maandag 30 augustus 2010

Gouden bergen

Ik las vandaag op een internet-beurssite een aardige reactie van beurskenner Nico A. Inberg over een discussie de afgelopen week in het Financieele Dagblad. Een columnist had het hele gilde van beursanalisten weggezet als 'een grote grap', daarmee aangevend dat deze beroepsgroep op z'n minst niet serieus genomen hoeft te worden. Volgens Inberg kun je beursbewegingen niet voorspellen. Daar komt volgens hem bij, dat op internet veel analisten actief zijn die puur en alleen om leden te winnen stoere uitspraken doen over hoeveel zij verdienen. Volgens Inberg zijn zij echter nauwelijks op een goed advies te betrappen. Inberg vindt het eigenlijk allemaal wel logisch: "Als jij echt weet waar die pot met goud staat, dan ga je dat niet aan iemand anders vertellen, maar haal je 'm zelf leeg. Een goede analist kent zijn beperkingen. Veel is gewoon niet te voorspellen."

Ik heb op deze plek en via andere media vaker op het vestje van zogenaamde beursgoeroes gespuugd. Het zijn meestal een soort Pietje Paulusma's die met een natte vinger in de lucht melden of het waait en die voorspellen dat er regen komt als de hemel inmiddels met donderwolken is dichtgelopen en de eerste spatten vallen. Op de heel, heel korte termijn willen ze nog wel eens scoren, maar meestal gaan ze nat. Vaak komen ze er zelf goed mee weg, omdat ze hun misser, dank zij de hedendaagse snelle media, vrijwel à la minute kunnen verstoppen achter een nieuwe voorspelling. Zo houden niet alleen de meteorologische Paulusma's maar ook hun soortgenoten op het beurstoneel zich staande. En zelfs meer dan dat, want er is goed geld mee te verdienen. Niet voor niets wemelt het op internet van de goeroes die u tegen harde munt precies kunnen vertellen hoe u uw centjes het beste kunt beleggen.

Er zijn ongetwijfeld ook analisten die wel verstand van zaken hebben en een bewezen goede kijk op de markt. Een paar jaar geleden dacht ik er een gevonden te hebben in de persoon van een drs. die koketteert met zijn academische graad en die in ronkende teksten reclame maakt voor zijn succesvolle beleggingstips. Ik besloot mij tegen betaling van een redelijk fors abonnementsgeld onder de volgers van zijn zgn. Alertportefeuille te scharen. 'Beleggen op wetenschappelijke basis, succes verzekerd', dat leek me een aardig vertrekpunt naar een leuk zakcentje. Zeker als je als amateur zonder academische graad jarenlang maar wat hebt aangemodderd.

Al na een paar maanden echter verschrompelde mijn optimisme, omdat alle 'wetenschappelijke' adviezen tot dat moment slechts verlies hadden opgeleverd. Na nog een paar missers heb ik zijn adviezen daarna gelaten voor wat ze zijn, ondanks het feit dat mijn abonnement pas expireert zodra ik een winst van 300% op mijn startkapitaal van 20.000 euro heb gescoord. Gelukkig, zucht, heb ik afgehaakt. Want de verliesgevende tips gingen maar door. Collega-abonnees die tegelijk zijn ingestapt maar onverdroten de tips zijn blijven volgen, zijn onderhand bijna de helft van hun startkapitaal van twintig mille kwijt. Misschien blijven zij hoop koesteren op betere tijden en meer succesvolle adviezen. Maar met een gedecimeerd kapitaal duurt het waarschijnlijk heel lang voor je daarmee die 300% op de inleg van 20 mille hebt gescoord.

Hoewel ik dus niet meer mee doe met onze drs., blijf ik - ik ben immers nog steeds abonnee- wel zijn aan- en verkooptips ontvangen. Daardoor weet ik, dat zijn resultatenrekening na anderhalf jaar imponerender dan ooit wordt gekleurd door rode cijfers. De resultatenlijn van de portfeuille loopt ook nu nog in een strakke diagonaal naar beneden, met hier en daar een incidentele positieve uitschieter. Eén ding is er wel veranderd: in de periodieke beursbulletins van de drs. wordt zijn zo 'succesvolle' Alertportefeuille niet langer genoemd. In plaats daarvan werft onze academische goeroe nu voor een gloednieuwe portefeuille die ......jawel .... dank zij zijn wetenschappelijke beleggingsadviezen gegarandeerd gouden bergen oplevert. Het kost je een flinke abonnementsduit, bij vooruitbetaling te voldoen a.u.b., maar je zou een dief zijn van je eigen portemonnee als je niet met hem in zee zou gaan.... De houders van een abonnement op de oude Alertportefeuille hebben die uitnodigende, haast onweerstaanbare slogan eerder gehoord. Nu hikken zij aan tegen pijnlijke verliezen. Met de wetenschap van nu, zoals dat tegenwoordig in excuusjargon heet, waren zij indertijd graag een dief van hun eigen beurs geweest. Berouw komt altijd na de zonde. En misschien kun je daarom met de wetenschap van vandaag maar beter niet wetenschappelijk gaan beleggen.

