle beleggingstips. Ik besloot mij tegen betaling van een redelijk fors abonnementsgeld onder de volgers van zijn zgn. Alertportefeuille te scharen. 'Beleggen op wetenschappelijke basis, succes verzekerd', dat leek me een aardig vertrekpunt naar een leuk zakcentje. Zeker als je als amateur zonder academische graad jarenlang maar wat hebt aangemodderd.
Al na een paar maanden echter verschrompelde mijn optimisme, omdat alle 'wetenschappelijke' adviezen tot dat moment slechts verlies hadden opgeleverd. Na nog een paar missers heb ik zijn adviezen daarna gelaten voor wat ze zijn, ondanks het feit dat mijn abonnement pas expireert zodra ik een winst van 300% op mijn startkapitaal van 20.000 euro heb gescoord. Gelukkig, zucht, heb ik afgehaakt. Want de verliesgevende tips gingen maar door. Collega-abonnees die tegelijk zijn ingestapt maar onverdroten de tips zijn blijven volgen, zijn onderhand bijna de helft van hun startkapitaal van twintig mille kwijt. Misschien blijven zij hoop koesteren op betere tijden en meer succesvolle adviezen. Maar met een gedecimeerd kapitaal duurt het waarschijnlijk heel lang voor je daarmee die 300% op de inleg van 20 mille hebt gescoord.
Hoewel ik dus niet meer mee doe met onze drs., blijf ik - ik ben immers nog steeds abonnee- wel zijn aan- en verkooptips ontvangen. Daardoor weet ik, dat zijn resultatenrekening na anderhalf jaar imponerender dan ooit wordt gekleurd door rode cijfers. De resultatenlijn van de portfeuille loopt ook nu nog in een strakke diagonaal naar beneden, met hier en daar een incidentele positieve uitschieter. Eén ding is er wel veranderd: in de periodieke beursbulletins van de drs. wordt zijn zo 'succesvolle' Alertportefeuille niet langer genoemd. In plaats daarvan werft onze academische goeroe nu voor een gloednieuwe portefeuille die ......jawel .... dank zij zijn wetenschappelijke beleggingsadviezen gegarandeerd gouden bergen oplevert. Het kost je een flinke abonnementsduit, bij vooruitbetaling te voldoen a.u.b., maar je zou een dief zijn van je eigen portemonnee als je niet met hem in zee zou gaan.... De houders van een abonnement op de oude Alertportefeuille hebben die uitnodigende, haast onweerstaanbare slogan eerder gehoord. Nu hikken zij aan tegen pijnlijke verliezen. Met de wetenschap van nu, zoals dat tegenwoordig in excuusjargon heet, waren zij indertijd graag een dief van hun eigen beurs geweest. Berouw komt altijd na de zonde. En misschien kun je daarom met de wetenschap van vandaag maar beter niet wetenschappelijk gaan beleggen.
Grensoverschrijdende samenwerking
Als inwoner van een grensplaats sta je dicht bij de problemen (en soms ook voordelen) die de directe nabijheid van een rijksgrens met zich mee kan brengen. Je kent de problematiek uit eigen ervaring of waarneming en je bent ontvankelijker, al dan niet uit praktische overwegingen, voor het zoeken van oplossingen. Ik moest daaraan denken toen ik hoorde dat drs. Wim T. van Gelder in 2009 door het kabinet was benoemd tot 'grensmakelaar'. Van Gelder, afkomstig uit de Achterhoek, was van 1992-2007 Commissaris van de Koningin in Zeeland en daarvoor lid van Gedeputeerde Staten in Noord-Holland. In die laatste hoedanigheid maakte ik in de jaren tachtig kennis met hem tijdens een bezoek aan het Nationaal Landschap Waterland. Later ontmoetten we elkaar in een forum en toen hij zich, aan de vooravond van zijn pensionering, als kandidaat meldde voor de aankoop van mijn woonboerderij. Die koop ging niet door, maar Van Gelder vestigde zich wel in Winterswijk. Hij nam zijn intrek in een boerderij in een belendende buurtschap, hemelsbreed op 2 km van mijn woonstek en zo'n 4 km van de Nederlands-Duitse grens. Dat laatste is enigermate relevant, omdat de 'grensbewoner' Van Gelder, werd aangesteld als voorzitter van de ‘Taskforce Grensoverschrijdende Samenwerking’. Als ‘grensmakelaar’ werd hij belast met de aanpak van de belangrijkste knelpunten in de grensstreek.
Als geboren en getogen Achterhoeker weet ik wat de grens als scheidsmuur tussen mensen voor betekenis kan hebben. In mijn hoedanigheid als voorlichter van de gemeente Winterswijk en cum annexis als pr-medewerker van het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Euregio heb ik mezelf in de periode 1977-2000 intensief beziggehouden met grensoverschrijdende contacten. Samen met o.a. Hans van der Werf, toenmalig EG-redacteur van het NOS-journaal in Brussel, heb ik enkele jaren een Nederlands-Duitse uitgave geredigeerd waarin typische problemen op het terrein van grensoverschrijdende contacten onder de loep werden genomen. Daarnaast heb ik me, enthousiast gestimuleerd door Winterswijks toenmalige burgemeester Cor de Vries, de Regierungspräsident in Munster, de Kreisdirektor in Borken, achtereenvolgende burgemeesters van Bocholt en de Euregiosecretarissen Wim van Geffen en Jens Gabbe, ingezet voor het propageren van de Duits-Nederlandse contacten en samenwerking èn voor het propageren van een Europa zonder binnengrenzen. In die periode werkte ik jarenlang samen met mijn Duitse collega-Pressereferent Manfred Dammeier uit Bocholt. Samen hebben we talloze lezingen gehouden aan weerszijden van de grens, colleges gegeven op het Europa Instituut in Bocholt en het Bundesverwaltungsinstitut in Bonn, publicaties verzorgd in het Duits en Nederlands voor diverse doelgroepen. We organiseerden gezamenlijk culturele en sportieve uitwisselingen tussen verenigingen en organisaties, contactbijeenkomsten van Nederlandse en Duitse ondernemers, werkconferenties van Winterswijkse en Bocholtse ambtenaren, politie- en brandweerfunctionarissen en ziekenhuismanagers. Kortom, de 'grens' was niet alleen voor mij als bewoner maar ook in mijn werk een substantieel onderdeel van mijn dagelijkse leven.
Wim van Gelder kijkt een jaar na zijn aanstelling, in een interview op Duitslandweb, augustus 2010, terug op zijn ervaringen als grensmakelaar. Veel problemen in de hedendaagse contacten tussen Nederland en Duitsland ontstaan volgens hem doordat beide landen Europese richtlijnen anders implementeren. Van Gelder: “Mijn advies is dan: ga eens buurten over de grens.” Volgens Van Gelder kijken lokale overheden te vaak eerst naar Den Haag als er problemen met een buurland zijn. “Het duurde even voordat de grensregio’s zich realiseerden dat ambtenaren in Den Haag niet slimmer zijn. Het grote winstpunt van het afgelopen jaar is dat de regio’s nu weten dat ze problemen zelf kunnen oplossen.” Volgens Van Gelder hebben de grensregio’s het gevoel dat er dingen verbeterd zijn. "Maar ze moeten meer een vuist maken tegenover Den Haag. Daar staat tegenover dat Den Haag nu eens in de drie weken overlegt met de regio’s.
In de samenwerking tussen grensregio’s blijven cultuurverschillen volgens Van Gelder vaak onderbelicht. “De Europese Unie probeert de grenzen te slopen maar in de beleving van mensen is de grens nog heel sterk aanwezig.” Culturele uitwisseling kan de angst voor het vreemde wegnemen. Goede contacten zijn ook gebaat bij kennis van elkaars taal, vindt Van Gelder. Hij is erg blij met het project ‘buurttaalonderwijs’. Nederlandse basisschoolleerlingen krijgen Duits op school, Duitse kinderen leren Nederlands. De kinderen gaan ook een weekend aan de andere kant van de grens logeren.
Mijn conclusie bij het lezen van de ervaringen van de grensmakelaar: er zit vooruitgang in de Duits-Nederlandse samenwerking en contacten. Maar als we heel eerlijk zijn moeten we, alle inspanningen ten spijt, toegeven dat de grensoverschrijdende contacten en samenwerking, op grensbewonersniveau, in drie decennia weinig zijn opgeschoten. Natuurlijk, we doen gemakkelijk boodschappen over de grens, we recreëren er, we kopen er soms een woning. Maar toch gaapt er onveranderd een kloof, die zich echt doet gevoelen als er wetten, regelgeving, verzekeringen e.d. in het geding zijn. Niettemin is Van Gelder enthousiast over de resultaten: “Ik had niet verwacht dat er zoveel zou lukken maar er zijn nu op allerlei terreinen bilaterale contacten: ziekenhuizen, natuurbeheerders, politie en brandweer aan weerszijden van de grens overleggen nu meer met elkaar. Ook de onderwijssector heeft vooruitgang geboekt. Als gevolg van intensieve samenwerking erkennen Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen sinds juni 2010 elkaars diploma’s."
In het Nederlands-Duitse grensgebied staan we niet meer met de ruggen tegen elkaar, zoals tijdens en in de eerste jaren na de oorlog. We kijken elkaar nu in de ogen, we communiceren met elkaar en heel voorzichtig doen we in zakelijke contacten net of er geen grenzen (meer) zijn. Met een onveranderd enthousiasme zijn we over 30 jaar misschien wéér een stukje opgeschoten.
