Als er over je eigen professie wordt gerept in de media, valt je dat natuurlijk extra op. Zo ook, eind vorig jaar, het bericht dat kroonprins Willem-Alexander problemen ondervindt in de publieke opinie met zijn grote vastgoedproject in Mozambique. Hij kondigde aan drie communicatie-adviseurs te willen inhuren om 'orde op zaken te stellen' in de berichtgeving aan zijn onderdanen. Hè, orde op zaken stellen? Als ik de materie en de daaruit voortvloeiende golf van publiciteit goed begrepen heb, was het waarschijnlijk meer de bedoeling recht te praten wat krom is. Wanneer je met een aantal puissant rijke mensen op een schitterend schiereiland in Afrika een van de rest van de wereld geïsoleerd super-de-luxe bungalowproject wilt creëren, valt daar weinig aan te communiceren richting bevolking. Wat de prins doet, lijkt meer op het paard achter de wagen spannen. Het is op zijn zachtst gezegd uiterst dubieus je koninklijke miljoenen opzichtig te spenderen in zo'n protserig project in superarm donker Afrika. Onze toekomstige kroondrager had, lijkt me, natuurlijk nooit in een dergelijk vastgoedproject moeten stappen. Een normaal iemand voelt zoiets, denk ik, op zijn Hollandse boerenklompen aan. Maar nu dat kennelijk niet het geval is, had een communicatieadviseur dàt aan hem moeten vertellen. Volgens mij is het niet zo dat wij onderdanen de prins niet begrijpen, hij begrijpt de Nederlandse burgers niet. Dat hebben we eerder meegemaakt.
Zo bezochten de kroonprins en Máxima Antarctica, een van de meest kwetsbare natuurgebieden op aarde. Ze gingen er naartoe om zich op de hoogte te stellen van het Nederlandse wetenschappelijke poolonderzoek. Alleen ... er waren op dat moment op Antarctica helemaal geen Nederlandse wetenschappers, die het koninklijke gezelschap zouden kunnen bijpraten. In de media zagen we plaatjes van prins, prinses en een reisgrage vaderlandse minister die zich zichtbaar vermaakten met afdalingen in ijsspelonken en het bekijken van wilde dieren. Daarmee vroegen ze aandacht voor het milieu, vertelden ze. Zoals ze nu, met privéstranden van honderden meters lang en huizen met slaapkamers van 350 vierkante meter, aandacht vragen voor de armoede in Mozambique. Dàt moeten drie communicatie-adviseurs ons uitleggen. Een boeiend en veelzijdig vak, communicatieadviseur. Dat weet ik uit eigen ervaring. Maar een dergelijke royale dimensie heb ik in mijn jarenlange loopbaan nooit aan mijn curriculum vitae kunnen toevoegen. Ik vraag me af of ik daar rouwig om moet zijn.
vrijdag 27 augustus 2010
Uitverkoop Nederlandse bedrijven
De afgelopen tien jaar is een groot aantal gezichtsbepalende Nederlandse ondernemingen verkocht aan buitenlandse kopers (bijv. ABN Amro, Essent, Nuon, een groot deel van het Nederlandse stads- en streekvervoer).Opvallend is dat deze uitverkoop bij de verschillende coalitiekabinetten en de top van het bedrijfsleven weinig weerstand heeft opgeroepen. Waarschuwingen kwamen er wel van de kant van de vakbeweging, die wees op de gevaren voor de toekomstige werkgelegenheid. De zorgeloze houding over de verkoop is vooral ingegeven door de dominante opvatting, dat vrijhandel goed is voor Nederland en dat we daarom vooral internationaal moeten denken en handelen.
