zondag 31 oktober 2010

Herhaalde crisis

Het is vandaag 31 oktober, de dag waarop sommigen de Dag van de Kerkhervorming oftewel de Reformatie herdenken en vieren. Het historische feit dat hieraan ten grondslag ligt, ligt al een tijdje achter ons. Maar toch grijp ik nog even terug naar die 31ste oktober 1517: de dag waarop Maarten Luther een pamflet met 95 kritische stellingen op een kerkdeur in het Duitse Wittenberg spijkerde en daarmee protesteerde tegen wantoestanden in de rooms-katholieke kerk. Het was een frontale aanval op Rome, op het onaantastbare gezag van de paus, die dan ook navenant reageerde. Maarten Luther werd in de ban gedaan en er ontwikkelde zich een protestantse afscheidingsbeweging.
Bijna vijf eeuwen later is er een nieuwe afscheiding. En ook deze keer wordt het verzet geïnitieerd vanuit de eigen katholieke achterban. En weer heeft het te maken met de starre onverzettelijkheid van de kerkleiding in het Vaticaan. De kerk zit tot aan zijn nek in de schandalen: door sexuele misdragingen van geestelijken, door een pauselijk getolereerde ontkenning van de holocaust, door aids als goddelijke gerechtigheid te kwalificeren, etc. Door dit soort gebeurtenissen, je zou het ook schandalen kunnen noemen, groeit de weerstand tegen het kerkelijk gezag dat weigert apert te reageren. Geen wonder dat de onderdanen zich van Rome afkeren en de kerk met bosjes achter zich laten. Theoloog en communicatiedeskundige Anne van der Meiden (ook bekend vanwege zijn preken in een Oost-Nederlands dialect)noemt in dat verband een aantal van 800 per week ("Toch een leuke dorpsparochie"). Al met al zit de katholieke kerk in een diepe crisis, misschien wel de diepste sinds Maarten Luther.

De problemen en neergang van de katholieke kerk zijn momenteel een topic in allerlei bladen, in binnen- en buitenland. En veel vooraanstaande politici en wetenschappers hebben er een mening over. Bijvoorbeeld de rooms-katholieke voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy. In het Belgische dagblad Le Soir zegt hij naar aanleiding van een recent misbruikschandaal in de Belgische kerkprovincie, dat het tijd wordt dat zijn kerk hervormingen doorvoert. "Pedofilie, wat natuurlijk een misdaad is, is het probleem niet. Het probleem is dat de kerk een huis zonder enige vorm van democratie is. Dit soort gedrag is nooit onderwerp van debat geweest omdat de kerk is opgebouwd uit structuren van absolute macht”, aldus Van Rompuy. “Kerk en staat zijn gescheiden, maar binnen de kerk zijn de oude structuren tot op de dag van vandaag deels overeind gebleven. Het is noodzakelijk de kerk te hervormen en niet alleen om pedofilie aan te pakken”, aldus de voorzitter van de Europese Raad.

Hoe anders is het geluid, dat de directeur van de Osservatore Romano, de spreekbuis van het Vaticaan, in april van dit jaar laat horen: "Paus Benedictus XVI is een grote communicator en de katholieke kerk pakt het pedofilieprobleem voorbeeldig aan". Hij wuift de kritiek weg dat het Vaticaan slecht zou gecommuniceerd hebben over de recente pedofilieschandalen door te herinneren aan de brief die Benedictus eind maart richtte aan de Ierse katholieken. Daarin trok hij scherp van leer tegen priesters die zich schuldig maakten aan seksueel misbruik en tegen hun hiërarchie die de feiten in de doofpot stopte. De directeur van de Osservatore Romano wil niet zover gaan te spreken van een complot. Volgens hem werd de paus "het slachtoffer van een mediacampagne en van anti-katholieke vijandigheid".

