maandag 2 augustus 2010

Internet maakt dom

Het continue gezap van link naar link en website naar website maakt, dat de moderne mens in voortdurende staat van opgejaagdheid verkeert en zijn vermogen verliest zich te concentreren en diep na te denken. Internet stimuleert oppervlakkigheid, betoogt de Amerikaanse publicist Nicholas Carr.
Je hebt in eerste aanleg de neiging zo'n constatering voor kennisgeving aan te nemen. Maar gebaseerd op eigen waarnemingen moet ik vaststellen, dat Carr waarschijnlijk een spijker op de kop heeft geslagen. Al jaren achtereen zit ik zeven dagen per week vele uren achtereen voor het pc-scherm. In zo weinig mogelijk tijd wil ik zoveel mogelijk informatie absorberen. Eigenlijk lees ik niet meer, ik maak alleen nog een vluchtige scan van de regels op het beeldscherm. Passages die op het eerste gezicht minder relevant of interessant lijken, laat ik na een snelle blik voor wat ze zijn. Ballast! Weg ermee!
Het klinkt misschien raar, maar ik heb tegenwoordig regelmatig het gevoel, dat ik eigenlijk niet meer kàn lezen. Er is bijna geen tekst meer die ik nog van a tot en met z zorgvuldig tot me neem. Ik raas er in een onbewuste gedrevenheid overheen, niet alleen op het scherm maar ook in de gedrukte media. Ik selecteer in een oogopslag wat ik wel en niet belangwekkend vind. De 'ballast' wordt door mijn brein onmiddellijk richting prullenbak gedirigeerd, de overige regels hebben nog kans op een plekje in mijn bovenkamer. Maar dat ze er daadwerkelijk worden opgeslagen, is allerminst zeker, zo leert de praktijk.

Net als Carr heb ik soms het gevoel, dat iets of iemand met mijn hersenen knoeit, met de bedrading van mijn brein rommelt, mijn geheugen opnieuw programmeert. Niet dat ik mijn verstand verlies, voor zover ik weet, maar het verandert wel. Ik ben me daar het sterkst van bewust als ik een boek of een langer artikel in een tijdschrift probeer te lezen. Dat lukt tegenwoordig nog slechts met de grootste moeite. Ik lees niet meer, ik scan alleen nog. En ik kan me niet concentreren, ben binnen de kortste keren afgeleid.

In 'The Shallows - What internet is doing to our brains' betoogt Carr, dat we dom worden van internet. Elke dag struinen we tientallen websites af, plaatsen we doorlopend berichtjes op Twitter, Hyves en Facebook en kijken we elke paar minuten naar onze e-mail. Nagenoeg alle informatie is binnen handbereik. Maar het valt te bezien of we alleen maar beter worden van internet. "Technologie geeft en technologie neemt" zei de Amerikaanse cultuurcriticus Neil Postman al in 1990. "We informeren ons kapot". Hij vond dat de jeugd naar de knoppen ging van teveel stupide televisie. Carr trekt die lijn door, maar heeft meer een medisch argument dan een moreel oordeel. We leven zo intensief met moderne media (kranten, radio, tv, internet) dat onze hersenen veranderen. Altijd en overal zijn we voor iedereen en alles bereikbaar. Die overvloed verandert de manier waarop we denken. We worden oppervlakkig. We kunnen alles weten, maar weten van heel veel bar weinig. Dat wordt steeds erger. Ons kortetermijngeheugen wordt zodanig overvoerd met informatie en impulsen, dat we minder opslaan in ons langetermijngeheugen. Internet is het medium van vergeetachtigheid. Misschien voelen we ons wel slimmer, we zijn het niet.