Als geboren en getogen Achterhoeker weet ik wat de grens als scheidsmuur tussen mensen voor betekenis kan hebben. In mijn hoedanigheid als voorlichter van de gemeente Winterswijk en cum annexis als pr-medewerker van het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Euregio heb ik mezelf in de periode 1977-2000 intensief beziggehouden met grensoverschrijdende contacten. Samen met o.a. Hans van der Werf, toenmalig EG-redacteur van het NOS-journaal in Brussel, heb ik enkele jaren een Nederlands-Duitse uitgave geredigeerd waarin typische problemen op het terrein van grensoverschrijdende contacten onder de loep werden genomen. Daarnaast heb ik me, enthousiast gestimuleerd door Winterswijks toenmalige burgemeester Cor de Vries, de Regierungspräsident in Munster, de Kreisdirektor in Borken, achtereenvolgende burgemeesters van Bocholt en de Euregiosecretarissen Wim van Geffen en Jens Gabbe, ingezet voor het propageren van de Duits-Nederlandse contacten en samenwerking èn voor het propageren van een Europa zonder binnengrenzen. In die periode werkte ik jarenlang samen met mijn Duitse collega-Pressereferent Manfred Dammeier uit Bocholt. Samen hebben we talloze lezingen gehouden aan weerszijden van de grens, colleges gegeven op het Europa Instituut in Bocholt en het Bundesverwaltungsinstitut in Bonn, publicaties verzorgd in het Duits en Nederlands voor diverse doelgroepen. We organiseerden gezamenlijk culturele en sportieve uitwisselingen tussen verenigingen en organisaties, contactbijeenkomsten van Nederlandse en Duitse ondernemers, werkconferenties van Winterswijkse en Bocholtse ambtenaren, politie- en brandweerfunctionarissen en ziekenhuismanagers. Kortom, de 'grens' was niet alleen voor mij als bewoner maar ook in mijn werk een substantieel onderdeel van mijn dagelijkse leven.
Wim van Gelder kijkt een jaar na zijn aanstelling, in een interview op Duitslandweb, augustus 2010, terug op zijn ervaringen als grensmakelaar. Veel problemen in de hedendaagse contacten tussen Nederland en Duitsland ontstaan volgens hem doordat beide landen Europese richtlijnen anders implementeren. Van Gelder: “Mijn advies is dan: ga eens buurten over de grens.” Volgens Van Gelder kijken lokale overheden te vaak eerst naar Den Haag als er problemen met een buurland zijn. “Het duurde even voordat de grensregio’s zich realiseerden dat ambtenaren in Den Haag niet slimmer zijn. Het grote winstpunt van het afgelopen jaar is dat de regio’s nu weten dat ze problemen zelf kunnen oplossen.” Volgens Van Gelder hebben de grensregio’s het gevoel dat er dingen verbeterd zijn. "Maar ze moeten meer een vuist maken tegenover Den Haag. Daar staat tegenover dat Den Haag nu eens in de drie weken overlegt met de regio’s.
In de samenwerking tussen grensregio’s blijven cultuurverschillen volgens Van Gelder vaak onderbelicht. “De Europese Unie probeert de grenzen te slopen maar in de beleving van mensen is de grens nog heel sterk aanwezig.” Culturele uitwisseling kan de angst voor het vreemde wegnemen. Goede contacten zijn ook gebaat bij kennis van elkaars taal, vindt Van Gelder. Hij is erg blij met het project ‘buurttaalonderwijs’. Nederlandse basisschoolleerlingen krijgen Duits op school, Duitse kinderen leren Nederlands. De kinderen gaan ook een weekend aan de andere kant van de grens logeren.
Mijn conclusie bij het lezen van de ervaringen van de grensmakelaar: er zit vooruitgang in de Duits-Nederlandse samenwerking en contacten. Maar als we heel eerlijk zijn moeten we, alle inspanningen ten spijt, toegeven dat de grensoverschrijdende contacten en samenwerking, op grensbewonersniveau, in drie decennia weinig zijn opgeschoten. Natuurlijk, we doen gemakkelijk boodschappen over de grens, we recreëren er, we kopen er soms een woning. Maar toch gaapt er onveranderd een kloof, die zich echt doet gevoelen als er wetten, regelgeving, verzekeringen e.d. in het geding zijn. Niettemin is Van Gelder enthousiast over de resultaten: “Ik had niet verwacht dat er zoveel zou lukken maar er zijn nu op allerlei terreinen bilaterale contacten: ziekenhuizen, natuurbeheerders, politie en brandweer aan weerszijden van de grens overleggen nu meer met elkaar. Ook de onderwijssector heeft vooruitgang geboekt. Als gevolg van intensieve samenwerking erkennen Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen sinds juni 2010 elkaars diploma’s."
In het Nederlands-Duitse grensgebied staan we niet meer met de ruggen tegen elkaar, zoals tijdens en in de eerste jaren na de oorlog. We kijken elkaar nu in de ogen, we communiceren met elkaar en heel voorzichtig doen we in zakelijke contacten net of er geen grenzen (meer) zijn. Met een onveranderd enthousiasme zijn we over 30 jaar misschien wéér een stukje opgeschoten.
vrijdag 27 augustus 2010
Royale communicatie
Als er over je eigen professie wordt gerept in de media, valt je dat natuurlijk extra op. Zo ook, eind vorig jaar, het bericht dat kroonprins Willem-Alexander problemen ondervindt in de publieke opinie met zijn grote vastgoedproject in Mozambique. Hij kondigde aan drie communicatie-adviseurs te willen inhuren om 'orde op zaken te stellen' in de berichtgeving aan zijn onderdanen. Hè, orde op zaken stellen? Als ik de materie en de daaruit voortvloeiende golf van publiciteit goed begrepen heb, was het waarschijnlijk meer de bedoeling recht te praten wat krom is. Wanneer je met een aantal puissant rijke mensen op een schitterend schiereiland in Afrika een van de rest van de wereld geïsoleerd super-de-luxe bungalowproject wilt creëren, valt daar weinig aan te communiceren richting bevolking. Wat de prins doet, lijkt meer op het paard achter de wagen spannen. Het is op zijn zachtst gezegd uiterst dubieus je koninklijke miljoenen opzichtig te spenderen in zo'n protserig project in superarm donker Afrika. Onze toekomstige kroondrager had, lijkt me, natuurlijk nooit in een dergelijk vastgoedproject moeten stappen. Een normaal iemand voelt zoiets, denk ik, op zijn Hollandse boerenklompen aan. Maar nu dat kennelijk niet het geval is, had een communicatieadviseur dàt aan hem moeten vertellen. Volgens mij is het niet zo dat wij onderdanen de prins niet begrijpen, hij begrijpt de Nederlandse burgers niet. Dat hebben we eerder meegemaakt.
Zo bezochten de kroonprins en Máxima Antarctica, een van de meest kwetsbare natuurgebieden op aarde. Ze gingen er naartoe om zich op de hoogte te stellen van het Nederlandse wetenschappelijke poolonderzoek. Alleen ... er waren op dat moment op Antarctica helemaal geen Nederlandse wetenschappers, die het koninklijke gezelschap zouden kunnen bijpraten. In de media zagen we plaatjes van prins, prinses en een reisgrage vaderlandse minister die zich zichtbaar vermaakten met afdalingen in ijsspelonken en het bekijken van wilde dieren. Daarmee vroegen ze aandacht voor het milieu, vertelden ze. Zoals ze nu, met privéstranden van honderden meters lang en huizen met slaapkamers van 350 vierkante meter, aandacht vragen voor de armoede in Mozambique. Dàt moeten drie communicatie-adviseurs ons uitleggen. Een boeiend en veelzijdig vak, communicatieadviseur. Dat weet ik uit eigen ervaring. Maar een dergelijke royale dimensie heb ik in mijn jarenlange loopbaan nooit aan mijn curriculum vitae kunnen toevoegen. Ik vraag me af of ik daar rouwig om moet zijn.
Zo bezochten de kroonprins en Máxima Antarctica, een van de meest kwetsbare natuurgebieden op aarde. Ze gingen er naartoe om zich op de hoogte te stellen van het Nederlandse wetenschappelijke poolonderzoek. Alleen ... er waren op dat moment op Antarctica helemaal geen Nederlandse wetenschappers, die het koninklijke gezelschap zouden kunnen bijpraten. In de media zagen we plaatjes van prins, prinses en een reisgrage vaderlandse minister die zich zichtbaar vermaakten met afdalingen in ijsspelonken en het bekijken van wilde dieren. Daarmee vroegen ze aandacht voor het milieu, vertelden ze. Zoals ze nu, met privéstranden van honderden meters lang en huizen met slaapkamers van 350 vierkante meter, aandacht vragen voor de armoede in Mozambique. Dàt moeten drie communicatie-adviseurs ons uitleggen. Een boeiend en veelzijdig vak, communicatieadviseur. Dat weet ik uit eigen ervaring. Maar een dergelijke royale dimensie heb ik in mijn jarenlange loopbaan nooit aan mijn curriculum vitae kunnen toevoegen. Ik vraag me af of ik daar rouwig om moet zijn.
Uitverkoop Nederlandse bedrijven
De afgelopen tien jaar is een groot aantal gezichtsbepalende Nederlandse ondernemingen verkocht aan buitenlandse kopers (bijv. ABN Amro, Essent, Nuon, een groot deel van het Nederlandse stads- en streekvervoer).Opvallend is dat deze uitverkoop bij de verschillende coalitiekabinetten en de top van het bedrijfsleven weinig weerstand heeft opgeroepen. Waarschuwingen kwamen er wel van de kant van de vakbeweging, die wees op de gevaren voor de toekomstige werkgelegenheid. De zorgeloze houding over de verkoop is vooral ingegeven door de dominante opvatting, dat vrijhandel goed is voor Nederland en dat we daarom vooral internationaal moeten denken en handelen.
In zijn boek ‘De Wij-economie’ (2009) stelt oud-minister en internetondernemer Willem Vermeend vast, dat veel verkopen niet in het belang waren van de continuïteit van de onderneming en de werknemers, maar dat er sprake was van mismanagement en de verkoop vooral werd ingegeven door de belangen van aandeelhouders, topmanagers, adviseurs en banken, die gigantische bedragen verdienden met de verkoop. Ook bij kopers ging het vaak om snel geld verdienen door het overgenomen bedrijf kaal te plukken of op te splitsen (bijv. uitgeverij PCM die gekocht werd door de Britse investeringsmaatschappij Apax. Daarnaast werd volgens Vermeend door opkopers, veelal private equityfondsen, gebruik gemaakt van financieringsconstructies die ten laste kwamen van de Nederlandse schatkist. Oud-minister Joop Wijn van Economische Zaken durfde het aan om de aanduiding ‘aasgieren’ te gebruiken voor bepaalde internationale opkoopfondsen die bedrijven kochten om snel hoge winsten te realiseren. Maar hij werd door zijn collega’s in het kabinet en door de top van het bedrijfsleven weggehoond. Wie vraagtekens zet bij dit soort verkopen werd weggezet als naïef, ouderwets, chauvinistisch of nationalistisch. Door de economische crisis is er weliswaar een kentering in het denken gekomen, maar die heeft nog niet geleid tot een adequate politieke reactie.