Volgens kerkhistoricus Jan Jacobs werkt het wereldwijde seksschandaal voor de kerk als een soort boemerang. De kerk heeft altijd een hoog normen- en waardenpatroon uitgedragen. Maar door nu van alles toe te dekken, door de rol van slachtoffer aan te nemen, manoeuvreert de kerk zich in een onhoudbare positie en verkeert zij nu in een diepe crisis. Jacobs vraagt zich af of Rome erin zal slagen er weer bovenop te komen nu de neergang van de kerk, vooral in West-Europa, dramatische vormen heeft aangenomen. Het probleem is volgens hem, dat de huidige kerkleiding zich verzet tegen zaken als verlichting en secularisatie, omdat deze een bedreiging zijn. In de ogen van de katholieke kerk is er maar één waarheid en die bezit zij zelf. Wie zich tegen die waarheid verzet moet het zwijgen worden opgelegd. Jacobs zegt in een interview in De Gelderlander van 30 oktober 2010 het begrijpelijk te vinden, dat de eigen achterban meer en meer steigert. Anne van der Meiden denkt dat er nog wel wat hoop is voor de katholieke kerk, hoewel ook hij onderkent dat de ontwikkelingen desastreus zijn. Voorwaarde is volgens hem, dat Rome eindelijk durft te gaan vernieuwen.

