Ik las vandaag op een internet-beurssite een aardige reactie van beurskenner Nico A. Inberg over een discussie de afgelopen week in het Financieele Dagblad. Een columnist had het hele gilde van beursanalisten weggezet als 'een grote grap', daarmee aangevend dat deze beroepsgroep op z'n minst niet serieus genomen hoeft te worden. Volgens Inberg kun je beursbewegingen niet voorspellen. Daar komt volgens hem bij, dat op internet veel analisten actief zijn die puur en alleen om leden te winnen stoere uitspraken doen over hoeveel zij verdienen. Volgens Inberg zijn zij echter nauwelijks op een goed advies te betrappen. Inberg vindt het eigenlijk allemaal wel logisch: "Als jij echt weet waar die pot met goud staat, dan ga je dat niet aan iemand anders vertellen, maar haal je 'm zelf leeg. Een goede analist kent zijn beperkingen. Veel is gewoon niet te voorspellen."
Ik heb op deze plek en via andere media vaker op het vestje van zogenaamde beursgoeroes gespuugd. Het zijn meestal een soort Pietje Paulusma's die met een natte vinger in de lucht melden of het waait en die voorspellen dat er regen komt als de hemel inmiddels met donderwolken is dichtgelopen en de eerste spatten vallen. Op de heel, heel korte termijn willen ze nog wel eens scoren, maar meestal gaan ze nat. Vaak komen ze er zelf goed mee weg, omdat ze hun misser, dank zij de hedendaagse snelle media, vrijwel à la minute kunnen verstoppen achter een nieuwe voorspelling. Zo houden niet alleen de meteorologische Paulusma's maar ook hun soortgenoten op het beurstoneel zich staande. En zelfs meer dan dat, want er is goed geld mee te verdienen. Niet voor niets wemelt het op internet van de goeroes die u tegen harde munt precies kunnen vertellen hoe u uw centjes het beste kunt beleggen.
Er zijn ongetwijfeld ook analisten die wel verstand van zaken hebben en een bewezen goede kijk op de markt. Een paar jaar geleden dacht ik er een gevonden te hebben in de persoon van een drs. die koketteert met zijn academische graad en die in ronkende teksten reclame maakt voor zijn succesvolle beleggingstips. Ik besloot mij tegen betaling van een redelijk fors abonnementsgeld onder de volgers van zijn zgn. Alertportefeuille te scharen. 'Beleggen op wetenschappelijke basis, succes verzekerd', dat leek me een aardig vertrekpunt naar een leuk zakcentje. Zeker als je als amateur zonder academische graad jarenlang maar wat hebt aangemodderd.
Al na een paar maanden echter verschrompelde mijn optimisme, omdat alle 'wetenschappelijke' adviezen tot dat moment slechts verlies hadden opgeleverd. Na nog een paar missers heb ik zijn adviezen daarna gelaten voor wat ze zijn, ondanks het feit dat mijn abonnement pas expireert zodra ik een winst van 300% op mijn startkapitaal van 20.000 euro heb gescoord. Gelukkig, zucht, heb ik afgehaakt. Want de verliesgevende tips gingen maar door. Collega-abonnees die tegelijk zijn ingestapt maar onverdroten de tips zijn blijven volgen, zijn onderhand bijna de helft van hun startkapitaal van twintig mille kwijt. Misschien blijven zij hoop koesteren op betere tijden en meer succesvolle adviezen. Maar met een gedecimeerd kapitaal duurt het waarschijnlijk heel lang voor je daarmee die 300% op de inleg van 20 mille hebt gescoord.