Diverse opiniepeilingen hebben de laatste jaren uitgewezen, dat ook een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich zorgen maakt over de verkoop van grote bedrijven aan het buitenland. Alle kritiek werd echter weggewuifd en gesmoord met begeleidende teksten als ‘We zijn een internationaal land, het past bij onze open economie’; en ‘Maatregelen tegen overnames schaden onze economie en het beursklimaat’.
Feit is wel, dat grote buitenlandse overnames grote strategische gevolgen kunnen hebben. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld als gevolg van de overname van Essent en Nuon nauwelijks nog invloed op energieleveranties. Het zou verstandig zijn ook oog te hebben voor de schaduwkanten van deze ontwikkelingen voor de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Het heilig geloof in de zegeningen van de markt is ook van invloed geweest op de kritiekloze houding van de Nederlandse politiek en de top van het nationale bedrijfsleven tegenover de buitenlandse overnames. Willem Vermeend noemt de opstelling van met name de CDA- en PvdA-fractie in de Tweede Kamer die naar zijn oordeel NUON en Essent voor Nederland hadden kunnen behouden “een gigantische politieke blunder die zeker in de politieke geschiedenisboekjes terecht zal komen”.
Vermeend concludeert in zijn boek: “Nederland heeft een aansprekende visie voor de toekomst nodig. Een toekomst die in de samenleving enthousiasme oproept en breed wordt gedragen. Een welvarend Nederland voor iedereen, dat internationaal vooroploopt met een sterke nieuwe economie, de groene economie. Maar een nieuwe economie is niet voldoende. We moeten naar een eerherstel van normen en waarden, naar fatsoen, naar ethiek in de samenleving en terug naar ouderwetse solidariteit. Weg met de IK-cultuur, weg met de financiële hebzucht, het casinokapitalisme, de exorbitante bonussen en het snelle geld verdienen. Deze aanpassingen vragen ook om een mentaliteitsverandering, zowel bij overheid en burgers als bij het bedrijfsleven. De IK-economie, de IK-samenleving is met de crisis ten onder gegaan. Alleen met de WIJ-eonomie kunnen we Nederland de komende decennia welvarend houden”.
Ik kan me wel vinden in de visionaire stellingname van Vermeend, toch niet de eerste de beste sociaal-democraat. Verbazingwekkend is de enorme kloof tussen zijn visie en het denken, doen en laten van het apathische Kabinet-Balkenende IV en de coalitiepartijen CDA, PvdA (inmiddels uitgetreden) en CU in de Kamer. Zij wekken regelmatig de indruk dat zij leven in een andere werkelijkheid dan die van het ‘gewone’ Nederlandse volk. De wereld na de crisis vraagt niet alleen om een ander overheidsbeleid maar ook om een mentaliteitsverandering. Met de huidige Ikke-ikke-ikke-mentaliteit gaan we het niet redden.
De wereld is in 2008 en daarna niet alleen getroffen door een zware economische crisis, maar wordt ook geconfronteerd met gigantische vraagstukken als de klimaatcrisis (de opwarming van de aarde) en de energiecrisis (opraken van duurder worden van fossiele brandstoffen). Ook om andere redenen is het onwaarschijnlijk, dat de vrije markt weer in al zijn glorie zal terugkeren. De crisis heeft ons aan het denken gezet over de hebzucht, het grote graaien, het egocentrisch denken en de protserige uitwassen van het ego-kapitalisme. Miljoenen mensen hebben niet alleen hun baan verloren maar zijn ook hun spaargeld kwijt. Daarnaast zijn er talloze bedrijven failliet gegaan. Deze feiten vragen om een duidelijke visie op de toekomst en een krachtdadig bestuur. Als ik Balkenende en (tot zijn aftreden) Wouter Bos op de tv zie weifelen en twijfelen, als ik zie hoe ze onverdroten de kool, de geit en de lieve vrede willen sparen, vraag ik me af of we daar met deze Nederlandse regering ooit aan toe komen.
In zijn boek ‘De Wij-economie’ (2009) stelt oud-minister en internetondernemer Willem Vermeend vast, dat veel verkopen niet in het belang waren van de continuïteit van de onderneming en de werknemers, maar dat er sprake was van mismanagement en de verkoop vooral werd ingegeven door de belangen van aandeelhouders, topmanagers, adviseurs en banken, die gigantische bedragen verdienden met de verkoop. Ook bij kopers ging het vaak om snel geld verdienen door het overgenomen bedrijf kaal te plukken of op te splitsen (bijv. uitgeverij PCM die gekocht werd door de Britse investeringsmaatschappij Apax. Daarnaast werd volgens Vermeend door opkopers, veelal private equityfondsen, gebruik gemaakt van financieringsconstructies die ten laste kwamen van de Nederlandse schatkist. Oud-minister Joop Wijn van Economische Zaken durfde het aan om de aanduiding ‘aasgieren’ te gebruiken voor bepaalde internationale opkoopfondsen die bedrijven kochten om snel hoge winsten te realiseren. Maar hij werd door zijn collega’s in het kabinet en door de top van het bedrijfsleven weggehoond. Wie vraagtekens zet bij dit soort verkopen werd weggezet als naïef, ouderwets, chauvinistisch of nationalistisch. Door de economische crisis is er weliswaar een kentering in het denken gekomen, maar die heeft nog niet geleid tot een adequate politieke reactie.
Diverse opiniepeilingen hebben de laatste jaren uitgewezen, dat ook een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich zorgen maakt over de verkoop van grote bedrijven aan het buitenland. Alle kritiek werd echter weggewuifd en gesmoord met begeleidende teksten als ‘We zijn een internationaal land, het past bij onze open economie’; en ‘Maatregelen tegen overnames schaden onze economie en het beursklimaat’.
Feit is wel, dat grote buitenlandse overnames grote strategische gevolgen kunnen hebben. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld als gevolg van de overname van Essent en Nuon nauwelijks nog invloed op energieleveranties. Het zou verstandig zijn ook oog te hebben voor de schaduwkanten van deze ontwikkelingen voor de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Het heilig geloof in de zegeningen van de markt is ook van invloed geweest op de kritiekloze houding van de Nederlandse politiek en de top van het nationale bedrijfsleven tegenover de buitenlandse overnames. Willem Vermeend noemt de opstelling van met name de CDA- en PvdA-fractie in de Tweede Kamer die naar zijn oordeel NUON en Essent voor Nederland hadden kunnen behouden “een gigantische politieke blunder die zeker in de politieke geschiedenisboekjes terecht zal komen”.
Vermeend concludeert in zijn boek: “Nederland heeft een aansprekende visie voor de toekomst nodig. Een toekomst die in de samenleving enthousiasme oproept en breed wordt gedragen. Een welvarend Nederland voor iedereen, dat internationaal vooroploopt met een sterke nieuwe economie, de groene economie. Maar een nieuwe economie is niet voldoende. We moeten naar een eerherstel van normen en waarden, naar fatsoen, naar ethiek in de samenleving en terug naar ouderwetse solidariteit. Weg met de IK-cultuur, weg met de financiële hebzucht, het casinokapitalisme, de exorbitante bonussen en het snelle geld verdienen. Deze aanpassingen vragen ook om een mentaliteitsverandering, zowel bij overheid en burgers als bij het bedrijfsleven. De IK-economie, de IK-samenleving is met de crisis ten onder gegaan. Alleen met de WIJ-eonomie kunnen we Nederland de komende decennia welvarend houden”.
Ik kan me wel vinden in de visionaire stellingname van Vermeend, toch niet de eerste de beste sociaal-democraat. Verbazingwekkend is de enorme kloof tussen zijn visie en het denken, doen en laten van het apathische Kabinet-Balkenende IV en de coalitiepartijen CDA, PvdA (inmiddels uitgetreden) en CU in de Kamer. Zij wekken regelmatig de indruk dat zij leven in een andere werkelijkheid dan die van het ‘gewone’ Nederlandse volk. De wereld na de crisis vraagt niet alleen om een ander overheidsbeleid maar ook om een mentaliteitsverandering. Met de huidige Ikke-ikke-ikke-mentaliteit gaan we het niet redden.
De wereld is in 2008 en daarna niet alleen getroffen door een zware economische crisis, maar wordt ook geconfronteerd met gigantische vraagstukken als de klimaatcrisis (de opwarming van de aarde) en de energiecrisis (opraken van duurder worden van fossiele brandstoffen). Ook om andere redenen is het onwaarschijnlijk, dat de vrije markt weer in al zijn glorie zal terugkeren. De crisis heeft ons aan het denken gezet over de hebzucht, het grote graaien, het egocentrisch denken en de protserige uitwassen van het ego-kapitalisme. Miljoenen mensen hebben niet alleen hun baan verloren maar zijn ook hun spaargeld kwijt. Daarnaast zijn er talloze bedrijven failliet gegaan. Deze feiten vragen om een duidelijke visie op de toekomst en een krachtdadig bestuur. Als ik Balkenende en (tot zijn aftreden) Wouter Bos op de tv zie weifelen en twijfelen, als ik zie hoe ze onverdroten de kool, de geit en de lieve vrede willen sparen, vraag ik me af of we daar met deze Nederlandse regering ooit aan toe komen.
