woensdag 22 september 2010

Anderhalf jaar crisis

Het gaat met de Nederlandse economie weer de goeie kant op, laat het demissionaire kabinet Balkenende IV bij de presentatie van de Begroting 2011 op de derde dinsdag van september 2010 weten. Een schoorvoetende verbetering, maar toch. De crisis heeft in Nederland eigenlijk maar betrekkelijk kort geduurd. Dat zegt iets over de kracht en vitaliteit van onze staatshuishouding. En natuurlijk heeft ook de overheid het een en ander gedaan om te voorkomen dat we in een zompig moeras zouden wegzakken. Ook aan de beginkant van de crisisperiode heeft diezelfde overheid piketpaaltjes geslagen. Veel later dan andere, omringende landen kwam 'Den Haag' namelijk tot de conclusie, dat ook Nederland in een recessie terecht was gekomen. Om het geheugen wat op te frissen onderstaand een anderhalf jaar oud artikel van mijn hand over de plotselinge vaderlandse paniek  op vrijdag de 13de februari 2009.


Het is koud buiten op deze februarimorgen, vrijdag 13 februari 2009. De thermometer in de weerhut geeft amper nul graden aan. De bomen druipen na van een korte maar felle sneeuwbui. Waterkou en een over het veld hangende grijze mistroostigheid nodigen niet uit de neus buiten de deur te steken. Binnen zorgt de journaallezer op de vaderlandse beeldbuis voor een navenant onaangename sfeer. Met een naadloos corresponderende dictie meldt hij, dat Nederland nu in een recessie verkeert. De economie is voor het derde achtereenvolgende kwartaal gekrompen, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferd. De arbeidsproductiviteit van de bedrijven is in het laatste kwartaal van 2008 afgenomen, geplande investeringen zijn teruggedraaid, de export zorgwekkend gedaald. Eigenlijk bevat het economisch weerbericht van het CBS nauwelijks verrassingen. De afgelopen maanden was iedereen al met berichten over dreigende economische rampspoed overspoeld. Maar nu is de recessie officieel. De cijfers van het CPB zorgen voor de onderbouwing, dat ook Nederland keihard door de economische crisis wordt getroffen.

Toch komt de klap, deze vrijdag de dertiende, keihard aan. Alle actualiteitenprogramma's van die avond concentreren hun aandacht op de dramatische terugval van de economie. Die economie boomde nog in het vroege voorjaar van 2008 en staat nu plots aan de rand van de afgrond. Volgens CBS-voorman Michiel Vergeer heeft vooral het tempo waarin de verslechtering zich de afgelopen maanden heeft voltrokken, hem en andere deskundigen verrast. Premier Jan Peter Balkenende erkent in zijn persconferentie na afloop van de wekelijkse ministerraad weliswaar dat Nederland alle zeilen zal moeten bijzetten, maar waarschuwt voor panische reacties van regeringszijde. We gaan er eens rustig over praten de komende dagen en kijken wat wijsheid is, was globaal zijn apaiserende reactie. Een reactie die later op de avond voor NOVA-presentatrice Clairy Polak aanleiding is nog eens fijntjes te refereren aan de historische woorden van Hendrik Colijn, uitgesproken kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog: Gaat u allen rustig slapen, de regering waakt.

Volgens oud-staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend heeft vooral het tempo van de verslechtering iedereen verrast, ook het kabinet. Op Prinsjesdag nog had vice-premier en minister van Financiën Wouter Bos, minzaam glimlachend in de camera's, geroepen dat het allemaal wel meevalt, dat de Nederlandse economie er beter voor staat dan andere en dat we een stootje kunnen hebben. Op vrijdag de dertiende februari 2009, minder dan een half jaar later, gaat het gesprek over 'ombuigingen' van 20 miljard euro, over kortingen op de pensioenen, over beperking van de hypotheekrenteaftrek, over verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Nederland lijkt enigermate in paniek, althans politiek en bedrijfsleven. De 'gewone Nederlander' leek tot nog toe nauwelijks wakker te liggen van donkere onweerswolken aan het economisch firmament. Hij maakt zich nog altijd meer zorgen over criminaliteit en veiligheid dan over de toestand van de economie, zo gaf medio februari de eerste Nationale Crisismeter van Goedemorgen Nederland en Intomart GFK aan.