Hoewel ik dus niet meer mee doe met onze drs., blijf ik - ik ben immers nog steeds abonnee- wel zijn aan- en verkooptips ontvangen. Daardoor weet ik, dat zijn resultatenrekening na anderhalf jaar imponerender dan ooit wordt gekleurd door rode cijfers. De resultatenlijn van de portfeuille loopt ook nu nog in een strakke diagonaal naar beneden, met hier en daar een incidentele positieve uitschieter. Eén ding is er wel veranderd: in de periodieke beursbulletins van de drs. wordt zijn zo 'succesvolle' Alertportefeuille niet langer genoemd. In plaats daarvan werft onze academische goeroe nu voor een gloednieuwe portefeuille die ......jawel .... dank zij zijn wetenschappelijke beleggingsadviezen gegarandeerd gouden bergen oplevert. Het kost je een flinke abonnementsduit, bij vooruitbetaling te voldoen a.u.b., maar je zou een dief zijn van je eigen portemonnee als je niet met hem in zee zou gaan.... De houders van een abonnement op de oude Alertportefeuille hebben die uitnodigende, haast onweerstaanbare slogan eerder gehoord. Nu hikken zij aan tegen pijnlijke verliezen. Met de wetenschap van nu, zoals dat tegenwoordig in excuusjargon heet, waren zij indertijd graag een dief van hun eigen beurs geweest. Berouw komt altijd na de zonde. En misschien kun je daarom met de wetenschap van vandaag maar beter niet wetenschappelijk gaan beleggen.
maandag 30 augustus 2010
Grensoverschrijdende samenwerking
Als inwoner van een grensplaats sta je dicht bij de problemen (en soms ook voordelen) die de directe nabijheid van een rijksgrens met zich mee kan brengen. Je kent de problematiek uit eigen ervaring of waarneming en je bent ontvankelijker, al dan niet uit praktische overwegingen, voor het zoeken van oplossingen. Ik moest daaraan denken toen ik hoorde dat drs. Wim T. van Gelder in 2009 door het kabinet was benoemd tot 'grensmakelaar'. Van Gelder, afkomstig uit de Achterhoek, was van 1992-2007 Commissaris van de Koningin in Zeeland en daarvoor lid van Gedeputeerde Staten in Noord-Holland. In die laatste hoedanigheid maakte ik in de jaren tachtig kennis met hem tijdens een bezoek aan het Nationaal Landschap Waterland. Later ontmoetten we elkaar in een forum en toen hij zich, aan de vooravond van zijn pensionering, als kandidaat meldde voor de aankoop van mijn woonboerderij. Die koop ging niet door, maar Van Gelder vestigde zich wel in Winterswijk. Hij nam zijn intrek in een boerderij in een belendende buurtschap, hemelsbreed op 2 km van mijn woonstek en zo'n 4 km van de Nederlands-Duitse grens. Dat laatste is enigermate relevant, omdat de 'grensbewoner' Van Gelder, werd aangesteld als voorzitter van de ‘Taskforce Grensoverschrijdende Samenwerking’. Als ‘grensmakelaar’ werd hij belast met de aanpak van de belangrijkste knelpunten in de grensstreek.
Als geboren en getogen Achterhoeker weet ik wat de grens als scheidsmuur tussen mensen voor betekenis kan hebben. In mijn hoedanigheid als voorlichter van de gemeente Winterswijk en cum annexis als pr-medewerker van het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Euregio heb ik mezelf in de periode 1977-2000 intensief beziggehouden met grensoverschrijdende contacten. Samen met o.a. Hans van der Werf, toenmalig EG-redacteur van het NOS-journaal in Brussel, heb ik enkele jaren een Nederlands-Duitse uitgave geredigeerd waarin typische problemen op het terrein van grensoverschrijdende contacten onder de loep werden genomen. Daarnaast heb ik me, enthousiast gestimuleerd door Winterswijks toenmalige burgemeester Cor de Vries, de Regierungspräsident in Munster, de Kreisdirektor in Borken, achtereenvolgende burgemeesters van Bocholt en de Euregiosecretarissen Wim van Geffen en Jens Gabbe, ingezet voor het propageren van de Duits-Nederlandse contacten en samenwerking èn voor het propageren van een Europa zonder binnengrenzen. In die periode werkte ik jarenlang samen met mijn Duitse collega-Pressereferent Manfred Dammeier uit Bocholt. Samen hebben we talloze lezingen gehouden aan weerszijden van de grens, colleges gegeven op het Europa Instituut in Bocholt en het Bundesverwaltungsinstitut in Bonn, publicaties verzorgd in het Duits en Nederlands voor diverse doelgroepen. We organiseerden gezamenlijk culturele en sportieve uitwisselingen tussen verenigingen en organisaties, contactbijeenkomsten van Nederlandse en Duitse ondernemers, werkconferenties van Winterswijkse en Bocholtse ambtenaren, politie- en brandweerfunctionarissen en ziekenhuismanagers. Kortom, de 'grens' was niet alleen voor mij als bewoner maar ook in mijn werk een substantieel onderdeel van mijn dagelijkse leven.