Pensioenen
Er is, voor de zoveelste keer binnen betrekkelijk korte tijd, weer eens onrust over onze pensioenen. Jarenlang hebben politici en pensioenfondsbestuurders ons een rotsvast vertrouwen in een waardevaste pensioen aangepraat. Dat vertrouwen hield lange tijd stand, maar na de laatste financiële en economische crisis kelderde het met imponerende vaart. Volgens de pensioenbestuurders is de rente recent sterk gedaald en werkt dit door in een (te) lage dekkingsgraad. Dat kan zo zijn, maar wie garandeert dat de rente weer omhoog gaat? Die zou wel eens langdurig laag kunnen blijven. Het einde van de economische crisis lijkt nog lang niet in zicht. Trouwens, ook na de vorige wereldwijde crash duurde het 15 jaar èn een wereldoorlog voordat de economie weer aantrok! De pensioenfondsbestuurders maken nòg een kapitale blunder door uit te gaan van een beleggingsrendement dat aanzienlijk hoger is dan wat experts realistisch achten. Het is onmogelijk voor de komende decennia rentestanden en aandelenrendementen te prognotiseren. Daardoor is onze pensioenvoorziening met grote onzekerheden omgeven. Een spijkerhard pensioen is vooral een heel duur pensioen. De vraag is nu of we doorgaan met financieel scherp voor de wind te zeilen of dat we gaan rekenen met structureel lagere rentes en rendementen? De keuze heeft direct gevolgen voor de verdeling van de pensioenkosten tussen generaties. Blijken we achteraf te zuinig, dan betaalt de huidige generatie ouderen de rekening. Zijn we te optimistisch, dan betalen de jongeren de prijs.
Het is een ingewikkelde discussie, die samen met alle belanghebbenden en niet in een elitaire entiteit moet worden gevoerd. Op dit moment hebben de zogenaamde sociale partners alle touwtjes in handen. Ik vind, dat naast de gepensioneerden ook de jongeren, de actieve beroepsbevolking waarvan het overgrote deel niet is aangesloten bij een vakbond, moeten meepraten. Alleen door alle belanghebbenden bij de discussie te betrekken, kan het geschade vertrouwen in het pensioenstelsel weer op peil gebracht worden. Dat vertrouwen kan nog wat extra worden opgekrikt door een ander benoemingsbeleid van ceo's en cfo's bij de pensioenfondsen. Tot nog toe lijkt het usance de leiding in handen te geven van grijpgrage, min of meer afgedankte mastodonten uit de politieke wereld. Vooral mijn eigen ABP heeft daar een handje van. Met griezelige grofgeldjagers uit de old-boyskliek achter de tafel als Brinkman, Nijpels en Borghouts die stilletjes met een dikke bonus achter de coulissen verdwijnen als er aan hun bekwaamheid en/of integriteit wordt getwijfeld, schoffeer je alle pensioenbetalende en -genietende ambtenaren. De geloofwaardigheid van de pensioenfondsen zou er mee gediend zijn als de leiding in handen kwam van echte deskundigen en niet langer de speeltuin zou zijn van vaak onbekwame, maar nog o zo geile, receptietijgerende oud-politici die met minimale inspanning hun banksaldo verder willen opvoeren.
Het is een ingewikkelde discussie, die samen met alle belanghebbenden en niet in een elitaire entiteit moet worden gevoerd. Op dit moment hebben de zogenaamde sociale partners alle touwtjes in handen. Ik vind, dat naast de gepensioneerden ook de jongeren, de actieve beroepsbevolking waarvan het overgrote deel niet is aangesloten bij een vakbond, moeten meepraten. Alleen door alle belanghebbenden bij de discussie te betrekken, kan het geschade vertrouwen in het pensioenstelsel weer op peil gebracht worden. Dat vertrouwen kan nog wat extra worden opgekrikt door een ander benoemingsbeleid van ceo's en cfo's bij de pensioenfondsen. Tot nog toe lijkt het usance de leiding in handen te geven van grijpgrage, min of meer afgedankte mastodonten uit de politieke wereld. Vooral mijn eigen ABP heeft daar een handje van. Met griezelige grofgeldjagers uit de old-boyskliek achter de tafel als Brinkman, Nijpels en Borghouts die stilletjes met een dikke bonus achter de coulissen verdwijnen als er aan hun bekwaamheid en/of integriteit wordt getwijfeld, schoffeer je alle pensioenbetalende en -genietende ambtenaren. De geloofwaardigheid van de pensioenfondsen zou er mee gediend zijn als de leiding in handen kwam van echte deskundigen en niet langer de speeltuin zou zijn van vaak onbekwame, maar nog o zo geile, receptietijgerende oud-politici die met minimale inspanning hun banksaldo verder willen opvoeren.
Brulkikker
De Nederlandse televisie leeft bij de gratie van jury’s. Vooral bij de commerciële omroepen kunnen ze er wat van. Wie denkt dat hij aardig kan zingen, goochelen of bierkratjes stapelen kan zich aanmelden bij cameratribunalen, om vervolgens keihard te worden uitgelachen door juryleden, die vóór hun jurybestaan zelf nooit enige deuk in een pakje boter hebben weten te slaan. Of had u vroeger weleens van Henkjan Smits gehoord?
De competitie in Sterren op het doek is van geheel andere aard. Drie schilders maken een portret van een hoofdpersoon, die tijdens het poseren wordt geïnterviewd door Hanneke Groenteman. Het schilderij dat het meest bij de geïnterviewde in de smaak valt, mag mee naar huis. Jammer alleen dat het programma hinderlijk wordt gesponsord door de Bankgiroloterij. Middenin het programma duikt opeens brulkikkerend leeghoofd Ron Brandsteder op om een cheque van 100.000 euro te overhandigen aan een deelnemer van de loterij. Bizar dat zoiets mag bij een publieke omroep.
De competitie in Sterren op het doek is van geheel andere aard. Drie schilders maken een portret van een hoofdpersoon, die tijdens het poseren wordt geïnterviewd door Hanneke Groenteman. Het schilderij dat het meest bij de geïnterviewde in de smaak valt, mag mee naar huis. Jammer alleen dat het programma hinderlijk wordt gesponsord door de Bankgiroloterij. Middenin het programma duikt opeens brulkikkerend leeghoofd Ron Brandsteder op om een cheque van 100.000 euro te overhandigen aan een deelnemer van de loterij. Bizar dat zoiets mag bij een publieke omroep.
dinsdag 17 augustus 2010
Technische analyse
Waarom laten beleggers zich toch elke keer weer ‘gek’ maken door bepaalde goeroes en schakelen ze hun eigen rationele denken uit ? Wessel Aslander van Wallstreetweb weet het antwoord: luiheid. Volgens de beursanalyticus lopen nog steeds hele horden achter de betweters van het beurstoneel aan. Aslander waarschuwt: "Trap toch niet elke keer opnieuw in dat ‘spelletje’; dat kost u elke keer heel veel geld!"
Net als Aslander moet ik, zoals bekend, over het algemeen ook weinig van goeroes hebben. Ze kloppen arglistig geld uit je zak met irrationeel gelul en opportunistische prietpraat over de markt en met soms ronduit misleidende informatie over hun eigen prestaties en resultaten. Wat dat betreft kan ik me helemaal in Aslander vinden. Hij beweert ook, dat er met emotie op de beurs amper of geen geld valt te verdienen. Emotie is volgens hem een zeer slechte raadgever "omdat de meeste beleggers dan hun ‘ingevingen’ of wantrouwen achterna lopen, meestal met plezier gestimuleerd door genoemde partijen. Die maken daar graag gebruik (of zo u wilt ‘misbruik’) van en proberen de situatie naar hun hand te zetten. En dat lukt ze, zeker in de fase van herstel na een zware tik, hartstikke goed ! Oftewel: de meeste beleggers lopen het liefste een bepaalde partij ‘achterna’ omdat ze zélf niet willen nadenken over ontwikkelingen. En als het fout gaat kunnen ze die partij ‘de schuld’ geven van het falen, zodat ze zélf ‘buiten schot’ blijven."
Volgens Aslander mag zo'n aanpak psychologisch weliswaar ‘goed’ voelen, maar is deze vanuit beleggingstechnisch oogpunt erg dom: "Want het kost u veel geld en/of rendement, terwijl u niets had verloren of zelfs had gewonnen door zélf na te blijven denken."
Vanuit mijn persoonlijke optiek past hier een kanttekening. Ik loop weliswaar niet achter goeroes aan, ik handel wèl vaak uit emoties en opportunistische overwegingen. Wees wel: als het mij onder de streep geen succes had opgeleverd, had ik natuurlijk allang met die benadering gekapt. Misschien dat Aslander mijn aanpak een beetje kan billijken als ik erbij vertel dat ik me in eerste instantie altijd laat leiden door technische analyse, in de ogen van Aslander een beproefde weg: "Er is maar 1 techniek die vrijwel alles op de beurs ‘vangt’: Technische Analyse. Simpelweg omdat zij geen enkel oordeel velt over een bepaalde situatie, maar slechts de trend in beeld brengt. Neutraler, eerlijker en duidelijker kan het niet, omdat elke emotie en voorkeur wordt uitgeschakeld en semi-wetenschappelijk naar de beurs wordt gekeken."
Ik ben het oneens met de analyticus, dat zo'n (semi)wetenschappelijke benadering per definitie ‘neutraal’ is, omdat de factor emotie geheel wordt uitgeschakeld. In mijn visie is de hele beurshandel voor een groot deel emotie. Alle emoties bij elkaar, gebundeld in de dagelijkse handel op de beursvloer, leiden tot een trend. Ik kijk naar die trend, denk er over na (zoals Aslander graag wil!) en voeg er vervolgens mijn eigen gevoelens aan toe. Juist die gevoelens (en emoties) zijn voor mij uiteindelijk doorslaggevend voor de vraag of ik een order wel of niet plaats.
Net als Aslander moet ik, zoals bekend, over het algemeen ook weinig van goeroes hebben. Ze kloppen arglistig geld uit je zak met irrationeel gelul en opportunistische prietpraat over de markt en met soms ronduit misleidende informatie over hun eigen prestaties en resultaten. Wat dat betreft kan ik me helemaal in Aslander vinden. Hij beweert ook, dat er met emotie op de beurs amper of geen geld valt te verdienen. Emotie is volgens hem een zeer slechte raadgever "omdat de meeste beleggers dan hun ‘ingevingen’ of wantrouwen achterna lopen, meestal met plezier gestimuleerd door genoemde partijen. Die maken daar graag gebruik (of zo u wilt ‘misbruik’) van en proberen de situatie naar hun hand te zetten. En dat lukt ze, zeker in de fase van herstel na een zware tik, hartstikke goed ! Oftewel: de meeste beleggers lopen het liefste een bepaalde partij ‘achterna’ omdat ze zélf niet willen nadenken over ontwikkelingen. En als het fout gaat kunnen ze die partij ‘de schuld’ geven van het falen, zodat ze zélf ‘buiten schot’ blijven."
