Duitsland viert zijn twintigste verjaardag. Vandaag, 3 oktober, is het precies twee decennia geleden dat de toenmalige Deutsche Demokratische Republik DDR en de Bondsrepubliek West-Duitsland onder één dak werden herenigd. Maar van een eenheid is nog steeds geen sprake. Integendeel. Als je alle media-aandacht rond de verjaardag wat nader onder de loep neemt, zou je zelfs kunnen concluderen, dat de Ossies en de Wessies weer uit elkaar groeien.
De verschillen tussen oost en west zijn inderdaad nog steeds groot. Oostduitsers verdienen volgens een bericht in het grootste landelijke dagblad gemiddeld 400 euro bruto per maand minder dan West-Duitsers. Ze wonen in huizen die gemiddeld 22 vierkante meter kleiner zijn. Sinds de eenwording zijn per saldo zo'n 1,8 miljoen Oostduitsers verhuisd van Oost- naar West-Duitsland, op zoek naar een betere toekomst. Vooral jongeren en kansrijken trokken weg. Complete stadswijken en plattelandsgebieden liepen leeg, steden als Dresden en Rostock vergrijzen in adembenemend tempo.
Ook de vooroordelen over 'Besser-Wessies' en 'Jammer-Ossies' zijn volgens de Vrije Universiteit van Berlijn de laatste jaren weer toegenomen. Eigenlijk is 'Wiedervereinigung' anno 2010 een titel die de lading al lang niet meer in alle opzichten dekt. Volgens velen is er nog een lange weg te gaan voordat Duitsland weer één natie is. Van de Westduitsers vindt 47 procent de eenwording voltooid, in Oost-Duitsland is dat slechts 17 procent, ontdekte het Sozialwissenschaftliche Forschungszentrum Berlin-Brandenburg recent.
Politici doen, uiteraard zou je bijna zeggen, op de beeldbuis hun best de hereniging als een groot succes te verkopen. „Een wonder”, vindt bondskanselier Angela Merkel. „Een succesverhaal”, jubelt minister Thomas de Maizière (Binnenlandse Zaken). Zij doelen dan vooral op de gestegen welvaart in het oostelijke landsdeel. Inderdaad zijn de 'Ossies' er de afgelopen 20 jaar in materieel opzicht op vooruit gegaan. Maar vooral werklozen en ouderen in Oost-Duitsland voelen zich nog steeds tweederangsburgers. Velen hebben zelfs heimwee ("Ostalgie") naar de tijd van staatsraad Erich Honecker c.s., toen de staat DDR voor iedereen zorgde.
De Dag van de Eenheid, vandaag, moet helpen de verschillen te overbruggen. In vele steden heeft de overheid massale feesten gepland, in de media buitelen de bespiegelingen over de eenwording over elkaar heen. Maar de bevolking raakt niet erg opgewonden. Velen vierden in november vorig jaar al dat de Berlijnse Muur twintig jaar eerder was gevallen. Het slopen van de muur was een memorabeler en zichtbaarder feit om te vieren dan de papieren fusie van twee republieken.
Het wegvallen van de muur werd indertijd overigens redelijk argwanend bekeken door de toenmalige leiders van Frankrijk en Engeland, resp. Francois Mitterand en Margaret Thatcher. Zij waren bang voor een nieuw groot en sterk Duitsland, dat twee keer binnen een halve eeuw de wereld in een oorlog had gestort. De Sovjet-Unie legde de Duitsers nauwelijks een strobreed in de weg. Eigenlijk waren de eisen van Sojetleider Gorbatsjov marginaal: Duitsland mocht niet meer dan 370.000 soldaten legeren, het moest de naoorlogse grenzen van Polen erkennen en het mocht geen kernwapens produceren. Toen Duitsland deze toezeggingen ruimhartig deed en ook nog eens een flinke zak geld op het Kremlinplein dropte, was ook Moskou overstag.
Hoewel Thatcher en Gorbatsjov benadrukten, dat de hereniging geleidelijk moest verlopen, was deze al binnen een jaar na de val van de muur een feit. Een snelle hereniging was wel de wens van de meeste Duitsers. Maar achteraf gezien moet je constateren dat het tempo te hoog is geweest, met alle gevolgen vandien. Zo ging, door de 'westerse marktwerking', zo'n driekwart van de bedrijven in de voormalige DDR failliet en steeg de werkeloosheid er tot recordhoogte.
Na de hereniging ging iedereen ervan uit dat ook de Oostduitsers mee zouden gaan delen in de westerse welvaart. Nu blijkt dat de Ossies 'een emmertje achter de roeiboot zijn’, zoals een commentator in HP De Tijd het eens uitdrukte. Ook bij de Westduitsers was en is er overigens niet alom vreugde. Zij moesten extra belasting betalen om de Ossies te helpen de onder communistisch bewind opgelopen achterstand in te halen. Vooral in tijden waarin de broekriem toch al flink moet worden aangehaald, is dat niet bevorderlijk voor een goede onderlinge sfeer.