In zijn boek ‘De Wij-economie’ (2009) stelt oud-minister en internetondernemer Willem Vermeend vast, dat veel verkopen niet in het belang waren van de continuïteit van de onderneming en de werknemers, maar dat er sprake was van mismanagement en de verkoop vooral werd ingegeven door de belangen van aandeelhouders, topmanagers, adviseurs en banken, die gigantische bedragen verdienden met de verkoop. Ook bij kopers ging het vaak om snel geld verdienen door het overgenomen bedrijf kaal te plukken of op te splitsen (bijv. uitgeverij PCM die gekocht werd door de Britse investeringsmaatschappij Apax. Daarnaast werd volgens Vermeend door opkopers, veelal private equityfondsen, gebruik gemaakt van financieringsconstructies die ten laste kwamen van de Nederlandse schatkist. Oud-minister Joop Wijn van Economische Zaken durfde het aan om de aanduiding ‘aasgieren’ te gebruiken voor bepaalde internationale opkoopfondsen die bedrijven kochten om snel hoge winsten te realiseren. Maar hij werd door zijn collega’s in het kabinet en door de top van het bedrijfsleven weggehoond. Wie vraagtekens zet bij dit soort verkopen werd weggezet als naïef, ouderwets, chauvinistisch of nationalistisch. Door de economische crisis is er weliswaar een kentering in het denken gekomen, maar die heeft nog niet geleid tot een adequate politieke reactie.
Diverse opiniepeilingen hebben de laatste jaren uitgewezen, dat ook een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich zorgen maakt over de verkoop van grote bedrijven aan het buitenland. Alle kritiek werd echter weggewuifd en gesmoord met begeleidende teksten als ‘We zijn een internationaal land, het past bij onze open economie’; en ‘Maatregelen tegen overnames schaden onze economie en het beursklimaat’.
Feit is wel, dat grote buitenlandse overnames grote strategische gevolgen kunnen hebben. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld als gevolg van de overname van Essent en Nuon nauwelijks nog invloed op energieleveranties. Het zou verstandig zijn ook oog te hebben voor de schaduwkanten van deze ontwikkelingen voor de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Het heilig geloof in de zegeningen van de markt is ook van invloed geweest op de kritiekloze houding van de Nederlandse politiek en de top van het nationale bedrijfsleven tegenover de buitenlandse overnames. Willem Vermeend noemt de opstelling van met name de CDA- en PvdA-fractie in de Tweede Kamer die naar zijn oordeel NUON en Essent voor Nederland hadden kunnen behouden “een gigantische politieke blunder die zeker in de politieke geschiedenisboekjes terecht zal komen”.
Vermeend concludeert in zijn boek: “Nederland heeft een aansprekende visie voor de toekomst nodig. Een toekomst die in de samenleving enthousiasme oproept en breed wordt gedragen. Een welvarend Nederland voor iedereen, dat internationaal vooroploopt met een sterke nieuwe economie, de groene economie. Maar een nieuwe economie is niet voldoende. We moeten naar een eerherstel van normen en waarden, naar fatsoen, naar ethiek in de samenleving en terug naar ouderwetse solidariteit. Weg met de IK-cultuur, weg met de financiële hebzucht, het casinokapitalisme, de exorbitante bonussen en het snelle geld verdienen. Deze aanpassingen vragen ook om een mentaliteitsverandering, zowel bij overheid en burgers als bij het bedrijfsleven. De IK-economie, de IK-samenleving is met de crisis ten onder gegaan. Alleen met de WIJ-eonomie kunnen we Nederland de komende decennia welvarend houden”.
Ik kan me wel vinden in de visionaire stellingname van Vermeend, toch niet de eerste de beste sociaal-democraat. Verbazingwekkend is de enorme kloof tussen zijn visie en het denken, doen en laten van het apathische Kabinet-Balkenende IV en de coalitiepartijen CDA, PvdA (inmiddels uitgetreden) en CU in de Kamer. Zij wekken regelmatig de indruk dat zij leven in een andere werkelijkheid dan die van het ‘gewone’ Nederlandse volk. De wereld na de crisis vraagt niet alleen om een ander overheidsbeleid maar ook om een mentaliteitsverandering. Met de huidige Ikke-ikke-ikke-mentaliteit gaan we het niet redden.