maandag 25 oktober 2010

Verdiepte studie

De waarde van het hbo-diploma staat weer eens ter discussie na berichten in de media, dat er bij de Hogeschool Inholland een speciale afstudeerroute zou hebben bestaan om trage studenten van de opleiding media entertainment management (MEM) te laten slagen. Studieachterstanden zouden daarbij zijn kwijtgescholden en eerder afgekeurde afstudeerscripties alsnog goedgekeurd. Op deze manier zouden de afgelopen twee jaar circa 250 'stuwmeer-studenten' aan een diploma geholpen zijn. Dat leverde de hogeschool even zoveel bonussen van tienduizend euro op.
De berichten deden me denken aan mijn eigen studie aan de School voor de Journalistiek in Utrecht, in het midden van de jaren zestig. De dagopleiding was de eerste in zijn soort en ik was eén van de circa 350 studenten van de allereerste leergang. Die primeurstatus gaf landelijke bekendheid (rellen bij opening door prins Claus), maar had tegelijkertijd nogal wat nadelen, waaronder een lange reeks van pioniersactiviteiten en een dito lijst experimenten. En dat ook nog eens in een tijd waarin de democratisering van de samenleving en als onderdeel daarvan de onderwijswereld een piek bereikte. Voor een jonge Achterhoeker, opgegroeid in een beschermd en eigenlijk ook afgeschermd milieu, was de overgang van de hbs in zijn woonplaats naar het hbo-instituut in de Domstad een revolutionaire transformatie. Op 18-jarige leeftijd het ouderlijk huis uit, voor het eerst eigen verantwoordelijkheid dragend voor de inrichting van mijn leven, wennen aan een totaal nieuwe, stadse omgeving met heel veel nieuwe mensen èn studeren in een geheel andere aanpak dan voorheen op de hbs. Het kostte me aanvankelijk dan ook veel moeite te acclimatiseren in een totaal nieuwe woon- en studieomgeving, in een gloednieuw onderwijsinstituut dat op zijn beurt ook nog de weg moest zoeken en vinden.
Er is geen echte parallel tussen de recente kritiek op Hogeschool Inholland en mijn eigen studie aan de School voor de Journalistiek. Dat ik er toch aan moest denken heeft te maken met de overeenkomst tussen de 'zwaarte' van het studiepakket en de kennelijk ongedisciplineerde organisatie van de opleiding aan beide instituten.
Vooral in mijn eerste jaar op de School voor de Journalistiek was het studieprogramma erg experimenteel, rommelig en weinig doelgericht en adequaat. Het deed gerede twijfels ontstaan of ik bij het inslaan van de studierichting wel de juiste keuze had gemaakt. Al vanaf de lagere school (waar ik een muurkrant runde) wilde ik journalist worden. Ik heb er uiteindelijk nooit spijt van gehad die wens te hebben geëffectueerd via een studie aan de School voor de Journalistiek. Maar de kanttekening bij de inhoud en de zwaarte van de studie is op haar plaats. Deze werden naar mijn oordeel te veel bepaald door voortdurende experimenten en een onophoudelijk zoeken naar het juiste format. Er was weinig diepgang in vakken als economie, recht, sociologie, geschiedenis en cultuur. Het ontbreken van voldoende intellectuele diepgang is voor mij aanleiding geweest op zoek te gaan naar aanvullende studies, buiten de eigenlijke studie journalistiek om.
Ik heb eerst een studiepakket steno aangeschaft, omdat ik toen nog in de veronderstelling verkeerde met snelschrift in de nieuwsjournalistiek beter uit de voeten te kunnen. Deze 'studie' bloedde echter snel dood, omdat het onnut ervan steeds evidenter werd. Op zoek naar andere opties kwam ik terecht bij de politiek-sociale faculteit van de Universiteit van Amsterdam, waar ik al tijdens mijn hbs-tijd een zaterdagmiddagcursus journalistiek had gevolgd. Samen met een aantal medestudenten van de School voor de Journalistiek, die mijn kwalificaties van de opleiding tot dat moment deelden, heb ik me opgegeven voor de studierichtingen politicologie en geschiedenis. We volgden (avond)colleges en studeerden in werkgroepen, aanvankelijk met veel enthousiasme en het aangename gevoel nieuwe studiebevrediging te hebben gevonden. Na betrekkelijk korte tijd verminderde mijn animo om behalve in Utrecht ook nog eens de collegebanken in Amsterdam op te zoeken. Anders dan mijn collega-studenten, die overwegend in de hoofdstad woonden, moest ik steeds op en neer vanuit Utrecht. Dat kostte niet alleen extra geld, maar ook een zee van tijd die ik vervolgens tekort kwam in mijn sociale contacten. Ietwat in een sfeer van vertwijfeling vond ik gelukkig een uitweg. Ik ontdekte een veel gemakkelijker begaanbaar pad voor het (ver)volgen van de universitaire studie. In ruil voor af en toe een biertje mocht ik gebruik maken van zeer uitvoerige en heldere collegedictaten en van ander studiemateriaal van enkele collega-studenten die wel college liepen. Op mijn beurt leverde ik mijn collega-studenten kopieën van mijn 'Utrechtse' colleges. De kosten van de kopieën en consumpties wogen niet op tegen de reiskosten, ik bespaarde veel reistijd en kon zodoende toch een verdieping toevoegen aan mijn journalistieke studie!
Vooral door de combinatie van de studies journalistiek enerzijds en politicologie en geschiedenis anderzijds bewaar ik een goed gevoel aan mij studietijd. Ik heb altijd heel sterk de innerlijke opdracht gevoeld het door mijn ouders zuur verdiende studiegeld optimaal te moeten benutten. Zonder de aanvullende universitaire studies, die ik weliswaar maar ten dele heb gevolgd en die ook nooit tot een diploma hebben geleid, had ik aan mijn Utrechtse jaren waarschijnlijk niet het gevoel gehad aan die opdracht te hebben voldaan. Bovendien heeft mijn diploma van de School voor de Journalistiek door de toegevoegde component, meer dan anders waarschijnlijk het geval zou zijn geweest, toegevoegde intrinsieke waarde gekregen.
Na de afronding van de studie in Utrecht bloedden de nevenstudies geleidelijk dood, ook al omdat ik door stages het contact met mijn 'dictaatleveranciers' verloor. In een moment van refelectie heb ik wel eens betreurd niet meer te hebben gedaan met de academische opleiding. Wellicht had ik beter de normale studieweg kunnen volgen met dagelijkse colleges, met tentamens en een formeel afstudeerproject. Maar op andere momenten overweeg ik, dat het mij niet om een academische graad ging maar veeleer om 'geestelijke voeding'. Ik heb altijd gewerkt aan en tegelijkertijd bevrediging gevonden in het verwerven van intellectuele bagage en het uitbouwen van mijn algemene ontwikkeling als basis voor mijn maatschappelijk functioneren en meer in het bijzonder voor de uitoefening van mijn journalistieke beroep. Het dagelijkse werken aan kennis en algemene ontwikkeling is een beetje een levensadagium geworden. Ik heb er ook latere stagiaires mee lastig gevallen door hen consequent voor te houden, dat ze iedere dag minstens 1 krant moeten lezen en aandachtig het 'achtuurjournaal' en een actualiteitenrubriek moeten volgen.