Volgens Aslander mag zo'n aanpak psychologisch weliswaar ‘goed’ voelen, maar is deze vanuit beleggingstechnisch oogpunt erg dom: "Want het kost u veel geld en/of rendement, terwijl u niets had verloren of zelfs had gewonnen door zélf na te blijven denken."
Vanuit mijn persoonlijke optiek past hier een kanttekening. Ik loop weliswaar niet achter goeroes aan, ik handel wèl vaak uit emoties en opportunistische overwegingen. Wees wel: als het mij onder de streep geen succes had opgeleverd, had ik natuurlijk allang met die benadering gekapt. Misschien dat Aslander mijn aanpak een beetje kan billijken als ik erbij vertel dat ik me in eerste instantie altijd laat leiden door technische analyse, in de ogen van Aslander een beproefde weg: "Er is maar 1 techniek die vrijwel alles op de beurs ‘vangt’: Technische Analyse. Simpelweg omdat zij geen enkel oordeel velt over een bepaalde situatie, maar slechts de trend in beeld brengt. Neutraler, eerlijker en duidelijker kan het niet, omdat elke emotie en voorkeur wordt uitgeschakeld en semi-wetenschappelijk naar de beurs wordt gekeken."
Ik ben het oneens met de analyticus, dat zo'n (semi)wetenschappelijke benadering per definitie ‘neutraal’ is, omdat de factor emotie geheel wordt uitgeschakeld. In mijn visie is de hele beurshandel voor een groot deel emotie. Alle emoties bij elkaar, gebundeld in de dagelijkse handel op de beursvloer, leiden tot een trend. Ik kijk naar die trend, denk er over na (zoals Aslander graag wil!) en voeg er vervolgens mijn eigen gevoelens aan toe. Juist die gevoelens (en emoties) zijn voor mij uiteindelijk doorslaggevend voor de vraag of ik een order wel of niet plaats.
Excessieve zelfverrijking
Met de regelmaat van de klok komen dienaren van de publieke zaak in het nieuws vanwege excessieve beloningen, bonussen, gouden handdrukken, wachtgelden en creatieve regelingen. Soms gaan deze excessen hand in hand met wanprestaties. Econoom Arnold Heertje geeft daar in een column op RTLZ een paar 'aardige' voorbeelden van. Voorbeelden die in het verleden door de toenmalige minister-president Wim Kok (inmiddels zelf een lui leven lijdend en genietend van rijkelijke beloningen voor commissariaten) moeiteloos onder diens eigen kwalificatie 'excessieve zelfverrijking' zouden zijn gerubriceerd.
Heertje: De laatste dagen kwamen voorbij de woningcorporaties met de topman van Aedes, Marc Calon, die in Groningen verwikkeld is in fraude dossiers over Meerstad en de blauwe Stad. Johan van Praet was directeur van de Zorgstichting Aveleijn. Hij is ontslagen wegens een onrechtmatige hypotheek, verstrekt uit AWBZ-gelden. In zijn Raad van Toezicht zat Netty Nieuwboer, oud-burgemeester van Losser, die daar vervroegd is vertrokken vanwege een landbouwshow met een gouden handdruk van € 200.000. Vandaar dat Van Praet is weggestuurd met een gouden handdruk van ruim € 500.000. Marja van Goudswaard is als directeur van het Centraal Administratiekantoor, CAK wegens wanprestatie ontslagen. Haar wachtgeld wordt tot 2017 aangevuld tot minimaal 80 % van haar wedde op de dag van ontslag. Ook deze onrechtmatige vergoeding gaat uit de AWBZ-gelden. Jan Wieten is wethouder van de gemeente Kampen. Hij is nu parttime gaan werken op basis van 75 %.
De burger veronderstelt een versobering van 25 %, maar dat is niet zo. Volgens de Volkskrant wordt er voor 25 % een beroep gedaan op wachtgeld. Misschien een vergissing omdat het wachtgeld maximaal 80 % van het salaris is en dan gaat het om 5 %. Het blijft een bedenkelijk arrangement dat je als sociaal-democraat niet zou moeten willen. Frank Luycks, wethouder in Hoogeveen denkt daar anders over. Hij laat zich ook compenseren uit de wachtgeldregeling met het argument dat hij gewoon gebruik maakt van de regels en bovendien 70 uur per week werkt. Voor het kabinet-Rutte-Verhagen liggen de bezuinigingen voor het oprapen.
Hoe zou het trouwens gaan met onze gewezen minister van Financiën Wouter Bos? Ook hij geniet een riant wachtgeld, aangevuld met wat losse centen uit commissariaten en andere onduidelijke bezigheden. Spelend in de zandbak met zijn koters zal hij gniffelend terugdenken aan het moment waarop hij met zijn PvdA-smaldeel op hypocriete gronden uit het kabinet-Balkenende-4 stapte. Voor hem, stilletjes uiteraard, een glorierijk moment, omdat hij vanaf dat moment gevrijwaard zou zijn van het afleggen van verantwoordelijkheid voor zijn falende aanpak van de financieel-economische crisis. Zijn enige zorgen zijn nog de poepluiers. Maar met een jaarlijkse handreiking van de Nederlandse burgerij van enkele tonnen uit de belastingpot wordt die klus draaglijk. Bovendien is er voor de nabije toekomst het perspectief van een dikke baan als president-directeur van de Nederlandse Bank. Die loper kon nog net worden uitgelegd voor het landsbelang moest worden ingeruild voor de schone taak van huisman.
Heertje: De laatste dagen kwamen voorbij de woningcorporaties met de topman van Aedes, Marc Calon, die in Groningen verwikkeld is in fraude dossiers over Meerstad en de blauwe Stad. Johan van Praet was directeur van de Zorgstichting Aveleijn. Hij is ontslagen wegens een onrechtmatige hypotheek, verstrekt uit AWBZ-gelden. In zijn Raad van Toezicht zat Netty Nieuwboer, oud-burgemeester van Losser, die daar vervroegd is vertrokken vanwege een landbouwshow met een gouden handdruk van € 200.000. Vandaar dat Van Praet is weggestuurd met een gouden handdruk van ruim € 500.000. Marja van Goudswaard is als directeur van het Centraal Administratiekantoor, CAK wegens wanprestatie ontslagen. Haar wachtgeld wordt tot 2017 aangevuld tot minimaal 80 % van haar wedde op de dag van ontslag. Ook deze onrechtmatige vergoeding gaat uit de AWBZ-gelden. Jan Wieten is wethouder van de gemeente Kampen. Hij is nu parttime gaan werken op basis van 75 %.
De burger veronderstelt een versobering van 25 %, maar dat is niet zo. Volgens de Volkskrant wordt er voor 25 % een beroep gedaan op wachtgeld. Misschien een vergissing omdat het wachtgeld maximaal 80 % van het salaris is en dan gaat het om 5 %. Het blijft een bedenkelijk arrangement dat je als sociaal-democraat niet zou moeten willen. Frank Luycks, wethouder in Hoogeveen denkt daar anders over. Hij laat zich ook compenseren uit de wachtgeldregeling met het argument dat hij gewoon gebruik maakt van de regels en bovendien 70 uur per week werkt. Voor het kabinet-Rutte-Verhagen liggen de bezuinigingen voor het oprapen.
Hoe zou het trouwens gaan met onze gewezen minister van Financiën Wouter Bos? Ook hij geniet een riant wachtgeld, aangevuld met wat losse centen uit commissariaten en andere onduidelijke bezigheden. Spelend in de zandbak met zijn koters zal hij gniffelend terugdenken aan het moment waarop hij met zijn PvdA-smaldeel op hypocriete gronden uit het kabinet-Balkenende-4 stapte. Voor hem, stilletjes uiteraard, een glorierijk moment, omdat hij vanaf dat moment gevrijwaard zou zijn van het afleggen van verantwoordelijkheid voor zijn falende aanpak van de financieel-economische crisis. Zijn enige zorgen zijn nog de poepluiers. Maar met een jaarlijkse handreiking van de Nederlandse burgerij van enkele tonnen uit de belastingpot wordt die klus draaglijk. Bovendien is er voor de nabije toekomst het perspectief van een dikke baan als president-directeur van de Nederlandse Bank. Die loper kon nog net worden uitgelegd voor het landsbelang moest worden ingeruild voor de schone taak van huisman.
maandag 9 augustus 2010
Eigenwijs beleggen
Beleggen als hobby
Sinds het begin van de jaren tachtig ben ik actief als belegger. In de beginperiode heb ik voornamelijk belegd in 'veilige' beleggingsfondsen. Beleggen als hobbymatige nevenactiviteit is echter pas een liefhebberij, vind ik, als ze ook wat leven in de brouwerij brengt. Ik kwam er heel snel achter, dat beleggen in fondsen niet alleen duur, maar ook verschrikkelijk saai is. Kijken naar het groeien van gras levert meer vertier op dan je geld stoppen in beleggingsfondsen.
Het zal met mijn karakter te maken hebben: ik hou van 'beweging in de tent' en word onrustig van inactiviteit. Bovendien was de opbrengst van het fondsbeleggen onder de streep, na aftrek van de beheerskosten, ook niet om enthousiast van te worden. Geleidelijk heb ik een wat actievere beleggingskoers ingeslagen, die een paar jaar geleden is uitgemond in een dagelijkse handel in aandelen, opties en turbo's.
Er is in mijn aanpak de laatste jaren nog meer veranderd. Veel minder dan vroeger besteed ik tegenwoordig tijd aan alles wat over de (kansen op de) aandelenmarkten geschreven wordt. Natuurlijk volg ik het relevante nieuws, nationaal en internationaal, op de voet. Favoriete informanten zijn RTLZ, BNR, Beurs.nl, DFT en CNBC. Diverse analisten op beurspagina IEX.nl sla ik echter over, òf omdat ze voor mij niet relevant zijn, òf omdat ze hun betalende abonnees naar de mond (portemonnee) schrijven òf omdat ze bij herhaling aantoonbare lariekoek verkondigen.
