Een opiniërend artikel van Thomas von der Dunk in de Volkskrant van vandaag geeft een aardige inkijk in een aspect van de buitenlandse politiek van het kabinet-Rutte en dan met name het aandeel van gedoogpartner PVV daarin. Het is een publiek geheim, dat minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal er vooral op instigatie van Geert Wilders zit: die heeft hem bij de kabinetsformatie aangewezen als degene die het beste zijn belangen in het buitenland kan dienen. En Wilders' belangen in het buitenland zijn vooral die van Israël.
Het is wijd en zijd bekend, dat Wilders sinds jaar en dag de Israëlische ambassades in het buitenland plat loopt en in Israël een gewaardeerde gast is in kringen van joodse extremisten. Of, en zo ja hoeveel, Wilders ook geld uit het "Geroofde Land" (benaming van Von der Dunk) ontvangt, is niet bekend. Vast staat wel, dat hij vele tienduizenden dollars tegelijk in Amerika ophaalt, bij donordiners met extreemrechtse vertegenwoordigers van de pro-Israëllobby. Aangezien de PVV geen leden heeft, waardoor het zowel de contributie-inkomsten als de overheidssubsidie misloopt waarop echte politieke partijen kunnen rekenen, is daarmee ook duidelijk dat het buitenlandse aandeel in de PVV-begroting aanzienlijk moet zijn. Kortom: Wilders steunt niet op de centen van Henk en Ingrid, maar in ieder geval wel op het Amerikaanse grootkapitaal en waarschijnlijk op nog veel meer andere, voorlopig duistere, zo niet obscure inkomstenbronnen.
Volgens Von der Dunk is het hoog tijd, dat de financiële huishouding van de PVV openbaar wordt. Ik ben het hartgrondig met hem eens. Want waar gaat het om? Wie betaalt Wilders? Is het niet zo, dat degene die betaalt, ook bepaalt? De PVV zit, met vaststaande betalingen uit het buitenland, als gedoogpartner van Rutte c.s. in het hart van de Nederlandse macht. De volkstribuun Wilders, die beweert altijd zo pal voor Nederland te staan, laadt zodoende op zijn minst de verdenking op zich geen Nederlandse maar buitenlandse belangen te dienen.
De actuele Nederlandse scene doet denken aan een spotprent van zo'n 80 jaar geleden van John Heartfield: Millionen stehen hinter mir. Op de prent is zien hoe Adolf Hitler, pretenderend dat hij miljoenen kiezers achter zich had staan, met zijn altijd opgeheven rechterhand miljoenen marken aannam van een grote industriebons die achter hem stond.