De dagen na de openbaringen van het CBS komen er bitse commentaren en vooral insinuerende vragen. Heeft het kabinet de afgelopen tijd zitten slapen? Vooraanstaande economen uit binnen- en buitenland hadden immers al maandenlang geduid op dreigend economisch onweer? Of hebben Balkenende, Bos c.s. de werkelijke feiten doelbewust achtergehouden om het land en zichzelf voor onrust en kritiek te behoeden?
Financieel analist Kees de Kort constateert cynisch, dat zelfs het CPB nu het licht heeft gezien."Geen lachwekkende voorspellingen meer, maar cijfers die enig recht doen aan de ontstane realiteit. Een allereerste vereiste voor het nemen van verstandige maatregelen is immers het onder ogen zien en het accepteren van die realiteit."

Wouter Bos kan wel verklaren waarom hij plotseling, nog net niet van de ene dag op de andere, een totaal ander geluid laat horen. "In geen ander land is de situatie zo radicaal omgeslagen", zegt de minister van Financiën.
De economische voorspellingen zijn dramatisch. Het kabinet heeft amper ruimte om banen te scheppen of het begrotingstekort te beteugelen. Het gitzwarte scenario dat het CPB voor de economie schetst – een krimp van 3,5 procent, verdubbeling van de werkloosheid – maakt één ding pijnlijk duidelijk: de hoop dat Nederland tamelijk ongehavend de crisis kan doorstaan, is ongegrond. De open economie die zoveel welvaart bracht, is nu de grote boosdoener. Het kernprobleem is de wereldhandel. Die daalt met bijna 10 procent en dat voelt Nederland direct. We gaan in een half jaar van een begrotingsoverschot van 1 procent naar een tekort van 5,5 procent. Dat is bijna 40 miljard euro, aldus Haagse rekenmeesters.

Dat de politiek zo geschokt reageert op de negatieve voorspellingen van het CPB is volgens dekundigen niet verbazingwekkend, ook al was uit de cijfers van bedrijven al langer gebleken dat het slecht gaat. "De recessie is lange tijd nogal ongrijpbaar geweest en nu wordt ineens concreet waar wij voor staan", zegt Fred van Raaij, hoogleraar gedragseconomie aan de universiteit van Tilburg. Maar Balkenende en Teulings mogen die schok niet etaleren, vindt Van Raaij. Daar worden mensen onzeker van. " De uitstraling van 'wij weten het ook niet meer' is een heel verkeerde."

We praten elkaar de crisis aan, meent Van Raaij. "Het gevolg van de paniek is dat zowel het bedrijfsleven als de consument doet wat individueel het meest voor de hand ligt. Ze houden de hand op de knip en durven geen risico's te nemen. Dat is op zich begrijpelijk. maar al dat individuele gedrag bij elkaar opgeteld is fnuikend. Je krijgt de bekende selffulfilling prophecy".

In Management Team van 20 februari 2009 geeft advocaat arbeidsrecht Marcus Draaisma een aardige metafoor voor de financiële crisis: een binnenzee waarvan het waterpeil flink aan het dalen is. "Eerst worden aan de kusten de randen van de zee zichtbaar. Daarna zien we door het zakkende water steeds meer voorheen verhulde zaken aann het daglicht komen, tot we tenslotte op de bodem belanden. Daar, in die overdrachtelijke blubber, zien we tenslotte alle ellende die jarenlang verborgen is geweest, maar die de zee wel al die tijd heeft vervuild. Bij de overheid zien we nu bijvoorbeeld veel corruptiegevallen opduiken. Aanbestedingen kunnen door de crisis ineens helemaal niet doorgaan of blijken tegen veel lagere kosten te kunnen dan een corrupte ambtenaar ooit berekend heeft.. Draaisma voegt eraan toe dat ook in het bedrijfsleven vanalles komt bovendrijven, zoals boekhoudfraudes, superbeleggers die frauderen, bankiers die al te gretig speculeren. De advocaat vraagt zich ook af welke definitie raden van bestuur en raden van commissarissen hebben gegevens aan het begrip integriteit bij het regelen van absurde bonussen....