Grensoverschrijdende samenwerking

Als inwoner van een grensplaats sta je dicht bij de problemen (en soms ook voordelen) die de directe nabijheid van een rijksgrens met zich mee kan brengen. Je kent de problematiek uit eigen ervaring of waarneming en je bent ontvankelijker, al dan niet uit praktische overwegingen, voor het zoeken van oplossingen. Ik moest daaraan denken toen ik hoorde dat drs. Wim T. van Gelder in 2009 door het kabinet was benoemd tot 'grensmakelaar'. Van Gelder, afkomstig uit de Achterhoek, was van 1992-2007 Commissaris van de Koningin in Zeeland en daarvoor lid van Gedeputeerde Staten in Noord-Holland. In die laatste hoedanigheid maakte ik in de jaren tachtig kennis met hem tijdens een bezoek aan het Nationaal Landschap Waterland. Later ontmoetten we elkaar in een forum en toen hij zich, aan de vooravond van zijn pensionering, als kandidaat meldde voor de aankoop van mijn woonboerderij. Die koop ging niet door, maar Van Gelder vestigde zich wel in Winterswijk. Hij nam zijn intrek in een boerderij in een belendende buurtschap, hemelsbreed op 2 km van mijn woonstek en zo'n 4 km van de Nederlands-Duitse grens. Dat laatste is enigermate relevant, omdat de 'grensbewoner' Van Gelder, werd aangesteld als voorzitter van de ‘Taskforce Grensoverschrijdende Samenwerking’. Als ‘grensmakelaar’ werd hij belast met de aanpak van de belangrijkste knelpunten in de grensstreek.
Als geboren en getogen Achterhoeker weet ik wat de grens als scheidsmuur tussen mensen voor betekenis kan hebben. In mijn hoedanigheid als voorlichter van de gemeente Winterswijk en cum annexis als pr-medewerker van het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Euregio heb ik mezelf in de periode 1977-2000 intensief beziggehouden met grensoverschrijdende contacten. Samen met o.a. Hans van der Werf, toenmalig EG-redacteur van het NOS-journaal in Brussel, heb ik enkele jaren een Nederlands-Duitse uitgave geredigeerd waarin typische problemen op het terrein van grensoverschrijdende contacten onder de loep werden genomen. Daarnaast heb ik me, enthousiast gestimuleerd door Winterswijks toenmalige burgemeester Cor de Vries, de Regierungspräsident in Munster, de Kreisdirektor in Borken, achtereenvolgende burgemeesters van Bocholt en de Euregiosecretarissen Wim van Geffen en Jens Gabbe, ingezet voor het propageren van de Duits-Nederlandse contacten en samenwerking èn voor het propageren van een Europa zonder binnengrenzen. In die periode werkte ik jarenlang samen met mijn Duitse collega-Pressereferent Manfred Dammeier uit Bocholt. Samen hebben we talloze lezingen gehouden aan weerszijden van de grens, colleges gegeven op het Europa Instituut in Bocholt en het Bundesverwaltungsinstitut in Bonn, publicaties verzorgd in het Duits en Nederlands voor diverse doelgroepen. We organiseerden gezamenlijk culturele en sportieve uitwisselingen tussen verenigingen en organisaties, contactbijeenkomsten van Nederlandse en Duitse ondernemers, werkconferenties van Winterswijkse en Bocholtse ambtenaren, politie- en brandweerfunctionarissen en ziekenhuismanagers. Kortom, de 'grens' was niet alleen voor mij als bewoner maar ook in mijn werk een substantieel onderdeel van mijn dagelijkse leven.
Wim van Gelder kijkt een jaar na zijn aanstelling, in een interview op Duitslandweb, augustus 2010, terug op zijn ervaringen als grensmakelaar. Veel problemen in de hedendaagse contacten tussen Nederland en Duitsland ontstaan volgens hem doordat beide landen Europese richtlijnen anders implementeren. Van Gelder: “Mijn advies is dan: ga eens buurten over de grens.” Volgens Van Gelder kijken lokale overheden te vaak eerst naar Den Haag als er problemen met een buurland zijn. “Het duurde even voordat de grensregio’s zich realiseerden dat ambtenaren in Den Haag niet slimmer zijn. Het grote winstpunt van het afgelopen jaar is dat de regio’s nu weten dat ze problemen zelf kunnen oplossen.” Volgens Van Gelder hebben de grensregio’s het gevoel dat er dingen verbeterd zijn. "Maar ze moeten meer een vuist maken tegenover Den Haag. Daar staat tegenover dat Den Haag nu eens in de drie weken overlegt met de regio’s.
In de samenwerking tussen grensregio’s blijven cultuurverschillen volgens Van Gelder vaak onderbelicht. “De Europese Unie probeert de grenzen te slopen maar in de beleving van mensen is de grens nog heel sterk aanwezig.” Culturele uitwisseling kan de angst voor het vreemde wegnemen. Goede contacten zijn ook gebaat bij kennis van elkaars taal, vindt Van Gelder. Hij is erg blij met het project ‘buurttaalonderwijs’. Nederlandse basisschoolleerlingen krijgen Duits op school, Duitse kinderen leren Nederlands. De kinderen gaan ook een weekend aan de andere kant van de grens logeren.

Mijn conclusie bij het lezen van de ervaringen van de grensmakelaar: er zit vooruitgang in de Duits-Nederlandse samenwerking en contacten. Maar als we heel eerlijk zijn moeten we, alle inspanningen ten spijt, toegeven dat de grensoverschrijdende contacten en samenwerking, op grensbewonersniveau, in drie decennia weinig zijn opgeschoten. Natuurlijk, we doen gemakkelijk boodschappen over de grens, we recreëren er, we kopen er soms een woning. Maar toch gaapt er onveranderd een kloof, die zich echt doet gevoelen als er wetten, regelgeving, verzekeringen e.d. in het geding zijn. Niettemin is Van Gelder enthousiast over de resultaten: “Ik had niet verwacht dat er zoveel zou lukken maar er zijn nu op allerlei terreinen bilaterale contacten: ziekenhuizen, natuurbeheerders, politie en brandweer aan weerszijden van de grens overleggen nu meer met elkaar. Ook de onderwijssector heeft vooruitgang geboekt. Als gevolg van intensieve samenwerking erkennen Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen sinds juni 2010 elkaars diploma’s."

In het Nederlands-Duitse grensgebied staan we niet meer met de ruggen tegen elkaar, zoals tijdens en in de eerste jaren na de oorlog. We kijken elkaar nu in de ogen, we communiceren met elkaar en heel voorzichtig doen we in zakelijke contacten net of er geen grenzen (meer) zijn. Met een onveranderd enthousiasme zijn we over 30 jaar misschien wéér een stukje opgeschoten.