Wim van Gelder kijkt een jaar na zijn aanstelling, in een interview op Duitslandweb, augustus 2010, terug op zijn ervaringen als grensmakelaar. Veel problemen in de hedendaagse contacten tussen Nederland en Duitsland ontstaan volgens hem doordat beide landen Europese richtlijnen anders implementeren. Van Gelder: “Mijn advies is dan: ga eens buurten over de grens.” Volgens Van Gelder kijken lokale overheden te vaak eerst naar Den Haag als er problemen met een buurland zijn. “Het duurde even voordat de grensregio’s zich realiseerden dat ambtenaren in Den Haag niet slimmer zijn. Het grote winstpunt van het afgelopen jaar is dat de regio’s nu weten dat ze problemen zelf kunnen oplossen.” Volgens Van Gelder hebben de grensregio’s het gevoel dat er dingen verbeterd zijn. "Maar ze moeten meer een vuist maken tegenover Den Haag. Daar staat tegenover dat Den Haag nu eens in de drie weken overlegt met de regio’s.
In de samenwerking tussen grensregio’s blijven cultuurverschillen volgens Van Gelder vaak onderbelicht. “De Europese Unie probeert de grenzen te slopen maar in de beleving van mensen is de grens nog heel sterk aanwezig.” Culturele uitwisseling kan de angst voor het vreemde wegnemen. Goede contacten zijn ook gebaat bij kennis van elkaars taal, vindt Van Gelder. Hij is erg blij met het project ‘buurttaalonderwijs’. Nederlandse basisschoolleerlingen krijgen Duits op school, Duitse kinderen leren Nederlands. De kinderen gaan ook een weekend aan de andere kant van de grens logeren.
Mijn conclusie bij het lezen van de ervaringen van de grensmakelaar: er zit vooruitgang in de Duits-Nederlandse samenwerking en contacten. Maar als we heel eerlijk zijn moeten we, alle inspanningen ten spijt, toegeven dat de grensoverschrijdende contacten en samenwerking, op grensbewonersniveau, in drie decennia weinig zijn opgeschoten. Natuurlijk, we doen gemakkelijk boodschappen over de grens, we recreëren er, we kopen er soms een woning. Maar toch gaapt er onveranderd een kloof, die zich echt doet gevoelen als er wetten, regelgeving, verzekeringen e.d. in het geding zijn. Niettemin is Van Gelder enthousiast over de resultaten: “Ik had niet verwacht dat er zoveel zou lukken maar er zijn nu op allerlei terreinen bilaterale contacten: ziekenhuizen, natuurbeheerders, politie en brandweer aan weerszijden van de grens overleggen nu meer met elkaar. Ook de onderwijssector heeft vooruitgang geboekt. Als gevolg van intensieve samenwerking erkennen Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen sinds juni 2010 elkaars diploma’s."
In het Nederlands-Duitse grensgebied staan we niet meer met de ruggen tegen elkaar, zoals tijdens en in de eerste jaren na de oorlog. We kijken elkaar nu in de ogen, we communiceren met elkaar en heel voorzichtig doen we in zakelijke contacten net of er geen grenzen (meer) zijn. Met een onveranderd enthousiasme zijn we over 30 jaar misschien wéér een stukje opgeschoten.