Balkenende vergeleek de op ons afstormende crisis met de Grote Depressie van de jaren dertig, zoals de Amerikanen dat al een half jaar eerder hadden gedaan. Je kon geen Amerikaans tijdschrift openslaan of de crisis van toen werd vergeleken met de crisis van nu, president Roosevelt van toen met president Obama van nu. De overeenkomsten zijn frappant én griezelig, aldus columnist Jan Paalman in DeGelderlander: "De crash van 1929 werd net als de huidige crisis veroorzaakt door onverantwoordelijke hebzucht. En met bijna dezelfde gevolgen. Van de ene dag op de andere durfden banken geen geld meer uit te lenen, werden hypotheken onbetaalbaar, verdampten miljarden dollars en lag de autoindustrie op zijn gat – net als nu. President Hoover, de Bush van toen, wilde niet ingrijpen omdat de staat het probleem zou zijn en niet de oplossing. Dit veranderde in 1932 toen Franklin Delano Roosevelt op het dieptepunt van de crisis Hoover opvolgde. Roosevelt nam resoluut de economische touwtjes in handen. Hij besteedde grote publieke projecten aan. Hij pompte geld in de economie. Liet mensen desnoods zinloos werk doen, geheel volgens het recept van de econoom John Maynard Keynes. Desnoods gaten laten graven en dan weer dichtgooien, want alles is beter dan werkloosheid. Want met dat inkomen wordt weer de fietsenmaker, de bakker en de slager betaald en die kunnen dan hun personeel weer betalen. Door geld te laten rollen, blijven mensen aan de bak. En nu zie je de regeringsleiders bijna dezelfde plannen maken. Keynes is weer de economische held van de dag en de staat neemt de economische touwtjes weer strak in handen."

Roosevelt maakte evenwel geen einde aan de economische neergang. Af en toe krabbelde de economie weer op, om dan prompt weer te duikelen. Nog in 1937, negen jaar na de crash, belandde de Amerikaanse economie alsnog in een diep dal. Uiteindelijk zou de Grote Depressie tien jaar duren. Het eerste herstel kwam door de internationale herbewapening in de late jaren dertig. De VS klommen pas definitief uit het economische zwarte gat dankzij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De oorlog bracht veel werk aan de winkel.....

Volgens Arjen van Witteloostuyn, hoogleraar institutionele economie aan de Universiteit van Utrecht, is de huidige crisis uniek. Hij geeft daarvoor een drietal redenen. Ten eerste is de aanleiding bijzonder, een bankencrisis op deze schaal is sinds de jaren '30 niet voorgekomen. Ten tweede is de wereldeconomie tegenwoordig volledig met elkaar verweven. Niet één land, maar iedereen zit in zak en as. Ten derde is de economische structuur veel flexibeler, dankzij de ICT-revolutie, waardoor deze snel kan wegglijden. De hoogleraar: "De kortetermijnshebzucht zal verdwijnen. Het kapitalistische systeem had jarenlang een grote weeffout. Reagan en Tatcher verklaarden de markt heilig en gaven privatisering en deregulering voorrang. Daarnaast ging aandeelhouderswaarde steeds meer centraal staan. Dit zorgde voor teveel vrijheid, waardoor men vooral geld ging scheppen op de korte termijn. Een economie van hebzucht dus. Zaken rond Enron en Ahold waren signalen die als rode vlag hadden moeten dienen."
Eén ding staat vast: de crisis maakte de zwakke plekken zichtbaar.