vrijdag 27 augustus 2010

Royale communicatie

Als er over je eigen professie wordt gerept in de media, valt je dat natuurlijk extra op. Zo ook, eind vorig jaar, het bericht dat kroonprins Willem-Alexander problemen ondervindt in de publieke opinie met zijn grote vastgoedproject in Mozambique. Hij kondigde aan drie communicatie-adviseurs te willen inhuren om 'orde op zaken te stellen' in de berichtgeving aan zijn onderdanen. Hè, orde op zaken stellen? Als ik de materie en de daaruit voortvloeiende golf van publiciteit goed begrepen heb, was het waarschijnlijk meer de bedoeling recht te praten wat krom is. Wanneer je met een aantal puissant rijke mensen op een schitterend schiereiland in Afrika een van de rest van de wereld geïsoleerd super-de-luxe bungalowproject wilt creëren, valt daar weinig aan te communiceren richting bevolking. Wat de prins doet, lijkt meer op het paard achter de wagen spannen. Het is op zijn zachtst gezegd uiterst dubieus je koninklijke miljoenen opzichtig te spenderen in zo'n protserig project in superarm donker Afrika. Onze toekomstige kroondrager had, lijkt me, natuurlijk nooit in een dergelijk vastgoedproject moeten stappen. Een normaal iemand voelt zoiets, denk ik, op zijn Hollandse boerenklompen aan. Maar nu dat kennelijk niet het geval is, had een communicatieadviseur dàt aan hem moeten vertellen. Volgens mij is het niet zo dat wij onderdanen de prins niet begrijpen, hij begrijpt de Nederlandse burgers niet. Dat hebben we eerder meegemaakt.

Zo bezochten de kroonprins en Máxima Antarctica, een van de meest kwetsbare natuurgebieden op aarde. Ze gingen er naartoe om zich op de hoogte te stellen van het Nederlandse wetenschappelijke poolonderzoek. Alleen ... er waren op dat moment op Antarctica helemaal geen Nederlandse wetenschappers, die het koninklijke gezelschap zouden kunnen bijpraten. In de media zagen we plaatjes van prins, prinses en een reisgrage vaderlandse minister die zich zichtbaar vermaakten met afdalingen in ijsspelonken en het bekijken van wilde dieren. Daarmee vroegen ze aandacht voor het milieu, vertelden ze. Zoals ze nu, met privéstranden van honderden meters lang en huizen met slaapkamers van 350 vierkante meter, aandacht vragen voor de armoede in Mozambique. Dàt moeten drie communicatie-adviseurs ons uitleggen. Een boeiend en veelzijdig vak, communicatieadviseur. Dat weet ik uit eigen ervaring. Maar een dergelijke royale dimensie heb ik in mijn jarenlange loopbaan nooit aan mijn curriculum vitae kunnen toevoegen. Ik vraag me af of ik daar rouwig om moet zijn.

Uitverkoop Nederlandse bedrijven

De afgelopen tien jaar is een groot aantal gezichtsbepalende Nederlandse ondernemingen verkocht aan buitenlandse kopers (bijv. ABN Amro, Essent, Nuon, een groot deel van het Nederlandse stads- en streekvervoer).Opvallend is dat deze uitverkoop bij de verschillende coalitiekabinetten en de top van het bedrijfsleven weinig weerstand heeft opgeroepen. Waarschuwingen kwamen er wel van de kant van de vakbeweging, die wees op de gevaren voor de toekomstige werkgelegenheid. De zorgeloze houding over de verkoop is vooral ingegeven door de dominante opvatting, dat vrijhandel goed is voor Nederland en dat we daarom vooral internationaal moeten denken en handelen.

In zijn boek ‘De Wij-economie’ (2009) stelt oud-minister en internetondernemer Willem Vermeend vast, dat veel verkopen niet in het belang waren van de continuïteit van de onderneming en de werknemers, maar dat er sprake was van mismanagement en de verkoop vooral werd ingegeven door de belangen van aandeelhouders, topmanagers, adviseurs en banken, die gigantische bedragen verdienden met de verkoop. Ook bij kopers ging het vaak om snel geld verdienen door het overgenomen bedrijf kaal te plukken of op te splitsen (bijv. uitgeverij PCM die gekocht werd door de Britse investeringsmaatschappij Apax. Daarnaast werd volgens Vermeend door opkopers, veelal private equityfondsen, gebruik gemaakt van financieringsconstructies die ten laste kwamen van de Nederlandse schatkist. Oud-minister Joop Wijn van Economische Zaken durfde het aan om de aanduiding ‘aasgieren’ te gebruiken voor bepaalde internationale opkoopfondsen die bedrijven kochten om snel hoge winsten te realiseren. Maar hij werd door zijn collega’s in het kabinet en door de top van het bedrijfsleven weggehoond. Wie vraagtekens zet bij dit soort verkopen werd weggezet als naïef, ouderwets, chauvinistisch of nationalistisch. Door de economische crisis is er weliswaar een kentering in het denken gekomen, maar die heeft nog niet geleid tot een adequate politieke reactie.

Diverse opiniepeilingen hebben de laatste jaren uitgewezen, dat ook een grote meerderheid van de Nederlandse bevolking zich zorgen maakt over de verkoop van grote bedrijven aan het buitenland. Alle kritiek werd echter weggewuifd en gesmoord met begeleidende teksten als ‘We zijn een internationaal land, het past bij onze open economie’; en ‘Maatregelen tegen overnames schaden onze economie en het beursklimaat’.

Feit is wel, dat grote buitenlandse overnames grote strategische gevolgen kunnen hebben. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld als gevolg van de overname van Essent en Nuon nauwelijks nog invloed op energieleveranties. Het zou verstandig zijn ook oog te hebben voor de schaduwkanten van deze ontwikkelingen voor de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse economie en werkgelegenheid. Het heilig geloof in de zegeningen van de markt is ook van invloed geweest op de kritiekloze houding van de Nederlandse politiek en de top van het nationale bedrijfsleven tegenover de buitenlandse overnames. Willem Vermeend noemt de opstelling van met name de CDA- en PvdA-fractie in de Tweede Kamer die naar zijn oordeel NUON en Essent voor Nederland hadden kunnen behouden “een gigantische politieke blunder die zeker in de politieke geschiedenisboekjes terecht zal komen”.