Er zijn in Nederland nogal wat beursanalisten en adviseurs die met het geven van beleggingstips tegen forse betaling hun dagelijkse boterham verdienen. Ik ben ook een paar keer bezweken voor hun verleidelijke aanbieding om snel rijk te worden. Ik heb echter net als veel anderen leergeld betaald. De praktijk van de beurshandel staat nogal eens in schril contrast met de ronkende reclameteksten van deze beursgoeroes.
Een van de goeroes die het erg met zichzelf getroffen, heeft is een academicus die in zijn wekelijkse nieuwsbrief propageert dat zijn 'wetenschappelijke aanpak van beleggingen tot ongekende resultaten leidt'. Hoe sneu is het voor de doctorandus (en nog veel meer voor zijn abonnees), dat zijn adviezen in het afgelopen jaar slechts een paar keer winst hebben opgeleverd en een veelvoud aan verliezende transacties. Voor mij bewijst deze drs. dagelijks, dat beleggen in ieder geval geen wetenschap is.
Een andere goeroe presteert het om kardinale missers van soms enkele duizenden euro's per verkeerd uitpakkend advies buiten zijn resultatenlijst te laten of weg te moffelen en vervolgens te pronken met prachtige jaarcijfers. Ik heb met deze goeroes leergeld betaald. Misschien heb ik de pech gehad door uit het grote aanbod van analisten en adviseurs nou net de verkeerde te kiezen. Hoe dan ook, tegenwoordig ben ik mijn eigen adviseur.
Als amateurbelegger kan ik mij goed vinden in de opvatting van beleggingscoach Jim Tehupuring, werkzaam bij effectenbank Alex. Hij hanteert voor zijn beleggingsaanpak een aantal geboden. Een daarvan is, dat je niet achter de aanbevelingen van analisten moet aanlopen. Als je hun adviezen bekijkt, dan valt het op, zegt Jim Tehupuring, dat de gemiddelde bankanalist ongeveer ieder aandeel dat hij onder de loep neemt beloont met een koopadvies of op z’n minst het advies ‘houden’ meegeeft. Het aantal negatieve adviezen is niet zelden nul. Conclusie: beleggen is volgens analisten zeer eenvoudig; je kunt verantwoord alles kopen wat je tegenkomt.....
De meeste analisten analyseren een bedrijf, de toekomstige winststromen en stellen dan vast of een onderneming waardevol is of niet. Het probleem bij beleggen is echter dat de markt de prijzen bepaalt. En de markt is niets anders dan een verzameling 'gekken' die de hele dag bied- en laatprijzen afgeven. Deze gekken zorgen er met elkaar voor dat prijzen in korte tijd alle kanten kunnen uitvliegen, maar ook dat bedrijven over- en ondergewaardeerd zijn. Dat biedt beleggingskansen, maar ook evenzoveel valkuilen.
Ik ben met Tehupuring van mening dat een goede belegger voor zichzelf bepaalt wanneer een aandeel koopwaardig is en wanneer niet. Je kunt daarbij als hulpmiddel gebruikmaken van fundamentele of technische analyse. Veel beleggers gebruiken deze door elkaar. Ik ook. Bij de fundamentele analyse is vooral de waarde van een bedrijf van belang, bij technische analyse draait het om timing. Met behulp van koersgrafieken, patronen en indicatoren probeer je feitelijk inzicht te krijgen in het gedrag van alle gekken die op de beurs actief zijn en daar de borden groen of rood doen kleuren. Je probeert mee te profiteren van trends en te (ver)kopen op draaipunten in de markt. Een beetje ingewikkeld soms, maar altijd heel boeiend.
Sinds ik niet meer koers op het kompas van de zogenaamde deskundigen, gaat het zoals gezegd met mijn beleggingen een stuk beter. Niet dat ik inmiddels de beurswijsheid in pacht heb. Dat kan ook niet, want beleggen is geen wetenschap,zoals de hiervoor genoemde doctorandus-belegger dagelijks bewijst. Ondanks drie decennia ervaring ben ik nog steeds een volbloed amateur. Ik volg de ontwikkelingen en de trends van de markt en speel daar opportunistisch op in. Ik maak gebruik van volatiliteit en van sentimenten. En ik laat me nogal eens verleiden tot een gokje. Dat brengt flinke risico's met zich mee en in de praktijk ook schade en schande.
Al met al ben ik echter tevreden over mijn eigen scores. Het saldo onder de streep van 2009 en de eerste 7 maanden van 2010 geeft in ieder geval aan, dat de 'windhandel in geld' geen windeieren oplevert.
Hoewel ik iedere beursdag gedisciplineerd voor het beursscherm plaatsneem, blijft beleggen voor mij een hobbyachtige nevenactiviteit. Het is soms net werken, je moet er op tijd voor uit de veren en het kost een hoop tijd. Je moet bestand zijn tegen de doorlopende spanning, tegen de ergernis over verkeerd uitpakkende transacties, tegen koersontwikkelingen die alle logica trotseren, enz. Ik ken alle emoties uit eigen ervaring. Ook ik heb wel eens slapeloze nachten gehad en er zullen er ongetwijfeld nog bijkomen. Maar zelfs als de schermen rood kleuren en het spreekwoordelijke bloed door de straten stroomt geniet ik! Zelfs als er een keer een flink bedrag bij moet, is kappen met deze, door anderen misschien als exhibitionistisch betitelde bezigheid niet aan de orde. Tegenover mijn vrouw probeer ik me bij verlies te verontschuldigen met de opmerking: "Jouw hobby kost toch ook geld?!"
Sinds het begin van de jaren tachtig ben ik actief als belegger. In de beginperiode heb ik voornamelijk belegd in 'veilige' beleggingsfondsen. Beleggen als hobbymatige nevenactiviteit is echter pas een liefhebberij, vind ik, als ze ook wat leven in de brouwerij brengt. Ik kwam er heel snel achter, dat beleggen in fondsen niet alleen duur, maar ook verschrikkelijk saai is. Kijken naar het groeien van gras levert meer vertier op dan je geld stoppen in beleggingsfondsen.
Het zal met mijn karakter te maken hebben: ik hou van 'beweging in de tent' en word onrustig van inactiviteit. Bovendien was de opbrengst van het fondsbeleggen onder de streep, na aftrek van de beheerskosten, ook niet om enthousiast van te worden. Geleidelijk heb ik een wat actievere beleggingskoers ingeslagen, die een paar jaar geleden is uitgemond in een dagelijkse handel in aandelen, opties en turbo's.
Er is in mijn aanpak de laatste jaren nog meer veranderd. Veel minder dan vroeger besteed ik tegenwoordig tijd aan alles wat over de (kansen op de) aandelenmarkten geschreven wordt. Natuurlijk volg ik het relevante nieuws, nationaal en internationaal, op de voet. Favoriete informanten zijn RTLZ, BNR, Beurs.nl, DFT en CNBC. Diverse analisten op beurspagina IEX.nl sla ik echter over, òf omdat ze voor mij niet relevant zijn, òf omdat ze hun betalende abonnees naar de mond (portemonnee) schrijven òf omdat ze bij herhaling aantoonbare lariekoek verkondigen.
Er zijn in Nederland nogal wat beursanalisten en adviseurs die met het geven van beleggingstips tegen forse betaling hun dagelijkse boterham verdienen. Ik ben ook een paar keer bezweken voor hun verleidelijke aanbieding om snel rijk te worden. Ik heb echter net als veel anderen leergeld betaald. De praktijk van de beurshandel staat nogal eens in schril contrast met de ronkende reclameteksten van deze beursgoeroes.
Een van de goeroes die het erg met zichzelf getroffen, heeft is een academicus die in zijn wekelijkse nieuwsbrief propageert dat zijn 'wetenschappelijke aanpak van beleggingen tot ongekende resultaten leidt'. Hoe sneu is het voor de doctorandus (en nog veel meer voor zijn abonnees), dat zijn adviezen in het afgelopen jaar slechts een paar keer winst hebben opgeleverd en een veelvoud aan verliezende transacties. Voor mij bewijst deze drs. dagelijks, dat beleggen in ieder geval geen wetenschap is.
Een andere goeroe presteert het om kardinale missers van soms enkele duizenden euro's per verkeerd uitpakkend advies buiten zijn resultatenlijst te laten of weg te moffelen en vervolgens te pronken met prachtige jaarcijfers. Ik heb met deze goeroes leergeld betaald. Misschien heb ik de pech gehad door uit het grote aanbod van analisten en adviseurs nou net de verkeerde te kiezen. Hoe dan ook, tegenwoordig ben ik mijn eigen adviseur.
Als amateurbelegger kan ik mij goed vinden in de opvatting van beleggingscoach Jim Tehupuring, werkzaam bij effectenbank Alex. Hij hanteert voor zijn beleggingsaanpak een aantal geboden. Een daarvan is, dat je niet achter de aanbevelingen van analisten moet aanlopen. Als je hun adviezen bekijkt, dan valt het op, zegt Jim Tehupuring, dat de gemiddelde bankanalist ongeveer ieder aandeel dat hij onder de loep neemt beloont met een koopadvies of op z’n minst het advies ‘houden’ meegeeft. Het aantal negatieve adviezen is niet zelden nul. Conclusie: beleggen is volgens analisten zeer eenvoudig; je kunt verantwoord alles kopen wat je tegenkomt.....
De meeste analisten analyseren een bedrijf, de toekomstige winststromen en stellen dan vast of een onderneming waardevol is of niet. Het probleem bij beleggen is echter dat de markt de prijzen bepaalt. En de markt is niets anders dan een verzameling 'gekken' die de hele dag bied- en laatprijzen afgeven. Deze gekken zorgen er met elkaar voor dat prijzen in korte tijd alle kanten kunnen uitvliegen, maar ook dat bedrijven over- en ondergewaardeerd zijn. Dat biedt beleggingskansen, maar ook evenzoveel valkuilen.