Maar een crisis heeft ook positieve kanten, vindt althans Ben Verwaayen, de succesvolle Nederlandse ceo van het Frans-Amerikaanse Alcatel-Lucent: "Als je dingen wilt veranderen, is de crisis een zegen". Zijn recept: 'Vergeet verworven rechten. Begin met een schone lei. En investeer in drie dingen: onderwijs, onderwijs en onderwijs.' Verwaayen geldt als de man die het Britse telecombedrijf niet alleen van de ondergang redde, maar - door strak en compromisloos te kiezen voor een strategie vol vernieuwing - ook weer liet opbloeien. Beroepsmatig vindt hij een crisis zelfs leuk. "Omdat je dan het vermogen hebt om datgene uit mensen te halen wat je anders niet ziet." Mijn credo, zegt Verwaayen: "Geen betere tijd dan crisistijd".

N.B.: In mijn tijd als voorlichter van het ministerie van Defensie had ik veelvuldig contact met Ben Verwaayen. Hij was toen voorzitter van de Algemene Vereniging van Nederlandse Militairen AVNM, de 'rechtse' tegenhanger van de toenmalige Vereniging van Dienstplichtige Militairen VVDM.

dinsdag 21 september 2010

Slappe knieën en opportunisme

De veelbesproken kloof tussen burger en politiek openbaart zich de laatste jaren vooral ook op het terrein van Europa. De Nederlandse bevolking zei in het referendum keihard 'nee', maar de vaderlandse regenten bleven ook na het legen van de stembussen onaangeroerd hun steven richten op méér Europa. Met zulke zelfverzekerde politici zou je mogen verwachten, dat ze ook krachtdadig optreden in tijden van crises. Maar niets is minder waar, zoals bleek na het uitbreken van de krediet- en bankenpleuris. O.a. Ierland, Griekenland en Portugal maakten er financieel een potje van voordat de ogen in Brussel eindelijk een keer open gingen en er schoorvoetend een paar vingers uit de mouw kwamen.


Politiek commentator Thomas von der Dunk pleit in de Volkskrant van 28 juni 2010 voor het einde van de Europese laat-maar-waaien-aanpak. Hij wil strenge regels voor landen èn voor banken. Geen 'laissez faire' betekent volgens hem o.a. dat de ruimte voor lidstaten om met belastingtarieven elkaar te beconcurreren drastisch moet worden beperkt. In plaats van naar belastingparadijsen moet Europa streven naar belastingsolidariteit. Volgens Von der Dunk gaat het daarbij niet om de BTW-tarieven voor kappers en soortgelijke zaken, waar Brussel zich maar al te graag tegenaan bemoeit: de kapper in Barcelona is door minder BTW echt geen oneerlijke concurrent voor zijn collega-barbier in Barendrecht. Evenmin gaat het om de ongelijkheid van het 'kwartje van Kok'. Waar het wel om gaat zijn de absurd lage belastingtarieven voor expats en multinationals. Om ze maar binnen te halen hoeven ze van de politiek veel minder aan de fiscus af te dragen dan gewone burgers en gewone bedrijven die op nationaal vlak opereren. Tegelijkertijd profiteren ze wel van de door de gewone burgers en de gewone bedrijven betaalde collectieve infrastructuur.

Von der Dunk wil, om herhaling te voorkomen, dat Europa harder optreedt en dat de schuldigen van de crisis worden gestraft, zeker na alles waar die bonusgraaicultuur toe geleid heeft. Dat zal naar het oordeel van de commentator niet makkelijk zijn, maar elke kans moet volgens hem aangegrepen worden. Het vergt een minimaal besef van rechtvaardigheid, nu de modale burger met miljarden bezuinigingen in heel Europa het gelag voor de goklust van de Madoffs en Kerviels betaalt. Het impliceert ook de bereidheid om elkaars boeven uit te leveren, zodra daarom wordt gevraagd. Wil Brussel een klein beetje steun terugwinnen bij de Europeanen, dan zal het zich honderderd keer moeten bedenken alvorens de unie opnieuw te snel en onbezonnen met nieuwe staten uit te breiden. Staten, die op papier dan wel mogen deugen, maar een cultuur kennen waar papier geduldig is en de praktijk niet zo snel aan het papier wordt aangepast.