Prins Lockheed

De afgelopen zondagen in oktober heb ik met veel belangstelling gekeken naar de VARA-tv-serie 'Den Uyl en de affaire Lockheed'. De miniserie is gebaseerd op de zogenaamde Lockheedaffaire uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Deze bracht in 1976 de Nederlandse monarchie op de rand van de afgrond.
De geschiedenis herleeft als de dag van gisteren als het hele verhaal op de beeldbuis nog eens wordt opgerakeld. Prins Bernhard zou in de jaren zestig en zeventig, in ruil voor 1,1 miljoen dollar, de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed geholpen hebben bij de verkoop van vliegtuigen aan Nederland. De feiten kwamen aan het licht tijdens openbare verhoren van een onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat. De affaire zorgde in Nederland voor veel commotie. Ik ben daar persoonlijk getuige van geweest, omdat ik in die periode als woordvoerder van het ministerie van Defensie in Den Haag werkzaam was. Op tal van momenten ben ik daar, in het epicentrum van de vaderlandse politiek, voor en achter de schermen, formeel, informeel en soms ook in het diepste geheim geconfronteerd met tal van aspecten van de affaire. Ik vermoed achteraf, dat ik niet eens altijd in de gaten heb gehad getuige te zijn geweest van een affaire die Nederland op zijn grondvesten deed schudden.
Op verzoek van het toenmalige centrum-linkse kabinet-Den Uyl onderzocht een zogenaamde Commissie van Drie, onder voorzitterschap van Europees rechter A. Donner, de juistheid van de beschuldigingen. De commissie liet weten na onderzoek geen sluitend bewijs te hebben gevonden voor de beschuldiging, dat Bernhard zélf het geld had ontvangen. Wel werden geldstromen naar de 'omgeving' van de prins ontdekt. Ze leidden naar drie personen: een onbekende met het pseudoniem Victor Baarn, een zekere Fred Meuser (een vriend van Bernhard) en ex-kolonel A.E. Pantchoulidzew (een vriend van de moeder van Bernhard). Het verslag van de commissie liet weinig aan duidelijkheid te wensen over. De prins had zich "aanvankelijk veel te lichtvaardig begeven in transacties, die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten''. Hij had zich "toegankelijk getoond voor onoirbare verlangens en aanbiedingen'' en zich laten verleiden tot "initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren".
De natie schrok van de openbaringen, maar Bernhard zelf leek allerminst onder de indruk van de bevindingen. Hij weigerde te erkennen dat hij 'ernstige fouten' gemaakt had. Zijn verklaring, opgenomen in de regeringsverklaring, ging niet verder dan het betuigen van "oprechte spijt" en onder meer het toegeven niet "de nodige zorgvuldigheid" in acht te hebben genomen.
Justitie hield, in opdracht van het kabinet, de handen van de zaak af. Die keuze was gebaseerd op politieke argumenten. Het kabinet voorzag namelijk ingrijpende gevolgen voor het constitutionele bestel. Een corruptieproces tegen de prins zou zonder twijfel zijn weerslag hebben gehad op de positie van Juliana. Prins Bernhard moest uiteindelijk als straf afstand doen van een aantal openbare functies en hij mocht geen militair uniform meer mogen dragen bij officiële gelegenheden. Vooral dat laatste heeft hem kennelijk diep gegriefd. Hoezeer hij aan de militaire uitmonstering verknocht was, bleek o.a. uit zijn latere verzoek aan de regering om in ieder geval in uniform begraven te mogen worden.