Vermeend concludeert in zijn boek: “Nederland heeft een aansprekende visie voor de toekomst nodig. Een toekomst die in de samenleving enthousiasme oproept en breed wordt gedragen. Een welvarend Nederland voor iedereen, dat internationaal vooroploopt met een sterke nieuwe economie, de groene economie. Maar een nieuwe economie is niet voldoende. We moeten naar een eerherstel van normen en waarden, naar fatsoen, naar ethiek in de samenleving en terug naar ouderwetse solidariteit. Weg met de IK-cultuur, weg met de financiële hebzucht, het casinokapitalisme, de exorbitante bonussen en het snelle geld verdienen. Deze aanpassingen vragen ook om een mentaliteitsverandering, zowel bij overheid en burgers als bij het bedrijfsleven. De IK-economie, de IK-samenleving is met de crisis ten onder gegaan. Alleen met de WIJ-eonomie kunnen we Nederland de komende decennia welvarend houden”.

Ik kan me wel vinden in de visionaire stellingname van Vermeend, toch niet de eerste de beste sociaal-democraat. Verbazingwekkend is de enorme kloof tussen zijn visie en het denken, doen en laten van het apathische Kabinet-Balkenende IV en de coalitiepartijen CDA, PvdA (inmiddels uitgetreden) en CU in de Kamer. Zij wekken regelmatig de indruk dat zij leven in een andere werkelijkheid dan die van het ‘gewone’ Nederlandse volk. De wereld na de crisis vraagt niet alleen om een ander overheidsbeleid maar ook om een mentaliteitsverandering. Met de huidige Ikke-ikke-ikke-mentaliteit gaan we het niet redden.

De wereld is in 2008 en daarna niet alleen getroffen door een zware economische crisis, maar wordt ook geconfronteerd met gigantische vraagstukken als de klimaatcrisis (de opwarming van de aarde) en de energiecrisis (opraken van duurder worden van fossiele brandstoffen). Ook om andere redenen is het onwaarschijnlijk, dat de vrije markt weer in al zijn glorie zal terugkeren. De crisis heeft ons aan het denken gezet over de hebzucht, het grote graaien, het egocentrisch denken en de protserige uitwassen van het ego-kapitalisme. Miljoenen mensen hebben niet alleen hun baan verloren maar zijn ook hun spaargeld kwijt. Daarnaast zijn er talloze bedrijven failliet gegaan. Deze feiten vragen om een duidelijke visie op de toekomst en een krachtdadig bestuur. Als ik Balkenende en (tot zijn aftreden) Wouter Bos op de tv zie weifelen en twijfelen, als ik zie hoe ze onverdroten de kool, de geit en de lieve vrede willen sparen, vraag ik me af of we daar met deze Nederlandse regering ooit aan toe komen.

Pensioenen

Er is, voor de zoveelste keer binnen betrekkelijk korte tijd, weer eens onrust over onze pensioenen. Jarenlang hebben politici en pensioenfondsbestuurders ons een rotsvast vertrouwen in een waardevaste pensioen aangepraat. Dat vertrouwen hield lange tijd stand, maar na de laatste financiële en economische crisis kelderde het met imponerende vaart. Volgens de pensioenbestuurders is de rente recent sterk gedaald en werkt dit door in een (te) lage dekkingsgraad. Dat kan zo zijn, maar wie garandeert dat de rente weer omhoog gaat? Die zou wel eens langdurig laag kunnen blijven. Het einde van de economische crisis lijkt nog lang niet in zicht. Trouwens, ook na de vorige wereldwijde crash duurde het 15 jaar èn een wereldoorlog voordat de economie weer aantrok! De pensioenfondsbestuurders maken nòg een kapitale blunder door uit te gaan van een beleggingsrendement dat aanzienlijk hoger is dan wat experts realistisch achten. Het is onmogelijk voor de komende decennia rentestanden en aandelenrendementen te prognotiseren. Daardoor is onze pensioenvoorziening met grote onzekerheden omgeven. Een spijkerhard pensioen is vooral een heel duur pensioen. De vraag is nu of we doorgaan met financieel scherp voor de wind te zeilen of dat we gaan rekenen met structureel lagere rentes en rendementen? De keuze heeft direct gevolgen voor de verdeling van de pensioenkosten tussen generaties. Blijken we achteraf te zuinig, dan betaalt de huidige generatie ouderen de rekening. Zijn we te optimistisch, dan betalen de jongeren de prijs.
Het is een ingewikkelde discussie, die samen met alle belanghebbenden en niet in een elitaire entiteit moet worden gevoerd. Op dit moment hebben de zogenaamde sociale partners alle touwtjes in handen. Ik vind, dat naast de gepensioneerden ook de jongeren, de actieve beroepsbevolking waarvan het overgrote deel niet is aangesloten bij een vakbond, moeten meepraten. Alleen door alle belanghebbenden bij de discussie te betrekken, kan het geschade vertrouwen in het pensioenstelsel weer op peil gebracht worden. Dat vertrouwen kan nog wat extra worden opgekrikt door een ander benoemingsbeleid van ceo's en cfo's bij de pensioenfondsen. Tot nog toe lijkt het usance de leiding in handen te geven van grijpgrage, min of meer afgedankte mastodonten uit de politieke wereld. Vooral mijn eigen ABP heeft daar een handje van. Met griezelige grofgeldjagers uit de old-boyskliek achter de tafel als Brinkman, Nijpels en Borghouts die stilletjes met een dikke bonus achter de coulissen verdwijnen als er aan hun bekwaamheid en/of integriteit wordt getwijfeld, schoffeer je alle pensioenbetalende en -genietende ambtenaren. De geloofwaardigheid van de pensioenfondsen zou er mee gediend zijn als de leiding in handen kwam van echte deskundigen en niet langer de speeltuin zou zijn van vaak onbekwame, maar nog o zo geile, receptietijgerende oud-politici die met minimale inspanning hun banksaldo verder willen opvoeren.

Brulkikker

De Nederlandse televisie leeft bij de gratie van jury’s. Vooral bij de commerciële omroepen kunnen ze er wat van. Wie denkt dat hij aardig kan zingen, goochelen of bierkratjes stapelen kan zich aanmelden bij cameratribunalen, om vervolgens keihard te worden uitgelachen door juryleden, die vóór hun jurybestaan zelf nooit enige deuk in een pakje boter hebben weten te slaan. Of had u vroeger weleens van Henkjan Smits gehoord?