De grote fout van Brussel is geweest, dat om allerlei geostrategische redenen landen zijn binnengelaten die feitelijk niet aan de normen van toetreding voldoen. Dat mag die nieuwe landen zelf een stukje op de goede weg hebben geholpen, maar het heeft tegelijk wel het vertrouwen van veel burgers in Europa ondermijnd. Die mogen nu voor de politieke lichtzinnigheid van hun politici en o.a. de Griekse feestvierderij boeten.

Desondanks, je gelooft het niet, dreigt een herhaling op de Balkan. Immers, Brussel wil de Serviërs, Kosovaren en Bosniërs niet teleurstellen. Slappe knieën, een ruggegraat van aardappelpuree en een onstuitbaar opportunisme, ze zijn onlosmakelijk met de Brusselse bestuurders verbonden. Maar wie op deze manier de bezwaren van de eigen burgers tegen uitbreiding terzijde schuift, speelt opnieuw met vuur.

maandag 20 september 2010

Politiek incorrect

De berichten over exhorbitante bonussen in de bankenwereld houden onveranderd aan. Kennelijk hebben de financiële jongens nog steeds niet begrepen, dat zelfs 'de politiek' hun manifeste gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en fatsoen beu is. Schaamteloos zijn ook de salarissen die worden betaald aan directeuren van zogenaamde goede doelen. Uit een onderzoek van RTL Nieuws blijkt, dat maar liefst een kwart van de 81 onderzochte organisaties de topman in 2009 meer dan 100.000 euro per jaar betaalde. De helft van de directeuren krijgt tussen de 70.000 en 100.000 euro. De hoogste bedragen worden betaald door het Rode Kruis en ontwikkelingsorganisatie SNV, respectievelijk 141.000 en 155.000 euro per jaar.

De onvrede over de zakkenvullerij heeft nu eindelijk ook het ministerie van Buitenlandse Zaken bereikt. In ieder geval heeft minister Verhagen aangekondigd een onderzoek in te willen stellen bij de organisaties die meer dan een half miljoen ontwikkelingsgeld per jaar krijgen. Volgend jaar mogen deze organisaties hun topmensen nog maximaal 124.000 euro bruto per jaar betalen. Wie meer betaalt, raakt de subsidie kwijt, dreigt de minister, nadat Kamerleden vragen hadden gesteld over de salarissen bij SNV en Rode Kruis. SP-Kamerlid Irrgang, een van de vragenstellers, is blij met het onderzoek: "Niets is zo schadelijk voor het imago van ontwikkelingshulp als de geur van megasalarissen waardoor onnodig geld aan de strijkstok blijft hangen."

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft ontwikkelingshulp veel aandacht en geld gekregen van de diverse kabinetten in Nederland. Jaarlijks maken we in ons rijke landje miljarden vrij voor ontwikkelingshulp.  Hoewel je met (een deel van) dat geld ook tal van schrijnende nationale problematieken zou kunnen aanpakken, klaagt eigenlijk niemand over deze financiële prioriteitsstelling. Maar hoe goed wordt dat geld besteed? Als we na bijna drie decennia structurele ontwikkelingshulp en een Nederlandse bijdrage van vele miljarden euro's de tussenbalans opmaken, is het beeld dieptriest. Alle miljarden uit onze belastingpot ten spijt zien we weinig verbetering in de leefomstandigheden van de inwoners van de armste landen ter wereld. Ook de opbrengsten uit acties van particuliere ‘hulporganisaties’, waarvoor de Nederlandse burger vaak diep in de buidel tast, hebben de nood niet kunnen lenigen. Is het eigenlijk niet raar dat we nauwelijks effecten van al die miljarden bespeuren? Zijn die vele miljarden dan echt een druppel op een gloeiende plaat?