Ik ben met Tehupuring van mening dat een goede belegger voor zichzelf bepaalt wanneer een aandeel koopwaardig is en wanneer niet. Je kunt daarbij als hulpmiddel gebruikmaken van fundamentele of technische analyse. Veel beleggers gebruiken deze door elkaar. Ik ook. Bij de fundamentele analyse is vooral de waarde van een bedrijf van belang, bij technische analyse draait het om timing. Met behulp van koersgrafieken, patronen en indicatoren probeer je feitelijk inzicht te krijgen in het gedrag van alle gekken die op de beurs actief zijn en daar de borden groen of rood doen kleuren. Je probeert mee te profiteren van trends en te (ver)kopen op draaipunten in de markt. Een beetje ingewikkeld soms, maar altijd heel boeiend.
Sinds ik niet meer koers op het kompas van de zogenaamde deskundigen, gaat het zoals gezegd met mijn beleggingen een stuk beter. Niet dat ik inmiddels de beurswijsheid in pacht heb. Dat kan ook niet, want beleggen is geen wetenschap,zoals de hiervoor genoemde doctorandus-belegger dagelijks bewijst. Ondanks drie decennia ervaring ben ik nog steeds een volbloed amateur. Ik volg de ontwikkelingen en de trends van de markt en speel daar opportunistisch op in. Ik maak gebruik van volatiliteit en van sentimenten. En ik laat me nogal eens verleiden tot een gokje. Dat brengt flinke risico's met zich mee en in de praktijk ook schade en schande.
Al met al ben ik echter tevreden over mijn eigen scores. Het saldo onder de streep van 2009 en de eerste 7 maanden van 2010 geeft in ieder geval aan, dat de 'windhandel in geld' geen windeieren oplevert.
Hoewel ik iedere beursdag gedisciplineerd voor het beursscherm plaatsneem, blijft beleggen voor mij een hobbyachtige nevenactiviteit. Het is soms net werken, je moet er op tijd voor uit de veren en het kost een hoop tijd. Je moet bestand zijn tegen de doorlopende spanning, tegen de ergernis over verkeerd uitpakkende transacties, tegen koersontwikkelingen die alle logica trotseren, enz. Ik ken alle emoties uit eigen ervaring. Ook ik heb wel eens slapeloze nachten gehad en er zullen er ongetwijfeld nog bijkomen. Maar zelfs als de schermen rood kleuren en het spreekwoordelijke bloed door de straten stroomt geniet ik! Zelfs als er een keer een flink bedrag bij moet, is kappen met deze, door anderen misschien als exhibitionistisch betitelde bezigheid niet aan de orde. Tegenover mijn vrouw probeer ik me bij verlies te verontschuldigen met de opmerking: "Jouw hobby kost toch ook geld?!"
Dictator Fifa
De Nederlandse en Belgische regering hebben de wereldvoetbaldbond Fifa gevraagd samen het WK van 2018 of 2022 te mogen organiseren. Ik plaats kritische kanttekeningen bij dat verzoek. Weten we wat de kosten zullen zijn? Zijn we misschien uit het oog verloren dat bij voorgaande edities van het toernooi de kostenbegrotingen soms meerdere keren over de kop zijn gegaan? Verhalen dat zo'n evenement onder de streep winstgevend is, zijn ook boterzacht. De onafhankelijke Stichting Economisch Onderzoek heeft berekend, dat van de totale organisatiekosten minimaal een zesde deel niet zal worden terugverdiend.
En hoe zit het met die faciliteiten en prerogatieven die Fifa-bestuurders eisen? Zij willen kennelijk vrijgesteld worden van belastingverplichtingen in Nederland. En ze willen - hoe verzin je het? - de beschikking over vrije banen op de autosnelwegen. Verder zouden de Fifa-sponsoren door gelegenheidswetgeving het alleenrecht moeten krijgen op straatverkoop en straatreclame in een straal van twee kilometer rond elk stadion èn rond elk evenement dat aan het WK gerelateerd is. Wat de Fifa decreteert, gaat alle perken te buiten. Het lijkt zelfs op chantage. Ze eist dat ons land bijna twee maanden aan de regels van de Fifa wordt onderworpen: vrijgemaakte snelwegen voor de bobo’s, geen belasting voor de bond, een middenstand die buitenspel wordt gezet, het zijn absurde eisen. De wereldvoetbalbond vertoont dictatoriale trekken. Toch komt zijn tot nu toe weg met steeds belachelijker eisen, omdat landen bang zijn zo'n gerenommeerd toernooi mis te lopen. Het wordt tijd dat de Fifa weer eens op haar plek wordt gezet. De Nederlandse regering moet maar eens klip en klaar maken, dat Blatter c.s. niet boven de Nederlandse wet staan.
En hoe zit het met die faciliteiten en prerogatieven die Fifa-bestuurders eisen? Zij willen kennelijk vrijgesteld worden van belastingverplichtingen in Nederland. En ze willen - hoe verzin je het? - de beschikking over vrije banen op de autosnelwegen. Verder zouden de Fifa-sponsoren door gelegenheidswetgeving het alleenrecht moeten krijgen op straatverkoop en straatreclame in een straal van twee kilometer rond elk stadion èn rond elk evenement dat aan het WK gerelateerd is. Wat de Fifa decreteert, gaat alle perken te buiten. Het lijkt zelfs op chantage. Ze eist dat ons land bijna twee maanden aan de regels van de Fifa wordt onderworpen: vrijgemaakte snelwegen voor de bobo’s, geen belasting voor de bond, een middenstand die buitenspel wordt gezet, het zijn absurde eisen. De wereldvoetbalbond vertoont dictatoriale trekken. Toch komt zijn tot nu toe weg met steeds belachelijker eisen, omdat landen bang zijn zo'n gerenommeerd toernooi mis te lopen. Het wordt tijd dat de Fifa weer eens op haar plek wordt gezet. De Nederlandse regering moet maar eens klip en klaar maken, dat Blatter c.s. niet boven de Nederlandse wet staan.
woensdag 4 augustus 2010
Rechts kabinet?
Krijgen we een rechts kabinet met gedoogsteun van de PVV? Het ziet er naar uit op dit moment. Ik vind het onbegrijpelijk, dat de PvdA (of was het expliciet Cohen?) de optie van een breed middenkabinet met VVD en CDA uit partijpolitieke overwegingen heeft geboycot. Was het niet meer voor de hand liggend geweest zich in te zetten voor het algemeen belang in een tijd dat bezuinigingen en sociale onzekerheid dat vereisen? Het is even onbegrijpelijk dat VVD en CDA denken dat deze constructie een stabiele regering oplevert. Ongekende bezuinigingen en drastische sociaal-economische hervormingen vragen draagvlak. Dat is er niet bij een minderheidskabinet van VVD en CDA, dat leunt op een niet-betrouwbare steun van de onervaren PVV-fractie en dat ongetwijfeld ook te maken krijgt met dissonanten binnen de CDA-fractie. Een meerderheid van 1 zetel in de Kamer is dan een zeer labiel fundament.
Voorlopig is natuurlijk nog de vraag of de formatie lukt. In al die hoofdpijndossiers van woningmarkt, fiscale hervorming, gezondheidszorg, arbeidsmarkt, integratie, ontwikkelingshulp enz. zal het passen en meten zijn om een uitweg te vinden. De 'ferme wil' waar informateur Lubbers over repte, biedt geen enkele garantie op een positief resultaat. Ik acht het niet onwaarschijnlijk, dat de mooie woorden van vandaag uiteindelijk niet tot daden leiden. Want afgezien nog van te bereiken overeenstemming over het regeerprogram vraag ik me af of Rutte en Verhagen, na wekenlange politeke spelletjes, het uiteindelijke ja-woord zullen willen uitspreken en zullen poseren op de paleistrappen. In beider achterhoofd speelt namelijk ongetwijfeld de gedachte, dat zo'n kabinet grote kans loopt binnen de kortste keren ultieme averij op te lopen. En dat zou voor beide ijdeltuiten ook de persoonlijke politieke ondergang betekenen.
Voorlopig is natuurlijk nog de vraag of de formatie lukt. In al die hoofdpijndossiers van woningmarkt, fiscale hervorming, gezondheidszorg, arbeidsmarkt, integratie, ontwikkelingshulp enz. zal het passen en meten zijn om een uitweg te vinden. De 'ferme wil' waar informateur Lubbers over repte, biedt geen enkele garantie op een positief resultaat. Ik acht het niet onwaarschijnlijk, dat de mooie woorden van vandaag uiteindelijk niet tot daden leiden. Want afgezien nog van te bereiken overeenstemming over het regeerprogram vraag ik me af of Rutte en Verhagen, na wekenlange politeke spelletjes, het uiteindelijke ja-woord zullen willen uitspreken en zullen poseren op de paleistrappen. In beider achterhoofd speelt namelijk ongetwijfeld de gedachte, dat zo'n kabinet grote kans loopt binnen de kortste keren ultieme averij op te lopen. En dat zou voor beide ijdeltuiten ook de persoonlijke politieke ondergang betekenen.
maandag 2 augustus 2010
Internet maakt dom
Het continue gezap van link naar link en website naar website maakt, dat de moderne mens in voortdurende staat van opgejaagdheid verkeert en zijn vermogen verliest zich te concentreren en diep na te denken. Internet stimuleert oppervlakkigheid, betoogt de Amerikaanse publicist Nicholas Carr.
Je hebt in eerste aanleg de neiging zo'n constatering voor kennisgeving aan te nemen. Maar gebaseerd op eigen waarnemingen moet ik vaststellen, dat Carr waarschijnlijk een spijker op de kop heeft geslagen. Al jaren achtereen zit ik zeven dagen per week vele uren achtereen voor het pc-scherm. In zo weinig mogelijk tijd wil ik zoveel mogelijk informatie absorberen. Eigenlijk lees ik niet meer, ik maak alleen nog een vluchtige scan van de regels op het beeldscherm. Passages die op het eerste gezicht minder relevant of interessant lijken, laat ik na een snelle blik voor wat ze zijn. Ballast! Weg ermee!