De wereld is in 2008 en daarna niet alleen getroffen door een zware economische crisis, maar wordt ook geconfronteerd met gigantische vraagstukken als de klimaatcrisis (de opwarming van de aarde) en de energiecrisis (opraken van duurder worden van fossiele brandstoffen). Ook om andere redenen is het onwaarschijnlijk, dat de vrije markt weer in al zijn glorie zal terugkeren. De crisis heeft ons aan het denken gezet over de hebzucht, het grote graaien, het egocentrisch denken en de protserige uitwassen van het ego-kapitalisme. Miljoenen mensen hebben niet alleen hun baan verloren maar zijn ook hun spaargeld kwijt. Daarnaast zijn er talloze bedrijven failliet gegaan. Deze feiten vragen om een duidelijke visie op de toekomst en een krachtdadig bestuur. Als ik Balkenende en (tot zijn aftreden) Wouter Bos op de tv zie weifelen en twijfelen, als ik zie hoe ze onverdroten de kool, de geit en de lieve vrede willen sparen, vraag ik me af of we daar met deze Nederlandse regering ooit aan toe komen.
In zijn boek ‘De Wij-economie’ (2009) stelt oud-minister en internetondernemer Willem Vermeend vast, dat veel verkopen niet in het belang waren van de continuïteit van de onderneming en de werknemers, maar dat er sprake was van mismanagement en de verkoop vooral werd ingegeven door de belangen van aandeelhouders, topmanagers, adviseurs en banken, die gigantische bedragen verdienden met de verkoop. Ook bij kopers ging het vaak om snel geld verdienen door het overgenomen bedrijf kaal te plukken of op te splitsen (bijv. uitgeverij PCM die gekocht werd door de Britse investeringsmaatschappij Apax. Daarnaast werd volgens Vermeend door opkopers, veelal private equityfondsen, gebruik gemaakt van financieringsconstructies die ten laste kwamen van de Nederlandse schatkist. Oud-minister Joop Wijn van Economische Zaken durfde het aan om de aanduiding ‘aasgieren’ te gebruiken voor bepaalde internationale opkoopfondsen die bedrijven kochten om snel hoge winsten te realiseren. Maar hij werd door zijn collega’s in het kabinet en door de top van het bedrijfsleven weggehoond. Wie vraagtekens zet bij dit soort verkopen werd weggezet als naïef, ouderwets, chauvinistisch of nationalistisch. Door de economische crisis is er weliswaar een kentering in het denken gekomen, maar die heeft nog niet geleid tot een adequate politieke reactie.
Diverse opiniepeilingen hebben de laatste jaren uitgewezen, dat ook een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich zorgen maakt over de verkoop van grote bedrijven aan het buitenland. Alle kritiek werd echter weggewuifd en gesmoord met begeleidende teksten als ‘We zijn een internationaal land, het past bij onze open economie’; en ‘Maatregelen tegen overnames schaden onze economie en het beursklimaat’.
Feit is wel, dat grote buitenlandse overnames grote strategische gevolgen kunnen hebben. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld als gevolg van de overname van Essent en Nuon nauwelijks nog invloed op energieleveranties. Het zou verstandig zijn ook oog te hebben voor de schaduwkanten van deze ontwikkelingen voor de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Het heilig geloof in de zegeningen van de markt is ook van invloed geweest op de kritiekloze houding van de Nederlandse politiek en de top van het nationale bedrijfsleven tegenover de buitenlandse overnames. Willem Vermeend noemt de opstelling van met name de CDA- en PvdA-fractie in de Tweede Kamer die naar zijn oordeel NUON en Essent voor Nederland hadden kunnen behouden “een gigantische politieke blunder die zeker in de politieke geschiedenisboekjes terecht zal komen”.
Vermeend concludeert in zijn boek: “Nederland heeft een aansprekende visie voor de toekomst nodig. Een toekomst die in de samenleving enthousiasme oproept en breed wordt gedragen. Een welvarend Nederland voor iedereen, dat internationaal vooroploopt met een sterke nieuwe economie, de groene economie. Maar een nieuwe economie is niet voldoende. We moeten naar een eerherstel van normen en waarden, naar fatsoen, naar ethiek in de samenleving en terug naar ouderwetse solidariteit. Weg met de IK-cultuur, weg met de financiële hebzucht, het casinokapitalisme, de exorbitante bonussen en het snelle geld verdienen. Deze aanpassingen vragen ook om een mentaliteitsverandering, zowel bij overheid en burgers als bij het bedrijfsleven. De IK-economie, de IK-samenleving is met de crisis ten onder gegaan. Alleen met de WIJ-eonomie kunnen we Nederland de komende decennia welvarend houden”.