De millenniumdoestellingen van de Verenigde Naties in 2000 voor de komende 15 jaar waren veelbelovend. Maar wat is ervan terechtgekomen? Afrikanen hebben nog steeds te veel wapens en te weinig water en brood. Stromend schoon water is voor weinigen weggelegd. Miljoenen mensen overal ter wereld hebben geen fatsoenlijk dak boven hun hoofd, ontelbare andere wereldburgers gaan ten onder aan schrijnende armoede en enge, dodelijke ziektes. En toch beweren we miljarden te investeren in ontwikkelingslanden. Waar blijven die miljarden? Waarom is het met onze huidige technische hulpmiddelen zo moeilijk om in kaart te brengen waar al het geld naar toe gaat?
Kortom, er zijn veel meer vragen die een antwoord van de minister behoeven? Maar wie-o-wie durft dìe vragen te stellen?

zondag 5 september 2010

De rechtsstaat getorpedeerd?

De pogingen een kabinet te formeren zullen, na het afblazen van de variant VVD-CDA met gedoogsteun van de PVV, ook de komende weken de gemoederen blijven bezighouden. Er is Nederland vaak gesproken over een kloof tussen de politiek en 'het gewone volk'. Daar wordt nu door alle politieke strubbelingen en het onvermogen een kabinet te formeren sinds de verkiezingen nieuw voedsel aan gegeven. Mark Rutte beloofde in een onbewaakt moment kort na de verkiezingen 'een nieuw kabinet binnen enkele weken'. Sindsdien zijn we echter eigenlijk alleen maar verder van huis geraakt. Terwijl de politieke partijen over het Binnenhof blijven rollebollen, vraagt Jan met de Pet zich steeds vaker af waar het nu na de verkiezingen eigenlijk om gaat: om de vorming van een regering die zo snel mogelijk in deze crisistijd het landsbelang gaat dienen òf om een prolongatie (wegens succes?) van bijna masochistische spelletjes van hijgende partijpolitici die het erg met zichzelf hebben getroffen.


Trouwens, wie na een paar weken vakantie in het buitenland de Nederlandse kranten en opiniebladen opslaat, zou denken dat hij teruggekeerd is in een dictatuur, aan de vooravond van een revolutie. Nausicaa Marbe, columniste van de Volkskrant, was vorige week één van hen. Zij is bij haar terugkeer op de nationale luchthaven hooglijk verbaasd. Termen als opstand, aanslagen, dissident, verzet en vijand van de rechtsstaat vliegen je om de oren. De rechtsstaat en de Grondwet zouden in levensgevaar zijn. Er worden comités opgericht en handtekeningacties gestart. Partijprominenten, Eerste Kamerleden, burgemeesters, links en rechts brult. Menigeen is in rep en roer om ‘het gehele Nederlandse volk’ te redden van terreur, apartheid, fascisme, racisme en ander ernstig verval.

Gezien de paniek die hieruit spreekt, zou je denken dat de ramp al heeft plaatsgevonden. Was het rechtse regeerakkoord al in kannen en kruiken, met als thema de torpedering van de rechtsstaat? Is er wekenlang geformeerd over afschaffing van de vrije verkiezingen, vrije pers, de onafhankelijke rechtspraak? Wordt de Grondwet vervangen door oekazes en noodwetten van het despotische triumviraat Mark, Maxime en Geert?

Welnee, het ging en gaat om Wilders, om z’n nabije geur. Hij blijkt keer op keer de inspiratiebron voor politiek-alarmistische horrorfictie. In plaats van de feiten af te wachten, in plaats van de democratische coalitievorming in een rechtsstaat (daar ging het toch om?) te respecteren, gaan (ex)politici alvast doen wat ze ‘splijtzwam’ Wilders verwijten: angst aanjagen, rampenscenario’s produceren, speculeren, stoken, stemming maken, verdeeldheid zaaien.

Ageren de anti-Wildersalarmisten werkelijk in naam van de rechtsstaat? Kom nou, zegt Nausicaa Marbe. Als de rechtsstaat zo zwak zou zijn dat hij de gedoogsteun van de PVV niet zou overleven, dan was hij allang ziek, dan was er allang reden tot paniek. Maar daar hebben we de alarmisten van nu nooit over gehoord.