Het klinkt misschien raar, maar ik heb tegenwoordig regelmatig het gevoel, dat ik eigenlijk niet meer kàn lezen. Er is bijna geen tekst meer die ik nog van a tot en met z zorgvuldig tot me neem. Ik raas er in een onbewuste gedrevenheid overheen, niet alleen op het scherm maar ook in de gedrukte media. Ik selecteer in een oogopslag wat ik wel en niet belangwekkend vind. De 'ballast' wordt door mijn brein onmiddellijk richting prullenbak gedirigeerd, de overige regels hebben nog kans op een plekje in mijn bovenkamer. Maar dat ze er daadwerkelijk worden opgeslagen, is allerminst zeker, zo leert de praktijk.
Net als Carr heb ik soms het gevoel, dat iets of iemand met mijn hersenen knoeit, met de bedrading van mijn brein rommelt, mijn geheugen opnieuw programmeert. Niet dat ik mijn verstand verlies, voor zover ik weet, maar het verandert wel. Ik ben me daar het sterkst van bewust als ik een boek of een langer artikel in een tijdschrift probeer te lezen. Dat lukt tegenwoordig nog slechts met de grootste moeite. Ik lees niet meer, ik scan alleen nog. En ik kan me niet concentreren, ben binnen de kortste keren afgeleid.
In 'The Shallows - What internet is doing to our brains' betoogt Carr, dat we dom worden van internet. Elke dag struinen we tientallen websites af, plaatsen we doorlopend berichtjes op Twitter, Hyves en Facebook en kijken we elke paar minuten naar onze e-mail. Nagenoeg alle informatie is binnen handbereik. Maar het valt te bezien of we alleen maar beter worden van internet. "Technologie geeft en technologie neemt" zei de Amerikaanse cultuurcriticus Neil Postman al in 1990. "We informeren ons kapot". Hij vond dat de jeugd naar de knoppen ging van teveel stupide televisie. Carr trekt die lijn door, maar heeft meer een medisch argument dan een moreel oordeel. We leven zo intensief met moderne media (kranten, radio, tv, internet) dat onze hersenen veranderen. Altijd en overal zijn we voor iedereen en alles bereikbaar. Die overvloed verandert de manier waarop we denken. We worden oppervlakkig. We kunnen alles weten, maar weten van heel veel bar weinig. Dat wordt steeds erger. Ons kortetermijngeheugen wordt zodanig overvoerd met informatie en impulsen, dat we minder opslaan in ons langetermijngeheugen. Internet is het medium van vergeetachtigheid. Misschien voelen we ons wel slimmer, we zijn het niet.
Je hebt in eerste aanleg de neiging zo'n constatering voor kennisgeving aan te nemen. Maar gebaseerd op eigen waarnemingen moet ik vaststellen, dat Carr waarschijnlijk een spijker op de kop heeft geslagen. Al jaren achtereen zit ik zeven dagen per week vele uren achtereen voor het pc-scherm. In zo weinig mogelijk tijd wil ik zoveel mogelijk informatie absorberen. Eigenlijk lees ik niet meer, ik maak alleen nog een vluchtige scan van de regels op het beeldscherm. Passages die op het eerste gezicht minder relevant of interessant lijken, laat ik na een snelle blik voor wat ze zijn. Ballast! Weg ermee!
Het klinkt misschien raar, maar ik heb tegenwoordig regelmatig het gevoel, dat ik eigenlijk niet meer kàn lezen. Er is bijna geen tekst meer die ik nog van a tot en met z zorgvuldig tot me neem. Ik raas er in een onbewuste gedrevenheid overheen, niet alleen op het scherm maar ook in de gedrukte media. Ik selecteer in een oogopslag wat ik wel en niet belangwekkend vind. De 'ballast' wordt door mijn brein onmiddellijk richting prullenbak gedirigeerd, de overige regels hebben nog kans op een plekje in mijn bovenkamer. Maar dat ze er daadwerkelijk worden opgeslagen, is allerminst zeker, zo leert de praktijk.
Net als Carr heb ik soms het gevoel, dat iets of iemand met mijn hersenen knoeit, met de bedrading van mijn brein rommelt, mijn geheugen opnieuw programmeert. Niet dat ik mijn verstand verlies, voor zover ik weet, maar het verandert wel. Ik ben me daar het sterkst van bewust als ik een boek of een langer artikel in een tijdschrift probeer te lezen. Dat lukt tegenwoordig nog slechts met de grootste moeite. Ik lees niet meer, ik scan alleen nog. En ik kan me niet concentreren, ben binnen de kortste keren afgeleid.
In 'The Shallows - What internet is doing to our brains' betoogt Carr, dat we dom worden van internet. Elke dag struinen we tientallen websites af, plaatsen we doorlopend berichtjes op Twitter, Hyves en Facebook en kijken we elke paar minuten naar onze e-mail. Nagenoeg alle informatie is binnen handbereik. Maar het valt te bezien of we alleen maar beter worden van internet. "Technologie geeft en technologie neemt" zei de Amerikaanse cultuurcriticus Neil Postman al in 1990. "We informeren ons kapot". Hij vond dat de jeugd naar de knoppen ging van teveel stupide televisie. Carr trekt die lijn door, maar heeft meer een medisch argument dan een moreel oordeel. We leven zo intensief met moderne media (kranten, radio, tv, internet) dat onze hersenen veranderen. Altijd en overal zijn we voor iedereen en alles bereikbaar. Die overvloed verandert de manier waarop we denken. We worden oppervlakkig. We kunnen alles weten, maar weten van heel veel bar weinig. Dat wordt steeds erger. Ons kortetermijngeheugen wordt zodanig overvoerd met informatie en impulsen, dat we minder opslaan in ons langetermijngeheugen. Internet is het medium van vergeetachtigheid. Misschien voelen we ons wel slimmer, we zijn het niet.
zondag 1 augustus 2010
Moor monges
Ik zet vandaag een eerste, voorzichtige stap als blogger. Het betreden van voor mij braakliggend gebied in medialand is vooral ingegeven door nieuwsgierigheid. Wat kan ik ermee, hoe werkt het, leidt het tot tweerichtingsverkeer?
De titel 'Moor monges...' heeft een geschiedenis. Aan het eind van de jaren zeventig redigeerde ik onder deze titel een rubriek in een plaatselijk nieuwsblad waarin lokale autoriteiten reageerden op actuele, vooral controversiële, ontwikkelingen in de politieke agenda. 'Moor monges' is ontleend aan het in Winterswijk gesproken dialect. Het betekent zoiets als 'maar ondertussen', in de zin van: "Dat zegt u nou wel, maar ondertussen ...". Mijn blog wil ik een beetje volgens dit stramien opzetten. Ik wil, lang niet altijd gehinderd door kennis van zaken, inhaken op gebeurtenissen in mijn dagelijkse belevingswereld, daarbij mijn eigen visie etalerend, soms geplaatst in historisch perspectief en met een terugblik op mijn persoonlijke, inmiddels ruim zestigjarige verleden. Bij de keuze van items laat ik me door niets en niemand restricties opleggen. Natuurlijk zullen vooral persoonlijke stokpaardjes op het terrein van de binnen- en buitenlandse politiek kritische aandacht opeisen. De focus zal ook gericht zijn op de terreinen van financiën en economie in het algemeen en op beleggen in het bijzonder. Sinds een kleine 25 jaar beleg ik, met meer en minder succes, in aandelen, opties en turbo's. Ik behoor tot de categorie van zeer actieve beleggers, die de beursontwikkelingen op de voet volgen en als daytrader de aandelenmarkt betreden. Ik schroom niet daarbij een forse dosis eigenzinnigheid in te brengen: eigenzinnigheid die ik mezelf, zij het met wat weerzin, als redelijk uitgesproken karakterkenmerk moet aanmeten.
Ook 'Moor monges ...' zal af en toe spetteren van eigenzinnigheid en eigenwijsheid. Mijn visies en commentaren zullen reacties en kritiek uitlokken. En eerlijk gezegd: daar ben ik opuit! Als oude rot in het communicatievak is 'tweerichtingsverkeer' voor mij een heilig woord.
De titel 'Moor monges...' heeft een geschiedenis. Aan het eind van de jaren zeventig redigeerde ik onder deze titel een rubriek in een plaatselijk nieuwsblad waarin lokale autoriteiten reageerden op actuele, vooral controversiële, ontwikkelingen in de politieke agenda. 'Moor monges' is ontleend aan het in Winterswijk gesproken dialect. Het betekent zoiets als 'maar ondertussen', in de zin van: "Dat zegt u nou wel, maar ondertussen ...". Mijn blog wil ik een beetje volgens dit stramien opzetten. Ik wil, lang niet altijd gehinderd door kennis van zaken, inhaken op gebeurtenissen in mijn dagelijkse belevingswereld, daarbij mijn eigen visie etalerend, soms geplaatst in historisch perspectief en met een terugblik op mijn persoonlijke, inmiddels ruim zestigjarige verleden. Bij de keuze van items laat ik me door niets en niemand restricties opleggen. Natuurlijk zullen vooral persoonlijke stokpaardjes op het terrein van de binnen- en buitenlandse politiek kritische aandacht opeisen. De focus zal ook gericht zijn op de terreinen van financiën en economie in het algemeen en op beleggen in het bijzonder. Sinds een kleine 25 jaar beleg ik, met meer en minder succes, in aandelen, opties en turbo's. Ik behoor tot de categorie van zeer actieve beleggers, die de beursontwikkelingen op de voet volgen en als daytrader de aandelenmarkt betreden. Ik schroom niet daarbij een forse dosis eigenzinnigheid in te brengen: eigenzinnigheid die ik mezelf, zij het met wat weerzin, als redelijk uitgesproken karakterkenmerk moet aanmeten.
Ook 'Moor monges ...' zal af en toe spetteren van eigenzinnigheid en eigenwijsheid. Mijn visies en commentaren zullen reacties en kritiek uitlokken. En eerlijk gezegd: daar ben ik opuit! Als oude rot in het communicatievak is 'tweerichtingsverkeer' voor mij een heilig woord.
Abonneren op:
Posts (Atom)