Ik kan me wel vinden in de visionaire stellingname van Vermeend, toch niet de eerste de beste sociaal-democraat. Verbazingwekkend is de enorme kloof tussen zijn visie en het denken, doen en laten van het apathische Kabinet-Balkenende IV en de coalitiepartijen CDA, PvdA (inmiddels uitgetreden) en CU in de Kamer. Zij wekken regelmatig de indruk dat zij leven in een andere werkelijkheid dan die van het ‘gewone’ Nederlandse volk. De wereld na de crisis vraagt niet alleen om een ander overheidsbeleid maar ook om een mentaliteitsverandering. Met de huidige Ikke-ikke-ikke-mentaliteit gaan we het niet redden.
De wereld is in 2008 en daarna niet alleen getroffen door een zware economische crisis, maar wordt ook geconfronteerd met gigantische vraagstukken als de klimaatcrisis (de opwarming van de aarde) en de energiecrisis (opraken van duurder worden van fossiele brandstoffen). Ook om andere redenen is het onwaarschijnlijk, dat de vrije markt weer in al zijn glorie zal terugkeren. De crisis heeft ons aan het denken gezet over de hebzucht, het grote graaien, het egocentrisch denken en de protserige uitwassen van het ego-kapitalisme. Miljoenen mensen hebben niet alleen hun baan verloren maar zijn ook hun spaargeld kwijt. Daarnaast zijn er talloze bedrijven failliet gegaan. Deze feiten vragen om een duidelijke visie op de toekomst en een krachtdadig bestuur. Als ik Balkenende en (tot zijn aftreden) Wouter Bos op de tv zie weifelen en twijfelen, als ik zie hoe ze onverdroten de kool, de geit en de lieve vrede willen sparen, vraag ik me af of we daar met deze Nederlandse regering ooit aan toe komen.
Pensioenen
Er is, voor de zoveelste keer binnen betrekkelijk korte tijd, weer eens onrust over onze pensioenen. Jarenlang hebben politici en pensioenfondsbestuurders ons een rotsvast vertrouwen in een waardevaste pensioen aangepraat. Dat vertrouwen hield lange tijd stand, maar na de laatste financiële en economische crisis kelderde het met imponerende vaart. Volgens de pensioenbestuurders is de rente recent sterk gedaald en werkt dit door in een (te) lage dekkingsgraad. Dat kan zo zijn, maar wie garandeert dat de rente weer omhoog gaat? Die zou wel eens langdurig laag kunnen blijven. Het einde van de economische crisis lijkt nog lang niet in zicht. Trouwens, ook na de vorige wereldwijde crash duurde het 15 jaar èn een wereldoorlog voordat de economie weer aantrok! De pensioenfondsbestuurders maken nòg een kapitale blunder door uit te gaan van een beleggingsrendement dat aanzienlijk hoger is dan wat experts realistisch achten. Het is onmogelijk voor de komende decennia rentestanden en aandelenrendementen te prognotiseren. Daardoor is onze pensioenvoorziening met grote onzekerheden omgeven. Een spijkerhard pensioen is vooral een heel duur pensioen. De vraag is nu of we doorgaan met financieel scherp voor de wind te zeilen of dat we gaan rekenen met structureel lagere rentes en rendementen? De keuze heeft direct gevolgen voor de verdeling van de pensioenkosten tussen generaties. Blijken we achteraf te zuinig, dan betaalt de huidige generatie ouderen de rekening. Zijn we te optimistisch, dan betalen de jongeren de prijs.