Terug naar de tvserie. Al vanaf het begin van de affaire weet Den Uyl, dat strafrechtelijke vervolging van de Prins der Nederlanden het einde van de monarchie kan betekenen. Aan de andere kant is niets doen ook geen optie. Dus moet hij op zoek naar een compromis. Niet onbelangrijk in het geheel is ook de vraag: in hoeverre het rapport van de Commissie van Drie in de openbaarheid moet en kan worden gebracht. Immers, niet alleen het lot van de monarchie staat op het spel, ook dat van het kabinet-Den Uyl zelf en van de PvdA. De tv-serie schildert het loodzware proces. Intrigerend zijn de rollen die 'mijn' minister van Defensie Henk Vredeling en partijcoryfee Marcel van Dam (staatssecretaris op Volkshuisvesting) in de serie spelen. Of deze rollen de feitelijke situatie van de jaren zeventig correct weergeven, kan ik niet beoordelen. Marcel van Dam ken ik alleen vanuit de media en uit enkele vluchtige gesprekken aan de bar van perscentrum Nieuwspoort, waar hij overigens vrijwel dagelijks, samen met collega-staatssecretaris Jan Schaefer en D66-minister Hans Gruyters vertoefde. In mijn herinnering leeft wel menige woedeuitbarsting van Vredeling aan het adres van 'de mof'' en allerlei kennelijk vertrouwelijke gesprekken van de minister in Nieuwspoort en het restaurant van de Tweede Kamer met o.a. journalisten van de parlementaire redactie van het Vrije Volk. De aanwezigheid van directeur voorlichting Ab Sligting en die van zijn plaatsvervanger Jack Querens en mij werd daarbij niet op prijs gesteld. Sterker nog, toen Ab Sligting (door Den Uyl als een soort 'waakhond' op Vredelings ministerie geposteerd om de nogal flamboyante bewindsman in de gaten te houden) zich in het borrelende gezelschap probeerde te voegen, werd hem keihard de deur van het perscentrum gewezen.
De tv-serie maakt gebruik van informatie uit de biografie Joop den Uyl 1919-1987, dromer en doordouwer van Anet Bleich. Zij schrijft daarin dat Den Uyl een aantal keren met de Commissie van Drie gesproken heeft. De precieze inhoud van de gesprekken is onbekend gebleven. Wel staat vast dat niet alle bevindingen van de commissie naar buiten zijn gebracht. Zo is een bijlage over een andere smeergeldaffaire van prins Bernhard die zich eind jaren zestig voltrok (de affaire Northrop) angstvallig achter de stalen deuren van de staatskluis opgeborgen. O.a. uit publicaties van het Vrije Volk was aan het licht gekomen, dat prins Bernhard ook in de weer is geweest voor Northrop, in België, Nederland en Duitsland. Den Uyl besloot de betreffende bijlage voor de Tweede Kamer en kabinetsleden te verzwijgen. Een tweede affaire zou de ondergang van de Nederlandse monarchie hebben betekend, zo zal de redenatie zijn geweest. In de tv-serie worden een paar momenten uitgelicht die volgens mij de stellingname van Den Uyl zouden kunnen hebben beïnvloed. Opvallend zijn bijvoorbeeld de in het proces allengs beter wordende banden met koningin Juliana. Zij noemt zichzelf op een gegeven moment in een briefje aan Den Uyl "uw oude praatpaal". Daarnaast wordt op meerdere momenten duidelijk, dat ook de angst voor de reactie van het Oranjegezinde deel van het volk, mocht de monarchie in het geding komen, de premier parten heeft gespeeld. Dit deel der natie zou zich tegen de Partij van de Arbeid kunnen keren. Die gedachte alleen al was een gruwel voor 'ome Joop'.