De competitie in Sterren op het doek is van geheel andere aard. Drie schilders maken een portret van een hoofdpersoon, die tijdens het poseren wordt geïnterviewd door Hanneke Groenteman. Het schilderij dat het meest bij de geïnterviewde in de smaak valt, mag mee naar huis. Jammer alleen dat het programma hinderlijk wordt gesponsord door de Bankgiroloterij. Middenin het programma duikt opeens brulkikkerend leeghoofd Ron Brandsteder op om een cheque van 100.000 euro te overhandigen aan een deelnemer van de loterij. Bizar dat zoiets mag bij een publieke omroep.

dinsdag 17 augustus 2010

Technische analyse

Waarom laten beleggers zich toch elke keer weer ‘gek’ maken door bepaalde goeroes en schakelen ze hun eigen rationele denken uit ? Wessel Aslander van Wallstreetweb weet het antwoord: luiheid. Volgens de beursanalyticus lopen nog steeds hele horden achter de betweters van het beurstoneel aan. Aslander waarschuwt: "Trap toch niet elke keer opnieuw in dat ‘spelletje’; dat kost u elke keer heel veel geld!"


Net als Aslander moet ik, zoals bekend, over het algemeen ook weinig van goeroes hebben. Ze kloppen arglistig geld uit je zak met irrationeel gelul en opportunistische prietpraat over de markt en met soms ronduit misleidende informatie over hun eigen prestaties en resultaten. Wat dat betreft kan ik me helemaal in Aslander vinden. Hij beweert ook, dat er met emotie op de beurs amper of geen geld valt te verdienen. Emotie is volgens hem een zeer slechte raadgever "omdat de meeste beleggers dan hun ‘ingevingen’ of wantrouwen achterna lopen, meestal met plezier gestimuleerd door genoemde partijen. Die maken daar graag gebruik (of zo u wilt ‘misbruik’) van en proberen de situatie naar hun hand te zetten. En dat lukt ze, zeker in de fase van herstel na een zware tik, hartstikke goed ! Oftewel: de meeste beleggers lopen het liefste een bepaalde partij ‘achterna’ omdat ze zélf niet willen nadenken over ontwikkelingen. En als het fout gaat kunnen ze die partij ‘de schuld’ geven van het falen, zodat ze zélf ‘buiten schot’ blijven."

Volgens Aslander mag zo'n aanpak psychologisch weliswaar ‘goed’ voelen, maar is deze vanuit beleggingstechnisch oogpunt erg dom: "Want het kost u veel geld en/of rendement, terwijl u niets had verloren of zelfs had gewonnen door zélf na te blijven denken."

Vanuit mijn persoonlijke optiek past hier een kanttekening. Ik loop weliswaar niet achter goeroes aan, ik handel wèl vaak uit emoties en opportunistische overwegingen. Wees wel: als het mij onder de streep geen succes had opgeleverd, had ik natuurlijk allang met die benadering gekapt. Misschien dat Aslander mijn aanpak een beetje kan billijken als ik erbij vertel dat ik me in eerste instantie altijd laat leiden door technische analyse, in de ogen van Aslander een beproefde weg: "Er is maar 1 techniek die vrijwel alles op de beurs ‘vangt’: Technische Analyse. Simpelweg omdat zij geen enkel oordeel velt over een bepaalde situatie, maar slechts de trend in beeld brengt. Neutraler, eerlijker en duidelijker kan het niet, omdat elke emotie en voorkeur wordt uitgeschakeld en semi-wetenschappelijk naar de beurs wordt gekeken."

Ik ben het oneens met de analyticus, dat zo'n (semi)wetenschappelijke benadering per definitie ‘neutraal’ is, omdat de factor emotie geheel wordt uitgeschakeld. In mijn visie is de hele beurshandel voor een groot deel emotie. Alle emoties bij elkaar, gebundeld in de dagelijkse handel op de beursvloer, leiden tot een trend. Ik kijk naar die trend, denk er over na (zoals Aslander graag wil!) en voeg er vervolgens mijn eigen gevoelens aan toe. Juist die gevoelens (en emoties) zijn voor mij uiteindelijk doorslaggevend voor de vraag of ik een order wel of niet plaats.

Excessieve zelfverrijking

Met de regelmaat van de klok komen dienaren van de publieke zaak in het nieuws vanwege excessieve beloningen, bonussen, gouden handdrukken, wachtgelden en creatieve regelingen. Soms gaan deze excessen hand in hand met wanprestaties. Econoom Arnold Heertje geeft daar in een column op RTLZ een paar 'aardige' voorbeelden van. Voorbeelden die in het verleden door de toenmalige minister-president Wim Kok (inmiddels zelf een lui leven lijdend en genietend van rijkelijke beloningen voor commissariaten) moeiteloos onder diens eigen kwalificatie 'excessieve zelfverrijking' zouden zijn gerubriceerd.
Heertje: De laatste dagen kwamen voorbij de woningcorporaties met de topman van Aedes, Marc Calon, die in Groningen verwikkeld is in fraude dossiers over Meerstad en de blauwe Stad. Johan van Praet was directeur van de Zorgstichting Aveleijn. Hij is ontslagen wegens een onrechtmatige hypotheek, verstrekt uit AWBZ-gelden. In zijn Raad van Toezicht zat Netty Nieuwboer, oud-burgemeester van Losser, die daar vervroegd is vertrokken vanwege een landbouwshow met een gouden handdruk van € 200.000. Vandaar dat Van Praet is weggestuurd met een gouden handdruk van ruim € 500.000. Marja van Goudswaard is als directeur van het Centraal Administratiekantoor, CAK wegens wanprestatie ontslagen. Haar wachtgeld wordt tot 2017 aangevuld tot minimaal 80 % van haar wedde op de dag van ontslag. Ook deze onrechtmatige vergoeding gaat uit de AWBZ-gelden. Jan Wieten is wethouder van de gemeente Kampen. Hij is nu parttime gaan werken op basis van 75 %.
De burger veronderstelt een versobering van 25 %, maar dat is niet zo. Volgens de Volkskrant wordt er voor 25 % een beroep gedaan op wachtgeld. Misschien een vergissing omdat het wachtgeld maximaal 80 % van het salaris is en dan gaat het om 5 %. Het blijft een bedenkelijk arrangement dat je als sociaal-democraat niet zou moeten willen. Frank Luycks, wethouder in Hoogeveen denkt daar anders over. Hij laat zich ook compenseren uit de wachtgeldregeling met het argument dat hij gewoon gebruik maakt van de regels en bovendien 70 uur per week werkt. Voor het kabinet-Rutte-Verhagen liggen de bezuinigingen voor het oprapen.

