Is er nog toekomst voor de geplaagde euro? Het onderwerp is na alle dramatische ontwikkelingen van de afgelopen maanden allang geen taboe meer. Het afgelopen weekeinde kwam het item in diverse radio- en tv-programma's en andere media uitgebreid aan de orde. Als de Europese regeringsleiders eind deze maand weer aan de vergadertafel schuiven, moet duidelijk worden welke stappen zij verder kunnen en vooral ook willen zetten om de euro te redden. Er liggen grote hindernissen op hun pad, zoals het opgeven van soevereiniteit, de wil eigen banken te sparen en de kwestie of er wel of niet euro-obligaties moeten worden ingevoerd.
Het schrappen van de euro zou Europa in 'de moeder van alle crises' storten, zo denkt de Amerikaanse econoom Eichengreen. Oud-minister en huidig ABNAmro-bankier Gerrit Zalm moet er ook niet aan denken. Hij is een van de velen die openlijk gruwt bij de gedachte aan het opheffen van de eenheidsmunt. De gevolgen zouden de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw overstijgen, voorziet de liberale eurofan. De Rotterdamse hoogleraar monetaire economie Casper de Vries (Trouw, 5 september 2011) haalt echter zijn schouders op bij alle geschetste dramatische gevolgen. "Het zijn angstverhalen. Maar ik snap het wel. Veel mensen hebben hun leven verkocht aan de euro. En opeens gaat het feestje niet door." Als hij het voor het zeggen zou hebben in Europa, geven landen een deel van hun soevereiniteit op, komt er meer Europese integratie en Europees toezicht op de banken. Maar die uitkomst van de komende beraadslagingen lijkt op dit moment niet erg reƫel. Daardoor nadert het moment dichterbij, dat doormodderen meer gaat kosten dan het opbreken van de muntunie.
Omdat een land niet uit de muntunie gezet kan worden en Griekenland niet vrijwillig de euro zal opgeven, zouden juist de sterke landen kunnen besluiten eruit te stappen, opperde vorige week een Duitse ondernemer in de Financial Times. Duitsland en Nederland bijvoorbeeld. Finland, Oostenrijk, Luxemburg en misschien Frankrijk. Die landen kunnen dan een eigen munt beginnen of hun valuta aan elkaar koppelen, zoals Duitsland en Nederland lang deden.
Professor De Vries is nuchter over de gevolgen van zo'n dramatische stap: "Er is even grote rotzooi. De export uit de noordelijke landen zal een knauw krijgen, omdat die munt sterker zal worden dan de zuidelijke. De banken die veel staatsobligaties van zuidelijke landen hebben, zullen gesteund moeten worden. Centrale banken hebben kapitaalinjecties nodig. Er zal een korte krach zijn. Pensioenfondsen en verzekeraars verliezen geld. De staatsschuld zal eerst weer oplopen. Maar de zuidelijke landen worden juist concurrerender omdat de koers van hun munt relatief zakt. Daardoor kunnen ze makkelijker uit de recessie groeien en de schuldenberg verkleinen. "Als het Zuiden weer groeit, heeft het Noorden daar uiteindelijk ook meer aan. En in de nieuwe munt zal heel snel meer vertrouwen zijn dan in de oude euro."