maandag 11 oktober 2010

Voetbal ontaardt

Nigel de Jong is door KNVB-bondscoach Bert van Marwijk voor twee wedstrijden uit de selectie van het Nederlands voetbalelftal gezet. In zijn aard een terecht, edoch zeer mild besluit. De middenvelder heeft zich herhaalde malen met keihard spel en beestachtige tackles misdragen en nu met zijn woeste actie als voorlopig 'hoogtepunt' een tegenspeler een dubbele beenbreuk bezorgd. De Jong is een pure recidivist, die nooit wroeging heeft getoond en die nooit enige les uit zijn eerdere misdragingen heeft getrokken. De karatetrap die De Jong uitdeelde in de finale van het WK tegen Spanje was daar een bevestiging van. De onbesuisde charge die, volstrekt onbegrijpelijk, slechts met een gele kaart werd afgedaan, was voor mij, in combinatie met het harde en unfaire spel van andere Nederlandse spelers, aanleiding de tv onmiddellijk uit te zetten. Het was voor mij de spreekwoordelijke druppel in de emmer die enkele jaren eerder al flink was volgelopen in de EK-kwartfinale van Oranje tegen Portugal.
De aanvoerder van het Nederlands elftal, Mark van Bommel, nam De Jong na het besluit van schoonvader Van Marwijk in bescherming. Volgens Van Bommel heeft De Jong pech dat hij nu een dubbele beenbreuk op zijn geweten heeft, terwijl het honderd keer wel goed afloopt bij zulke tackles. Van Bommels verdediging lijkt loyaal tegenover zijn teamgenoot. De opmerkingen getuigen volgens NRC/Handelsblad echter van een foute mentaliteit, een algemene mentaliteit die kenmerkend is voor de verloedering die het hedendaagse voetbal al enkele decennia teistert. De grove overtredingen en andere onsportieve gedragingen zoals het spugen naar tegenstanders, hebben te maken met normvervaging. Die kwam ook al tot uiting in het spel van het gelouterde Oranjeteam dat tweede werd bij het WK van 1974. Maar de journalist die daar publiekelijk iets van zei, Ben de Graaf , werd door de spelers in het zwembad gegooid.
Het recente wangedrag van De Jong is door een andere journalist, Hugo Borst van het Algemeen Dagblad, als crimineel betiteld. Die kwalificatie ging menigeen te ver, mij niet. Ik ben het eens met de columnist van NRC/Handelsblad die schreef: "Verplaats de wilde overtredingen van het veld naar de straat en de roep om hard optreden van politie en justitie zou luid klinken."
De schuld voor de ontaarding van het moderne voetbal ligt overigens niet alleen bij de gewraakte spelers. Ook andere betrokkenen zijn er debet aan, zoals medespelers, trainers, bestuursleden, scheidsrechters, officials en tuchtcommissies. Het probleem is, dat abnormale spelersgedragingen op het veld tegenwoordig als normaal worden betiteld, "omdat ze nu eenmaal behoren bij het hedendaagse professionele voetbal". Coaches menen dat wedstrijden niet meer te winnen zijn zonder brekers van het ‘type-De Jong’. De lichte straf voor De Jong weerspiegelt, vrees ik, de nieuwe kijk op het voetbal. In de wedstrijd zelf kreeg hij niet eens een kaart. Van Marwijk zet hem even aan de kant maar heeft zijn terugkeer op de velden al aangekondigd. Het probleem is dat het abnormale normaal is geworden bij het voetbal, ook als dat geheel in strijd met de spelregels is. Zonder drastische ingrepen zal het voetbal verder ontaarden en zal het echt oorlog worden op de groene grasmat.

zondag 10 oktober 2010

Noordkoreaanse openheid

De bijzondere datum 10-10-10 heeft vandaag niet alleen voor de Nederlandse Antillen maar ook in Noord-Korea een bijzondere invulling gekregen. Tot nog toe was het land vrijwel hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Vandaag echter werd voor het eerst in de geschiedenis van dit ouderwets communistische en dictatoriaal geregeerde land door de machthebbers een website in de lucht gebracht. Ook werden de internationale media afgelopen weekend volslagen onverwacht uitgenodigd om vanuit de hoofdstad Pyongyang verslag te doen van een grote militaire parade ter gelegenheid van de 65ste verjaardag van de regerende Arbeiderspartij. Zo wist de NOS afgelopen weekend als eerste buitenlandse omroep een live satellietverbinding te maken vanuit Pyongyang. Voor Noordkoreaanse begrippen zijn deze even onverwachte als ongewone daden van openheid ontwikkelingen waarop rustig het etiket 'revolutionair' geplakt zou kunnen worden.
De uitnodiging aan buitenlandse journalisten heeft mogelijk te maken met een komende machtswisseling in de Noordkoreaanse hoofdstad. De huidige leider Kim Jong-il is al geruime tijd ernstig ziek. Hij was bij de parade aanwezig, samen met zijn zoon en vermoedelijke opvolger Kim Jong-un. Verwacht wordt dat Kim Jong-un, die onlangs - als een soort voorbode - enkele hoge politieke functies en een generaalsrang kreeg bij de Noordkoreaanse strijdkrachten, binnen afzienbare tijd de touwtjes van zijn vader zal overnemen.