Hoe zou het trouwens gaan met onze gewezen minister van Financiën Wouter Bos? Ook hij geniet een riant wachtgeld, aangevuld met wat losse centen uit commissariaten en andere onduidelijke bezigheden. Spelend in de zandbak met zijn koters zal hij gniffelend terugdenken aan het moment waarop hij met zijn PvdA-smaldeel op hypocriete gronden uit het kabinet-Balkenende-4 stapte. Voor hem, stilletjes uiteraard, een glorierijk moment, omdat hij vanaf dat moment gevrijwaard zou zijn van het afleggen van verantwoordelijkheid voor zijn falende aanpak van de financieel-economische crisis. Zijn enige zorgen zijn nog de poepluiers. Maar met een jaarlijkse handreiking van de Nederlandse burgerij van enkele tonnen uit de belastingpot wordt die klus draaglijk. Bovendien is er voor de nabije toekomst het perspectief van een dikke baan als president-directeur van de Nederlandse Bank. Die loper kon nog net worden uitgelegd voor het landsbelang moest worden ingeruild voor de schone taak van huisman.

maandag 9 augustus 2010

Eigenwijs beleggen

Beleggen als hobby

Sinds het begin van de jaren tachtig ben ik actief als belegger. In de beginperiode heb ik voornamelijk belegd in 'veilige' beleggingsfondsen. Beleggen als hobbymatige nevenactiviteit is echter pas een liefhebberij, vind ik, als ze ook wat leven in de brouwerij brengt. Ik kwam er heel snel achter, dat beleggen in fondsen niet alleen duur, maar ook verschrikkelijk saai is. Kijken naar het groeien van gras levert meer vertier op dan je geld stoppen in beleggingsfondsen.
Het zal met mijn karakter te maken hebben: ik hou van 'beweging in de tent' en word onrustig van inactiviteit. Bovendien was de opbrengst van het fondsbeleggen onder de streep, na aftrek van de beheerskosten, ook niet om enthousiast van te worden. Geleidelijk heb ik een wat actievere beleggingskoers ingeslagen, die een paar jaar geleden is uitgemond in een dagelijkse handel in aandelen, opties en turbo's.

Er is in mijn aanpak de laatste jaren nog meer veranderd. Veel minder dan vroeger besteed ik tegenwoordig tijd aan alles wat over de (kansen op de) aandelenmarkten geschreven wordt. Natuurlijk volg ik het relevante nieuws, nationaal en internationaal, op de voet. Favoriete informanten zijn RTLZ, BNR, Beurs.nl, DFT en CNBC. Diverse analisten op beurspagina IEX.nl sla ik echter over, òf omdat ze voor mij niet relevant zijn, òf omdat ze hun betalende abonnees naar de mond (portemonnee) schrijven òf omdat ze bij herhaling aantoonbare lariekoek verkondigen.

Er zijn in Nederland nogal wat beursanalisten en adviseurs die met het geven van beleggingstips tegen forse betaling hun dagelijkse boterham verdienen. Ik ben ook een paar keer bezweken voor hun verleidelijke aanbieding om snel rijk te worden. Ik heb echter net als veel anderen leergeld betaald. De praktijk van de beurshandel staat nogal eens in schril contrast met de ronkende reclameteksten van deze beursgoeroes.
Een van de goeroes die het erg met zichzelf getroffen, heeft is een academicus die in zijn wekelijkse nieuwsbrief propageert dat zijn 'wetenschappelijke aanpak van beleggingen tot ongekende resultaten leidt'. Hoe sneu is het voor de doctorandus (en nog veel meer voor zijn abonnees), dat zijn adviezen in het afgelopen jaar slechts een paar keer winst hebben opgeleverd en een veelvoud aan verliezende transacties. Voor mij bewijst deze drs. dagelijks, dat beleggen in ieder geval geen wetenschap is.
Een andere goeroe presteert het om kardinale missers van soms enkele duizenden euro's per verkeerd uitpakkend advies buiten zijn resultatenlijst te laten of weg te moffelen en vervolgens te pronken met prachtige jaarcijfers. Ik heb met deze goeroes leergeld betaald. Misschien heb ik de pech gehad door uit het grote aanbod van analisten en adviseurs nou net de verkeerde te kiezen. Hoe dan ook, tegenwoordig ben ik mijn eigen adviseur.

Als amateurbelegger kan ik mij goed vinden in de opvatting van beleggingscoach Jim Tehupuring, werkzaam bij effectenbank Alex. Hij hanteert voor zijn beleggingsaanpak een aantal geboden. Een daarvan is, dat je niet achter de aanbevelingen van analisten moet aanlopen. Als je hun adviezen bekijkt, dan valt het op, zegt Jim Tehupuring, dat de gemiddelde bankanalist ongeveer ieder aandeel dat hij onder de loep neemt beloont met een koopadvies of op z’n minst het advies ‘houden’ meegeeft. Het aantal negatieve adviezen is niet zelden nul. Conclusie: beleggen is volgens analisten zeer eenvoudig; je kunt verantwoord alles kopen wat je tegenkomt.....

De meeste analisten analyseren een bedrijf, de toekomstige winststromen en stellen dan vast of een onderneming waardevol is of niet. Het probleem bij beleggen is echter dat de markt de prijzen bepaalt. En de markt is niets anders dan een verzameling 'gekken' die de hele dag bied- en laatprijzen afgeven. Deze gekken zorgen er met elkaar voor dat prijzen in korte tijd alle kanten kunnen uitvliegen, maar ook dat bedrijven over- en ondergewaardeerd zijn. Dat biedt beleggingskansen, maar ook evenzoveel valkuilen.