Als geboren en getogen Achterhoeker weet ik wat de grens als scheidsmuur tussen mensen voor betekenis kan hebben. In mijn hoedanigheid als voorlichter van de gemeente Winterswijk en cum annexis als pr-medewerker van het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Euregio heb ik mezelf in de periode 1977-2000 intensief beziggehouden met grensoverschrijdende contacten. Samen met o.a. Hans van der Werf, toenmalig EG-redacteur van het NOS-journaal in Brussel, heb ik enkele jaren een Nederlands-Duitse uitgave geredigeerd waarin typische problemen op het terrein van grensoverschrijdende contacten onder de loep werden genomen. Daarnaast heb ik me, enthousiast gestimuleerd door Winterswijks toenmalige burgemeester Cor de Vries, de Regierungspräsident in Munster, de Kreisdirektor in Borken, achtereenvolgende burgemeesters van Bocholt en de Euregiosecretarissen Wim van Geffen en Jens Gabbe, ingezet voor het propageren van de Duits-Nederlandse contacten en samenwerking èn voor het propageren van een Europa zonder binnengrenzen. In die periode werkte ik jarenlang samen met mijn Duitse collega-Pressereferent Manfred Dammeier uit Bocholt. Samen hebben we talloze lezingen gehouden aan weerszijden van de grens, colleges gegeven op het Europa Instituut in Bocholt en het Bundesverwaltungsinstitut in Bonn, publicaties verzorgd in het Duits en Nederlands voor diverse doelgroepen. We organiseerden gezamenlijk culturele en sportieve uitwisselingen tussen verenigingen en organisaties, contactbijeenkomsten van Nederlandse en Duitse ondernemers, werkconferenties van Winterswijkse en Bocholtse ambtenaren, politie- en brandweerfunctionarissen en ziekenhuismanagers. Kortom, de 'grens' was niet alleen voor mij als bewoner maar ook in mijn werk een substantieel onderdeel van mijn dagelijkse leven.
Wim van Gelder kijkt een jaar na zijn aanstelling, in een interview op Duitslandweb, augustus 2010, terug op zijn ervaringen als grensmakelaar. Veel problemen in de hedendaagse contacten tussen Nederland en Duitsland ontstaan volgens hem doordat beide landen Europese richtlijnen anders implementeren. Van Gelder: “Mijn advies is dan: ga eens buurten over de grens.” Volgens Van Gelder kijken lokale overheden te vaak eerst naar Den Haag als er problemen met een buurland zijn. “Het duurde even voordat de grensregio’s zich realiseerden dat ambtenaren in Den Haag niet slimmer zijn. Het grote winstpunt van het afgelopen jaar is dat de regio’s nu weten dat ze problemen zelf kunnen oplossen.” Volgens Van Gelder hebben de grensregio’s het gevoel dat er dingen verbeterd zijn. "Maar ze moeten meer een vuist maken tegenover Den Haag. Daar staat tegenover dat Den Haag nu eens in de drie weken overlegt met de regio’s.
In de samenwerking tussen grensregio’s blijven cultuurverschillen volgens Van Gelder vaak onderbelicht. “De Europese Unie probeert de grenzen te slopen maar in de beleving van mensen is de grens nog heel sterk aanwezig.” Culturele uitwisseling kan de angst voor het vreemde wegnemen. Goede contacten zijn ook gebaat bij kennis van elkaars taal, vindt Van Gelder. Hij is erg blij met het project ‘buurttaalonderwijs’. Nederlandse basisschoolleerlingen krijgen Duits op school, Duitse kinderen leren Nederlands. De kinderen gaan ook een weekend aan de andere kant van de grens logeren.
Mijn conclusie bij het lezen van de ervaringen van de grensmakelaar: er zit vooruitgang in de Duits-Nederlandse samenwerking en contacten. Maar als we heel eerlijk zijn moeten we, alle inspanningen ten spijt, toegeven dat de grensoverschrijdende contacten en samenwerking, op grensbewonersniveau, in drie decennia weinig zijn opgeschoten. Natuurlijk, we doen gemakkelijk boodschappen over de grens, we recreëren er, we kopen er soms een woning. Maar toch gaapt er onveranderd een kloof, die zich echt doet gevoelen als er wetten, regelgeving, verzekeringen e.d. in het geding zijn. Niettemin is Van Gelder enthousiast over de resultaten: “Ik had niet verwacht dat er zoveel zou lukken maar er zijn nu op allerlei terreinen bilaterale contacten: ziekenhuizen, natuurbeheerders, politie en brandweer aan weerszijden van de grens overleggen nu meer met elkaar. Ook de onderwijssector heeft vooruitgang geboekt. Als gevolg van intensieve samenwerking erkennen Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen sinds juni 2010 elkaars diploma’s."
In het Nederlands-Duitse grensgebied staan we niet meer met de ruggen tegen elkaar, zoals tijdens en in de eerste jaren na de oorlog. We kijken elkaar nu in de ogen, we communiceren met elkaar en heel voorzichtig doen we in zakelijke contacten net of er geen grenzen (meer) zijn. Met een onveranderd enthousiasme zijn we over 30 jaar misschien wéér een stukje opgeschoten.
Abonneren op:
Posts (Atom)