De moderne geschiedenis van Noord-Korea begint op 15 augustus 1945. Korea was toen, sinds 1910, bezet door Japan, een situatie waaraan een einde kwam tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, met de atoombom op Hiroshima en Nagasaki en vervolgens de overgave van Japan. Het bewind over Korea werd verdeeld: het zuidelijke deel werd bezet door de Amerikanen en het noorden door de Sovjet-Unie. Onder invloed van de Sovjet-machthebbers kwam op 29 augustus 1946 Noord-Korea's communistische partij aan de macht, onder leiding van Kim Tubong en Kim il Sung. De partij voerde politieke en economische hervormingen door waarbij niet-communistische invloeden werden uitgeschakeld, religie werd onderdrukt en een partij-geleide economie werd ingesteld.

In juni 1950 viel het Noordkoreaanse leger Zuid-Korea binnen, het begin van wat bekend zou worden als de Koreaanse oorlog. Deze eindigde in juli 1953 door tussenkomst van de Verenigde Naties in de vorm van een wapenstilstand die tot op de dag van vandaag voortduurt. Sinds het moratorium staan de legers van de twee landen oog in oog met elkaar aan weerszijden van de gedemilitariseerde zone.
De zogenaamde 'vergeten oorlog' heeft aan beide kanten miljoenen levens gekost. In de oorlog werd Noord-Korea geholpen door China, Zuid-Korea door de Verenigde Staten, onder de vlag van de Verenigde Naties. Ook enkele duizenden militairen van de Nederlandse krijgsmacht waren betrokken bij de oorlogshandelingen. In mijn militaire diensttijd (het overgrote deel daarvan bracht ik als jong officier door op de Sectie Voorlichting, Vorming en Psychologische Oorlogsvoering op het hoofdkwartier van de Koninklijke Landmacht in de Prinses Julianakazerne in Den Haag) heb ik enkele brochures geschreven over dit hoofdstuk in de Nederlandse krijgsgeschiedenis.

In de jaren zestig van de vorige eeuw begon Noord-Korea zich af te wenden van Russische bemoeienis, terwijl de opstelling tegenover Zuid-Korea feller werd. In dat decennium waren er verscheidene gewelddadige incidenten. Toch kwamen Noord- en Zuid-Korea op 4 juli 1970 met een gezamenlijke verklaring dat door beide partijen naar wegen tot hereniging gezocht zou worden. Deze sorteerden echter tot de dag van vandaag geen enkel effect. Ook in het begin van het nieuwe millennium bleven de spanningen, incidenten en wederzijds machtsvertoon (o.a. Noordkoreaanse kernproeven) voortduren. Het meest recente incident dateert van maart van dit jaar toen Noord-Korea een Zuidkoreaans oorlogsschip tot zinken bracht, waarna Noord-Korea dreigde met een kernoorlog bij eventuele sancties.

zondag 3 oktober 2010

Duitse hereniging

Duitsland viert zijn twintigste verjaardag. Vandaag, 3 oktober, is het precies twee decennia geleden dat de toenmalige Deutsche Demokratische Republik DDR en de Bondsrepubliek West-Duitsland onder één dak werden herenigd. Maar van een eenheid is nog steeds geen sprake. Integendeel. Als je alle media-aandacht rond de verjaardag wat nader onder de loep neemt, zou je zelfs kunnen concluderen, dat de Ossies en de Wessies weer uit elkaar groeien.
De verschillen tussen oost en west zijn inderdaad nog steeds groot. Oostduitsers verdienen volgens een bericht in het grootste landelijke dagblad gemiddeld 400 euro bruto per maand minder dan West-Duitsers. Ze wonen in huizen die gemiddeld 22 vierkante meter kleiner zijn. Sinds de eenwording zijn per saldo zo'n 1,8 miljoen Oostduitsers verhuisd van Oost- naar West-Duitsland, op zoek naar een betere toekomst. Vooral jongeren en kansrijken trokken weg. Complete stadswijken en plattelandsgebieden liepen leeg, steden als Dresden en Rostock vergrijzen in adembenemend tempo.