Ik ben met Tehupuring van mening dat een goede belegger voor zichzelf bepaalt wanneer een aandeel koopwaardig is en wanneer niet. Je kunt daarbij als hulpmiddel gebruikmaken van fundamentele of technische analyse. Veel beleggers gebruiken deze door elkaar. Ik ook. Bij de fundamentele analyse is vooral de waarde van een bedrijf van belang, bij technische analyse draait het om timing. Met behulp van koersgrafieken, patronen en indicatoren probeer je feitelijk inzicht te krijgen in het gedrag van alle gekken die op de beurs actief zijn en daar de borden groen of rood doen kleuren. Je probeert mee te profiteren van trends en te (ver)kopen op draaipunten in de markt. Een beetje ingewikkeld soms, maar altijd heel boeiend.

Sinds ik niet meer koers op het kompas van de zogenaamde deskundigen, gaat het zoals gezegd met mijn beleggingen een stuk beter. Niet dat ik inmiddels de beurswijsheid in pacht heb. Dat kan ook niet, want beleggen is geen wetenschap,zoals de hiervoor genoemde doctorandus-belegger dagelijks bewijst. Ondanks drie decennia ervaring ben ik nog steeds een volbloed amateur. Ik volg de ontwikkelingen en de trends van de markt en speel daar opportunistisch op in. Ik maak gebruik van volatiliteit en van sentimenten. En ik laat me nogal eens verleiden tot een gokje. Dat brengt flinke risico's met zich mee en in de praktijk ook schade en schande.
Al met al ben ik echter tevreden over mijn eigen scores. Het saldo onder de streep van 2009 en de eerste 7 maanden van 2010 geeft in ieder geval aan, dat de 'windhandel in geld' geen windeieren oplevert.

Hoewel ik iedere beursdag gedisciplineerd voor het beursscherm plaatsneem, blijft beleggen voor mij een hobbyachtige nevenactiviteit. Het is soms net werken, je moet er op tijd voor uit de veren en het kost een hoop tijd. Je moet bestand zijn tegen de doorlopende spanning, tegen de ergernis over verkeerd uitpakkende transacties, tegen koersontwikkelingen die alle logica trotseren, enz. Ik ken alle emoties uit eigen ervaring. Ook ik heb wel eens slapeloze nachten gehad en er zullen er ongetwijfeld nog bijkomen. Maar zelfs als de schermen rood kleuren en het spreekwoordelijke bloed door de straten stroomt geniet ik! Zelfs als er een keer een flink bedrag bij moet, is kappen met deze, door anderen misschien als exhibitionistisch betitelde bezigheid niet aan de orde. Tegenover mijn vrouw probeer ik me bij verlies te verontschuldigen met de opmerking: "Jouw hobby kost toch ook geld?!"

Dictator Fifa

De Nederlandse en Belgische regering hebben de wereldvoetbaldbond Fifa gevraagd samen het WK van 2018 of 2022 te mogen organiseren. Ik plaats kritische kanttekeningen bij dat verzoek. Weten we wat de kosten zullen zijn? Zijn we misschien uit het oog verloren dat bij voorgaande edities van het toernooi de kostenbegrotingen soms meerdere keren over de kop zijn gegaan? Verhalen dat zo'n evenement onder de streep winstgevend is, zijn ook boterzacht. De onafhankelijke Stichting Economisch Onderzoek heeft berekend, dat van de totale organisatiekosten minimaal een zesde deel niet zal worden terugverdiend.



En hoe zit het met die faciliteiten en prerogatieven die Fifa-bestuurders eisen? Zij willen kennelijk vrijgesteld worden van belastingverplichtingen in Nederland. En ze willen - hoe verzin je het? - de beschikking over vrije banen op de autosnelwegen. Verder zouden de Fifa-sponsoren door gelegenheidswetgeving het alleenrecht moeten krijgen op straatverkoop en straatreclame in een straal van twee kilometer rond elk stadion èn rond elk evenement dat aan het WK gerelateerd is. Wat de Fifa decreteert, gaat alle perken te buiten. Het lijkt zelfs op chantage. Ze eist dat ons land bijna twee maanden aan de regels van de Fifa wordt onderworpen: vrijgemaakte snelwegen voor de bobo’s, geen belasting voor de bond, een middenstand die buitenspel wordt gezet, het zijn absurde eisen. De wereldvoetbalbond vertoont dictatoriale trekken. Toch komt zijn tot nu toe weg met steeds belachelijker eisen, omdat landen bang zijn zo'n gerenommeerd toernooi mis te lopen. Het wordt tijd dat de Fifa weer eens op haar plek wordt gezet. De Nederlandse regering moet maar eens klip en klaar maken, dat Blatter c.s. niet boven de Nederlandse wet staan.

woensdag 4 augustus 2010

Rechts kabinet?

Krijgen we een rechts kabinet met gedoogsteun van de PVV? Het ziet er naar uit op dit moment. Ik vind het onbegrijpelijk, dat de PvdA (of was het expliciet Cohen?) de optie van een breed middenkabinet met VVD en CDA uit partijpolitieke overwegingen heeft geboycot. Was het niet meer voor de hand liggend geweest zich in te zetten voor het algemeen belang in een tijd dat bezuinigingen en sociale onzekerheid dat vereisen? Het is even onbegrijpelijk dat VVD en CDA denken dat deze constructie een stabiele regering oplevert. Ongekende bezuinigingen en drastische sociaal-economische hervormingen vragen draagvlak. Dat is er niet bij een minderheidskabinet van VVD en CDA, dat leunt op een niet-betrouwbare steun van de onervaren PVV-fractie en dat ongetwijfeld ook te maken krijgt met dissonanten binnen de CDA-fractie. Een meerderheid van 1 zetel in de Kamer is dan een zeer labiel fundament.