Het is een ingewikkelde discussie, die samen met alle belanghebbenden en niet in een elitaire entiteit moet worden gevoerd. Op dit moment hebben de zogenaamde sociale partners alle touwtjes in handen. Ik vind, dat naast de gepensioneerden ook de jongeren, de actieve beroepsbevolking waarvan het overgrote deel niet is aangesloten bij een vakbond, moeten meepraten. Alleen door alle belanghebbenden bij de discussie te betrekken, kan het geschade vertrouwen in het pensioenstelsel weer op peil gebracht worden. Dat vertrouwen kan nog wat extra worden opgekrikt door een ander benoemingsbeleid van ceo's en cfo's bij de pensioenfondsen. Tot nog toe lijkt het usance de leiding in handen te geven van grijpgrage, min of meer afgedankte mastodonten uit de politieke wereld. Vooral mijn eigen ABP heeft daar een handje van. Met griezelige grofgeldjagers uit de old-boyskliek achter de tafel als Brinkman, Nijpels en Borghouts die stilletjes met een dikke bonus achter de coulissen verdwijnen als er aan hun bekwaamheid en/of integriteit wordt getwijfeld, schoffeer je alle pensioenbetalende en -genietende ambtenaren. De geloofwaardigheid van de pensioenfondsen zou er mee gediend zijn als de leiding in handen kwam van echte deskundigen en niet langer de speeltuin zou zijn van vaak onbekwame, maar nog o zo geile, receptietijgerende oud-politici die met minimale inspanning hun banksaldo verder willen opvoeren.
Het is een ingewikkelde discussie, die samen met alle belanghebbenden en niet in een elitaire entiteit moet worden gevoerd. Op dit moment hebben de zogenaamde sociale partners alle touwtjes in handen. Ik vind, dat naast de gepensioneerden ook de jongeren, de actieve beroepsbevolking waarvan het overgrote deel niet is aangesloten bij een vakbond, moeten meepraten. Alleen door alle belanghebbenden bij de discussie te betrekken, kan het geschade vertrouwen in het pensioenstelsel weer op peil gebracht worden. Dat vertrouwen kan nog wat extra worden opgekrikt door een ander benoemingsbeleid van ceo's en cfo's bij de pensioenfondsen. Tot nog toe lijkt het usance de leiding in handen te geven van grijpgrage, min of meer afgedankte mastodonten uit de politieke wereld. Vooral mijn eigen ABP heeft daar een handje van. Met griezelige grofgeldjagers uit de old-boyskliek achter de tafel als Brinkman, Nijpels en Borghouts die stilletjes met een dikke bonus achter de coulissen verdwijnen als er aan hun bekwaamheid en/of integriteit wordt getwijfeld, schoffeer je alle pensioenbetalende en -genietende ambtenaren. De geloofwaardigheid van de pensioenfondsen zou er mee gediend zijn als de leiding in handen kwam van echte deskundigen en niet langer de speeltuin zou zijn van vaak onbekwame, maar nog o zo geile, receptietijgerende oud-politici die met minimale inspanning hun banksaldo verder willen opvoeren.
Brulkikker
De Nederlandse televisie leeft bij de gratie van jury’s. Vooral bij de commerciële omroepen kunnen ze er wat van. Wie denkt dat hij aardig kan zingen, goochelen of bierkratjes stapelen kan zich aanmelden bij cameratribunalen, om vervolgens keihard te worden uitgelachen door juryleden, die vóór hun jurybestaan zelf nooit enige deuk in een pakje boter hebben weten te slaan. Of had u vroeger weleens van Henkjan Smits gehoord?
De competitie in Sterren op het doek is van geheel andere aard. Drie schilders maken een portret van een hoofdpersoon, die tijdens het poseren wordt geïnterviewd door Hanneke Groenteman. Het schilderij dat het meest bij de geïnterviewde in de smaak valt, mag mee naar huis. Jammer alleen dat het programma hinderlijk wordt gesponsord door de Bankgiroloterij. Middenin het programma duikt opeens brulkikkerend leeghoofd Ron Brandsteder op om een cheque van 100.000 euro te overhandigen aan een deelnemer van de loterij. Bizar dat zoiets mag bij een publieke omroep.
De competitie in Sterren op het doek is van geheel andere aard. Drie schilders maken een portret van een hoofdpersoon, die tijdens het poseren wordt geïnterviewd door Hanneke Groenteman. Het schilderij dat het meest bij de geïnterviewde in de smaak valt, mag mee naar huis. Jammer alleen dat het programma hinderlijk wordt gesponsord door de Bankgiroloterij. Middenin het programma duikt opeens brulkikkerend leeghoofd Ron Brandsteder op om een cheque van 100.000 euro te overhandigen aan een deelnemer van de loterij. Bizar dat zoiets mag bij een publieke omroep.
Abonneren op:
Posts (Atom)