Ook de vooroordelen over 'Besser-Wessies' en 'Jammer-Ossies' zijn volgens de Vrije Universiteit van Berlijn de laatste jaren weer toegenomen. Eigenlijk is 'Wiedervereinigung' anno 2010 een titel die de lading al lang niet meer in alle opzichten dekt. Volgens velen is er nog een lange weg te gaan voordat Duitsland weer één natie is. Van de Westduitsers vindt 47 procent de eenwording voltooid, in Oost-Duitsland is dat slechts 17 procent, ontdekte het Sozialwissenschaftliche Forschungszentrum Berlin-Brandenburg recent.
Politici doen, uiteraard zou je bijna zeggen, op de beeldbuis hun best de hereniging als een groot succes te verkopen. „Een wonder”, vindt bondskanselier Angela Merkel. „Een succesverhaal”, jubelt minister Thomas de Maizière (Binnenlandse Zaken). Zij doelen dan vooral op de gestegen welvaart in het oostelijke landsdeel. Inderdaad zijn de 'Ossies' er de afgelopen 20 jaar in materieel opzicht op vooruit gegaan. Maar vooral werklozen en ouderen in Oost-Duitsland voelen zich nog steeds tweederangsburgers. Velen hebben zelfs heimwee ("Ostalgie") naar de tijd van staatsraad Erich Honecker c.s., toen de staat DDR voor iedereen zorgde.
De Dag van de Eenheid, vandaag, moet helpen de verschillen te overbruggen. In vele steden heeft de overheid massale feesten gepland, in de media buitelen de bespiegelingen over de eenwording over elkaar heen. Maar de bevolking raakt niet erg opgewonden. Velen vierden in november vorig jaar al dat de Berlijnse Muur twintig jaar eerder was gevallen. Het slopen van de muur was een memorabeler en zichtbaarder feit om te vieren dan de papieren fusie van twee republieken.

Het wegvallen van de muur werd indertijd overigens redelijk argwanend bekeken door de toenmalige leiders van Frankrijk en Engeland, resp. Francois Mitterand en Margaret Thatcher. Zij waren bang voor een nieuw groot en sterk Duitsland, dat twee keer binnen een halve eeuw de wereld in een oorlog had gestort. De Sovjet-Unie legde de Duitsers nauwelijks een strobreed in de weg. Eigenlijk waren de eisen van Sojetleider Gorbatsjov marginaal: Duitsland mocht niet meer dan 370.000 soldaten legeren, het moest de naoorlogse grenzen van Polen erkennen en het mocht geen kernwapens produceren. Toen Duitsland deze toezeggingen ruimhartig deed en ook nog eens een flinke zak geld op het Kremlinplein dropte, was ook Moskou overstag.
Hoewel Thatcher en Gorbatsjov benadrukten, dat de hereniging geleidelijk moest verlopen, was deze al binnen een jaar na de val van de muur een feit. Een snelle hereniging was wel de wens van de meeste Duitsers. Maar achteraf gezien moet je constateren dat het tempo te hoog is geweest, met alle gevolgen vandien. Zo ging, door de 'westerse marktwerking', zo'n driekwart van de bedrijven in de voormalige DDR failliet en steeg de werkeloosheid er tot recordhoogte.
Na de hereniging ging iedereen ervan uit dat ook de Oostduitsers mee zouden gaan delen in de westerse welvaart. Nu blijkt dat de Ossies 'een emmertje achter de roeiboot zijn’, zoals een commentator in HP De Tijd het eens uitdrukte. Ook bij de Westduitsers was en is er overigens niet alom vreugde. Zij moesten extra belasting betalen om de Ossies te helpen de onder communistisch bewind opgelopen achterstand in te halen. Vooral in tijden waarin de broekriem toch al flink moet worden aangehaald, is dat niet bevorderlijk voor een goede onderlinge sfeer.