Voorlopig is natuurlijk nog de vraag of de formatie lukt. In al die hoofdpijndossiers van woningmarkt, fiscale hervorming, gezondheidszorg, arbeidsmarkt, integratie, ontwikkelingshulp enz. zal het passen en meten zijn om een uitweg te vinden. De 'ferme wil' waar informateur Lubbers over repte, biedt geen enkele garantie op een positief resultaat. Ik acht het niet onwaarschijnlijk, dat de mooie woorden van vandaag uiteindelijk niet tot daden leiden. Want afgezien nog van te bereiken overeenstemming over het regeerprogram vraag ik me af of Rutte en Verhagen, na wekenlange politeke spelletjes, het uiteindelijke ja-woord zullen willen uitspreken en zullen poseren op de paleistrappen. In beider achterhoofd speelt namelijk ongetwijfeld de gedachte, dat zo'n kabinet grote kans loopt binnen de kortste keren ultieme averij op te lopen. En dat zou voor beide ijdeltuiten ook de persoonlijke politieke ondergang betekenen.

maandag 2 augustus 2010

Internet maakt dom

Het continue gezap van link naar link en website naar website maakt, dat de moderne mens in voortdurende staat van opgejaagdheid verkeert en zijn vermogen verliest zich te concentreren en diep na te denken. Internet stimuleert oppervlakkigheid, betoogt de Amerikaanse publicist Nicholas Carr.
Je hebt in eerste aanleg de neiging zo'n constatering voor kennisgeving aan te nemen. Maar gebaseerd op eigen waarnemingen moet ik vaststellen, dat Carr waarschijnlijk een spijker op de kop heeft geslagen. Al jaren achtereen zit ik zeven dagen per week vele uren achtereen voor het pc-scherm. In zo weinig mogelijk tijd wil ik zoveel mogelijk informatie absorberen. Eigenlijk lees ik niet meer, ik maak alleen nog een vluchtige scan van de regels op het beeldscherm. Passages die op het eerste gezicht minder relevant of interessant lijken, laat ik na een snelle blik voor wat ze zijn. Ballast! Weg ermee!
Het klinkt misschien raar, maar ik heb tegenwoordig regelmatig het gevoel, dat ik eigenlijk niet meer kàn lezen. Er is bijna geen tekst meer die ik nog van a tot en met z zorgvuldig tot me neem. Ik raas er in een onbewuste gedrevenheid overheen, niet alleen op het scherm maar ook in de gedrukte media. Ik selecteer in een oogopslag wat ik wel en niet belangwekkend vind. De 'ballast' wordt door mijn brein onmiddellijk richting prullenbak gedirigeerd, de overige regels hebben nog kans op een plekje in mijn bovenkamer. Maar dat ze er daadwerkelijk worden opgeslagen, is allerminst zeker, zo leert de praktijk.

Net als Carr heb ik soms het gevoel, dat iets of iemand met mijn hersenen knoeit, met de bedrading van mijn brein rommelt, mijn geheugen opnieuw programmeert. Niet dat ik mijn verstand verlies, voor zover ik weet, maar het verandert wel. Ik ben me daar het sterkst van bewust als ik een boek of een langer artikel in een tijdschrift probeer te lezen. Dat lukt tegenwoordig nog slechts met de grootste moeite. Ik lees niet meer, ik scan alleen nog. En ik kan me niet concentreren, ben binnen de kortste keren afgeleid.

In 'The Shallows - What internet is doing to our brains' betoogt Carr, dat we dom worden van internet. Elke dag struinen we tientallen websites af, plaatsen we doorlopend berichtjes op Twitter, Hyves en Facebook en kijken we elke paar minuten naar onze e-mail. Nagenoeg alle informatie is binnen handbereik. Maar het valt te bezien of we alleen maar beter worden van internet. "Technologie geeft en technologie neemt" zei de Amerikaanse cultuurcriticus Neil Postman al in 1990. "We informeren ons kapot". Hij vond dat de jeugd naar de knoppen ging van teveel stupide televisie. Carr trekt die lijn door, maar heeft meer een medisch argument dan een moreel oordeel. We leven zo intensief met moderne media (kranten, radio, tv, internet) dat onze hersenen veranderen. Altijd en overal zijn we voor iedereen en alles bereikbaar. Die overvloed verandert de manier waarop we denken. We worden oppervlakkig. We kunnen alles weten, maar weten van heel veel bar weinig. Dat wordt steeds erger. Ons kortetermijngeheugen wordt zodanig overvoerd met informatie en impulsen, dat we minder opslaan in ons langetermijngeheugen. Internet is het medium van vergeetachtigheid. Misschien voelen we ons wel slimmer, we zijn het niet.

zondag 1 augustus 2010

Moor monges

Ik zet vandaag een eerste, voorzichtige stap als blogger. Het betreden van voor mij braakliggend gebied in medialand is vooral ingegeven door nieuwsgierigheid. Wat kan ik ermee, hoe werkt het, leidt het tot tweerichtingsverkeer?
De titel 'Moor monges...' heeft een geschiedenis. Aan het eind van de jaren zeventig redigeerde ik onder deze titel een rubriek in een plaatselijk nieuwsblad waarin lokale autoriteiten reageerden op actuele, vooral controversiële,  ontwikkelingen in de politieke agenda. 'Moor monges' is ontleend aan het in Winterswijk gesproken dialect. Het betekent zoiets als 'maar ondertussen', in de zin van: "Dat zegt u nou wel, maar ondertussen ...". Mijn blog wil ik een beetje volgens dit stramien opzetten. Ik wil, lang niet altijd gehinderd door kennis van zaken, inhaken op gebeurtenissen in mijn dagelijkse belevingswereld, daarbij mijn eigen visie etalerend, soms geplaatst in historisch perspectief en met een terugblik op mijn persoonlijke, inmiddels ruim zestigjarige verleden. Bij de keuze van items laat ik me door niets en niemand restricties opleggen. Natuurlijk zullen vooral persoonlijke stokpaardjes op het terrein van de binnen- en buitenlandse politiek kritische aandacht opeisen. De focus zal ook gericht zijn op de terreinen van financiën en economie in het algemeen en op beleggen in het bijzonder. Sinds een kleine 25 jaar beleg ik, met meer en minder succes, in aandelen, opties en turbo's. Ik behoor tot de categorie van zeer actieve beleggers, die de beursontwikkelingen op de voet volgen en als daytrader de aandelenmarkt betreden. Ik schroom niet daarbij een forse dosis eigenzinnigheid in te brengen: eigenzinnigheid die ik mezelf, zij het met wat weerzin, als redelijk uitgesproken karakterkenmerk moet aanmeten.
Ook 'Moor monges ...' zal af en toe spetteren van eigenzinnigheid en eigenwijsheid. Mijn visies en commentaren zullen reacties en kritiek uitlokken. En eerlijk gezegd: daar ben ik opuit! Als oude rot in het communicatievak is 'tweerichtingsverkeer' voor mij een heilig woord.